Eigengereid, soms ongenadig kritisch, maar altijd mild van toon schreed Jacques d’Ancona jarenlang door de theaterfoyers. Met het overlijden van de naar eigen zeggen ‘malle’ theaterrecensent en -journalist is Nederland een van zijn eigenzinnigste scribenten armer. D’Ancona overleed vrijdag op 86-jarige leeftijd.
‘En collega, wat vinden we ervan?’ Die vraag stelde theaterrecensent Jacques J. d’Ancona bijna standaard in de pauze van een musicalpremière. Als hij onder vakgenoten was, dan wilde hij graag weten wat ze ervan vonden. Of eigenlijk: hij wilde vooral laten weten wat hij zelf er zelf van vond.
Het was – en is – vrij ongebruikelijk om als recensenten onderling meningen uit te wisselen voordat een stuk in de krant is verschenen. En toch vergaf je het hem, want ja, zo was Jacques nu eenmaal. Overtuigd van zichzelf, van zijn mening en van zijn vakmanschap.
Over de auteur
Hein Janssen schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
D’Ancona was verknocht aan zijn vak, aan zijn krant, aan het theater en in het bijzonder aan de musical, omdat daarin alles samenkomt: zang, dans en acteren. En show natuurlijk, want d’Ancona had zeker ook een zekere hang naar theatraliteit en uiterlijk vertoon.
Hij kleedde zich opvallend omdat het hem allure gaf. ‘Ik ben een onooglijk ventje, mal haar, brilletje, dus ik moet er wat voor doen (…) Ik hecht aan decorum. Als het kledingvoorschrift bij een grote première black tie is, dan verschijn ik daar verzorgd in smoking, met lakschoenen en niet op sneakers’, zei hij daar zelf over.
Hij begon zijn journalistieke loopbaan in Groningen op de sportredactie van Nieuwsblad van het Noorden, waar hij later toetrad tot de cultuurredactie. Al snel ontwikkelde hij zijn eigen stijl van schrijven: toegankelijk, met soms onnavolgbare wendingen in zijn observaties, vanuit vakkennis geschreven, met een scherpe blik op het metier.
Vanuit Groningen bezocht hij in de loop der jaren nagenoeg alle grote premières in het land, een première zonder Jacques d’Ancona was niet compleet, zo vond hij zelf. Hoe klein van stuk ook, zijn aanwezigheid werd overal opgemerkt. Dat kwam ook omdat hij de kunst van wellevendheid verstond, altijd een aardig woordje paraat had (‘Dag, mooie man’), altijd naar het welzijn van zijn gesprekspartners informeerde, om vervolgens snel over te schakelen naar het zijne.
Producenten en artiesten hechtten belang aan zijn mening. Op het premièrefeest mengde hij zich graag tussen de artiesten, gaf hier en daar een compliment of zweeg indien hij als hij dat gepaster vond. Hij was mede zo geliefd omdat hij zijn kritiek meestal mild verwoordde, het vileine dat hij ook in zich had, hield hij liever in kleine kring.
Een opmerkelijke stap in zijn carrière volgde toen hij in de jaren tachtig jurylid werd van het veelbekeken tv-programma De Soundmixshow (KRO). In die door Henny Huisman gepresenteerde talentenjacht moesten deelnemers zo goed mogelijk bekende artiesten als Tina Turner of Prince imiteren. d’Ancona viel daarin op door soms ongenadig kritisch te zijn.
Het leverde hem niet zelden hoon en boegeroep vanuit het studiopubliek op, maar ook boze reacties van tv-kijkers. De Soundmixshow werd geproduceerd door Joop van den Ende, die ook theater en musicals produceerde, maar d’Ancona vond het geen probleem diens voorstellingen ook te recenseren; hij beschouwde zichzelf autonoom genoeg om beide functies te kunnen scheiden.
Wars van commercie was hij overigens niet. Als BN’er werd hij vaak gevraagd voor bedrijfsopeningen en presentator; vanwege zijn veelkleurige brilmonturen werd hij ook het uithangbord van brillenfirma’s. In een interview in de Volkskrant zei hij daarover: ‘Naast Lous Haasdijk en Lee Towers was ik qua bril toonaangevend. Ik werd een ambassadeur van de opvallende bril en heb er goed mee verdiend. Als journalist verdien je niets, dus waarom niet? Mijn brillen werden soms ook verkocht voor het goede doel, voor de derde wereld en zo. Onder het motto ‘Daar lopen ze nu ook voor lul.’
Pas op zijn 30ste kwam d’Ancona er achter dat hij wellicht homoseksueel was, doordat hij – zoals hij zelf zei – ‘in contact kwam met intellectuele homo’s als Seth Gaaikema en Robert Long’. Hij had, tot aan zijn dood, 27 jaar een relatie met theaterproducent en acteur Hans Langhout. Activistisch als homoseksueel is d’Ancona nooit geweest, hij voelde in dat opzicht geen zendingsdrang.
Wat hem sierde, is dat hij zijn regio altijd trouw is gebleven; met evenveel passie ging hij elk jaar naar het openluchttheater in Diever als naar een galapremière in het Circustheater in Scheveningen. Toen hij bij Dagblad van het Noorden met pensioen ging, is hij voor de krant blijven schrijven en bezocht hij nog wekelijks voorstellingen.
D’Ancona was trots op het feit dat hij altijd op de redactie kon werken, omdat hij de toegangscode van het gebouw kreeg. Ook ’s nachts schreef hij daar regelmatig zijn recensies.
‘Mijn kleine gestalte heeft mij altijd in de weg gestaan, ik heb altijd strijd moeten leveren, voor mijzelf op moeten komen. Ik was een zwak jongetje, heb vaak moeten bijtanken, maar ik ben steeds weer overeind gekomen’, zei d’Ancona toen hij 80 werd in de Volkskrant.
Zes jaar later is zijn strijd voorbij. Hij zal er niet meer bij zijn als half augustus in Diever weer een stuk van Shakespeare in première gaat. Een groot gemis.
D’Ancona had een grote passie voor voetbal en was 22 jaar lang scheidsrechter bij de KNVB. Zijn laatste artikel in de krant was een allesbehalve positieve recensie van de scheidsrechters op het EK voetbal met als kop: Gestoord van dat zalvende gelul (11 juli).
Voor zijn 80ste verjaardag werd in 2017 de musical Jacques J. opgevoerd in Groningen. ‘Het is toch wel eervol dat men denkt dat mijn leven zo rijk geschakeerd is dat het tot een avondvullende musical kan leiden.’
Onder de titel Ze hebben je nodig (2017)werd d’Ancona’s levensverhaal opgetekend door zijn collega Eric Nederkoorn. Daarin komt ook zijn jeugd als zoon van een Joodse vader aan de orde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant