Home

Cancelen of claimen? Oekraïne worstelt met de vraag welke van zijn schrijvers tot de Oekraïense literatuur behoren

Russische schrijvers zoals Lev Tolstoj en Maksim Gorki werden in Oekraïne al gecanceld, nu wordt ook de literatuur van eigen bodem onderzocht op deugdelijkheid. Na Poesjkin en Dostojevski is Michail Boelgakov aan de beurt: ‘Hij noemde het Oekraïens een primitieve taal.’

Wat te doen met Michail Boelgakov (1891-1940), auteur van De Meester en Margarita, de Sovjetklassieker over de paranoia en groteske realiteit onder Stalin? Voor die vraag staan deze zomer talloze bibliothecarissen, schoolhoofden en literatuurdocenten in Oekraïne nu ze hun boekenplanken aan het opschonen zijn.

De instructies van het Instituut van het Oekraïense Boek, onderdeel van het ministerie van Cultuur, luiden: verwijder boeken met Russische propaganda en anti-Oekraïense inhoud. Want nu Rusland dood en verderf zaait, vinden Oekraïeners het hoog nodig voor eens en altijd af te rekenen met al die Russische schrijvers die het bestaansrecht van Oekraïne als land met een eigen taal en cultuur in twijfel trekken.

Poesjkins val

Literaire commissies buigen zich over de vraag wie deugt en wie niet. Over 19de-eeuwse klassieken als Aleksandr Poesjkin (1799-1837) en Fjodor Dostojevski (1821-1881) bestaat geen twijfel. Alexander Poesjkin schilderde in zijn poëem Poltava (1829) Oekraïners af als leugenachtig. De talloze standbeelden van Poesjkin in dorpen en steden in heel Oekraïne worden gezien als symbool van de langdurige Russische overheersing. Inmiddels zijn in de meeste plaatsen de standbeelden omvergeworpen en is er een woord voor die beeldenstorm in het leven geroepen: Poesjkinopad (‘Poesjkins val’).

Over de auteur
Paul Alexander is slavist.

Fjodor Dostojevski kan evenmin op clementie van de Oekraïners rekenen, omdat hij in zijn werk de uniciteit en grootsheid van de Russische cultuur onderstreepte en compassie als een typisch Russische karaktertrek beschouwde – iets waarvan Oekraïners niets terugzien met de huidige Russische vernietigingsdrang.

Dissidenten uit de Sovjettijd als Joseph Brodsky (1940-1996) en Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) moeten het ontgelden vanwege hun minachtende uitlatingen over Oekraïners, hun cultuur en hun onafhankelijkheidsstreven.

Satire

Maar Boelgakov is geboren en getogen in Kyiv. Zijn werk kon tijdens zijn leven niet gepubliceerd worden. In zijn De Meester en Margarita bezoeken de duivel en zijn trawanten Moskou en houden huis in de wereld van theater en literatuur, waarbij tal van literaire bonzen het hoofd verliezen, letterlijk en figuurlijk. De Meester in het verhaal, gemodelleerd naar Boelgakov zelf, belandt in een psychiatrische inrichting nadat hij zijn levenswerk niet uitgegeven heeft gekregen.

De roman is een langgerekte satire over de lafheid, hebzucht, middelmatigheid en afgunst van de heersende klasse in het stalinistische Moskou van de jaren dertig.

‘Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Boelgakov in het onafhankelijke Oekraïne omarmd, vanwege zijn Kyivse afkomst en omdat zijn werk in de Sovjet-Unie lange tijd verboden was’, zegt filosoof Volodymyr Jermolenko aan de telefoon. Hij is voorzitter van de Oekraïense afdeling van PEN, de internationale schrijversorganisatie die opkomt voor schrijvers in de verdrukking.

Primitieve taal

Maar inmiddels woedt rondom Boelgakov een fel debat en klinkt alom de roep tot sluiting van het Boelgakov Museum, gevestigd in diens ouderlijk huis in het oude centrum. Steen des aanstoots is de vroege roman De Witte Garde, over de chaotische jaren direct na de Eerste Wereldoorlog, als Oekraïne kortstondig onafhankelijkheid verwerft en van alle kanten wordt bedreigd: door de Polen uit het westen, de bolsjewieken uit het oosten en de Witten van binnenuit.

Wat de Oekraïners steekt, is dat Boelgakov een personage laat verzuchten dat het Oekraïens ‘een primitieve en niet echt bestaande taal is’. En in een berucht essay spreekt Boelgakov zich negatief uit over de Oekraïense nationalistische leider Symon Petljoera.

Jermolenko vindt het problematisch dat Boelgakov Oekraïne afviel op zo’n cruciaal en kwetsbaar moment in de geschiedenis. ‘Zowel Russische revolutionairen als contrarevolutionairen streden tegen de Oekraïense onafhankelijkheid en waren bezig Kyiv te verwoesten, en Boelgakov schaarde zich achter hen. Oké, zijn boeken waren misschien verboden, maar hij is niet geëxecuteerd en belandde niet in de goelag. Dat was onder Stalin wel het lot van zo’n beetje alle Oekraïense schrijvers.’

Van eigen bodem

Honderd jaar later wordt Oekraïne weer in zijn voortbestaan bedreigd. Naast het cancelen van Russische schrijvers, zoals Lev Tolstoj (1828-1910) en Maksim Gorki (1868-1936), wordt ook de literatuur van eigen bodem onderzocht op deugdelijkheid. Want Oekraïnes grondgebied mag talloze schrijvers uit de wereldliteratuur hebben voortgebracht – naast Boelgakov zijn dat bijvoorbeeld Nikolaj Gogol, Isaak Babel, Vasili Grossman, Joseph Roth, Paul Celan en Sholem Aleichem – maar geen van hen schreef in het Oekraïens.

Cancelen of claimen, dat is voor veel Oekraïeners nu de vraag. Daarbij doen ze er alles aan de alomtegenwoordige Russische schrijvers te vervangen door de eigen nationale literaire helden. Dus gaat Oekraïne bij zichzelf te rade welke schrijvers het tot de eigen literatuur kan rekenen.

Nikolaj Gogol (1809-1852) schreef liefdevol en met humor over het Oekraïense dorpsleven voordat hij naam maakte met zijn Petersburgse verhalen en Dode zielen. Hij wordt binnengehaald als de verloren zoon – onder zijn Oekraïense naam Mykola Hohol. Jermolenko: ‘Hij vereenzelvigde zich met tsaristisch Rusland, maar vanwege zijn sterke verbondenheid met de Oekraïense cultuur zijn we bereid hem als Oekraïens schrijver te zien.’

De Joodse schrijver Vasili Grossman (1905-1964) , wiens werk behoort tot de dissidentenliteratuur – hij is auteur van de grote verboden roman Leven en lot (1959)over de slag om Stalingrad, het stalinisme in oorlogstijd en de concentratiekampen – is boven elke verdenking verheven en komt ook door de ballotage. Zijn Russisch wordt hem daarbij vergeven.

Joodse literatuur

Lastiger onder te brengen zijn de Joodse schrijvers uit het westelijk deel van Oekraïne dat tot de Eerste Wereldoorlog viel onder het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Ze schreven in het Duits of Jiddisch. ‘Er is bij ons veel belangstelling voor de Joodse schrijvers uit bijvoorbeeld Tsjernivtsi en Lviv, die een grote bijdrage leverden aan de Oostenrijks-Oekraïense literatuur’, zegt Jermolenko. ‘Je kunt zelfs het werk van de Weense psychiater Freud tot deze groep rekenen. Zijn ouders kwamen uit het huidige Oekraïne, de moeder uit Odesa, de vader uit Galicië. We zeggen niet dat hij Oekraïens is. Maar Oekraïne is een multiculturele entiteit waarbinnen de Joodse literatuur, of het nu in Duits of Jiddisch is geschreven, een belangrijke rol speelt.’

Tegenover de eveneens Joodse Isaak Babel staat Jermolenko afwijzend. De schrijver uit Odesa trok tijdens de Pools-Russische oorlog (1919-1921) op met een bolsjewistisch cavalerieregiment en schreef met de verhalenbundel De rode ruiterij indringend over de plunderingen en het bloedvergieten. ‘Wat mij betreft maakt hij deel uit van de literaire canon van de bolsjewieken met zijn geromantiseerde kijk op het Rode Leger, hoewel bewoners van Odesa dat anders zien. Zij rekenen hem graag tot de eigen canon. Dat is punt van discussie.’

Kort door de bocht

Jermolenko wil maar zeggen: consensus is soms moeilijk te vinden. Debatten kunnen hoog oplopen, zoals ook het geval Boelgakov laat zien. Zijn bewonderaars in Kyiv vinden het op zijn zachts gezegd nogal kort door de bocht hem aan te merken als ‘imperialist en oekraïnofoob’, zoals het Instituut van Nationaal Erfgoed afgelopen mei na onderzoek naar de schrijver concludeerde.

‘Boelgakov schetst geen positief beeld van Oekraïne en Oekraïners. Het is juist zijn literaire verdienste dat hij in zijn boeken van niemand een positief beeld schetst. Dat zowel de Sovjetcritici als de huidige critici van Boelgakov zo gebeten op hem zijn is omdat ze zichzelf in zijn personages herkennen’, schrijft journalist en filosoof Vladislav Michejev vilein op de site van Huxley, een Oekraïense online almanak over kunst en filosofie.

Ook de directrice van het Boelgakov Museum protesteert ertegen dat Boelgakov nu zo makkelijk wordt afgeschreven. ‘Het museum is niet bedoeld voor de glorificatie van Oekraïne. Het gaat over geschiedenis. Het is niet het moment de deuren te sluiten, maar juist om ze wijd open te zetten. We behoren tot Europa. We zijn een verdraagzaam land waar een open uitwisseling van ideeën wordt verwelkomd.’

Het cancelen van Russische schrijvers roept buiten Oekraïne ook de nodige weerstand op. ‘Wat heeft Poesjkin met Poetins oorlog te maken?’, werpen westerse critici Oekraïense literatoren geregeld voor de voeten. Maar Oekraïeners hebben weinig op met zulke kritiek nu de Russen hun raketten richten op schrijvershuizen en literatuurmusea en bibliotheken leeghalen en Oekraïense boeken verbranden. En terwijl Russische schrijvers ervoor kunnen kiezen in ballingschap verder te schrijven, hebben Oekraïense schrijvers niets aan hun pen. Ze pakken de wapens op en gaan naar het front. Er zijn meerdere schrijvers in de oorlog gedood.

Oekaze

De Oekraïense literatuur ligt bovendien niet voor het eerst in de geschiedenis onder vuur. Ook onder Russische heerschappij was de taal in de verdrukking. Taras Sjevtsjenko, de vader van de Oekraïense poëzie, werd halverwege de 19de eeuw gedwongen in het Russisch te dichten. En later in de 19de eeuw legde de tsaar vanuit zijn Duitse kuuroord Bad Ems met een pennenstreek een verbod op Oekraïense publicaties op, de zogenoemde Emser oekaze.

De jaren na de burgeroorlog, toen Oekraïne als Sovjetrepubliek opging in de Sovjet-Unie, laten een bloei van Oekraïense literatuur zien. De schrijvers werden onder één dak samengebracht in het schrijvershuis Boedinok Slovo, (‘Huis van het Woord’), in Charkiv. Hier werd naar hartenlust geëxperimenteerd met nieuwe literaire vormen.

Voor de autoriteiten was het ook makkelijk de groep in de gaten te houden. Toen het tij rond 1930 omsloeg, werd binnen luttele jaren die hele generatie Oekraïense schrijvers geëlimineerd – wat bekend staat als ‘de Geëxecuteerde Renaissance’.

De vervolging van Oekraïense schrijvers ging door tot in jaren tachtig. Vasyl Stoes, een van Oekraïnes meest geliefde dichters, stierf in gevangenschap toen Gorbatsjov al aan de macht was en de perestrojka in gang had gezet.

Eigen literatuur

‘Ik ben nooit voorstander geweest van een cancelcultuur, maar op dit moment moet de aandacht er geheel en al op gericht zijn de vernietigingscultuur van Rusland stop te zetten voordat het te laat is’, schreef de schrijver Victoria Amelina, die in juli 2023 omkwam bij een bombardement van de stad Dnipro.

‘Het gaat ons erom de Oekraïense literatuur helemaal los te maken van de Russische literatuur’, zegt Jermolenko. ‘Binnen het Russische imperium golden Oekraïense schrijvers en de Oekraïense taal als tweederangs. Waarom had Charkiv wel een Poesjkinstraat en een Gorkipark, schrijversnamen die niets met de stad te maken hadden, en zijn er geen straten vernoemd naar Mykola Chvyljovy of Les Koerbas, die in het Huis van het Woord woonden en tot de Geëxecuteerde Renaissance behoorden? Door straten in Oekraïne alleen naar Russische schrijvers te vernoemen, was de boodschap: jullie hebben geen eigen literatuur.’

Zo heeft de wereld vanwege de eeuwenlange Russische overheersing geen kennis van de Oekraïense literatuur kunnen nemen. Jermolenko ziet het als zijn taak daar verandering in te brengen.

Niet cancelen maar claimen

Toch klinkt na tweeënhalf jaar oorlog de vraag in hoeverre de Oekraïense literatuur geholpen is met het cancelen van schrijvers. ‘Zijn we bereid Boelgakov aan Rusland te laten?’, schrijft Michejev van online almanak Huxley. ‘Wie benadelen we ermee? Je kunt er zeker van zijn dat Rusland maar al te graag de schrijver van ons afneemt, vooral als hij wordt neergezet als anti-Oekraïens, zoals we nu aan het doen zijn.’

Als Oekraïeners ooit van de Russen willen winnen, licht Michejev telefonisch toe, moeten ze niet cancelen maar claimen, niet afstaan maar terugnemen. ‘De overwinning behalen we niet alleen door de Krim en de Donbas weer in te nemen, maar ook Gogol, Boelgakov en Babel.’

Volgens Jermolenko heeft de Oekraïense literatuur het niet nodig die schrijvers van Rusland af te pakken. ‘Onze eigen literatuur volstaat. Die heeft zijn eigen universele waarde. Na eeuwen van onderdrukking is het zaak dat de Oekraïense literatuur voor zichzelf een plaats in de wereldliteratuur opeist. We moeten tegenover de Russische cultuur van repressie en knechting de geest van vrijheid, van overlevingsdrang zetten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next