De entree van Kamala Harris maakt de Amerikaanse verkiezingsrace uiterst onvoorspelbaar. Partijgenoten dachten tot voor kort dat zij geen presidentieel materiaal was. Dat lijkt een verkeerde inschatting. ‘Kiezers waren allang klaar voor Harris.’
Het is anderhalve week geleden, en tegelijkertijd een politieke eeuwigheid, dat Donald Trump de Republikeinse Conventie in Milwaukee binnenwandelde op de tonen van It’s a man’s man’s man’s world. Wie de soulklassieker kent, weet dat James Brown erachteraan zingt dat het in deze ‘mannenwereld’ toch maar niets is ‘zonder een vrouw of een meisje.’
Tien dagen en een Democratische omwenteling later staat Kamala Harris tegenover Trump – zo had zijn campagneteam het waarschijnlijk niet bedoeld met die muziekkeuze – en heeft de Amerikaanse verkiezingscampagne een nieuwe en volledig onvoorspelbare dynamiek gekregen.
De Democraten verkeren de afgelopen dagen in een roes, waarin het ene na het andere tot voor kort ondenkbare gebeurt: de partij staat eensgezind achter Harris, tot ex-president Obama aan toe. Het geld klotst tegen de plinten: Harris’ campagne haalde sinds vorige week zondag meer dan 130 miljoen dollar op, waarvan een aanzienlijk deel afkomstig is van vrouwelijke donateurs.
En, het allerrelevantst: ook de kiezers zijn enthousiast. Op campagne-evenementen klinkt oorverdovend gejubel, iets wat de Democraten onder Biden waren ontwend. Op TikTok onthalen twintigers Harris met een warm bad van memes over palmbomen en kokosnoten, die refereren aan een uitspraak van Harris’ moeder.
Oudgedienden in Washington zien gelijkenissen met de campagne van Barack Obama in 2008. Dat was de laatste keer dat er zoveel hoop, eensgezindheid en sprankeling in de lucht hing rond een Democratische presidentskandidaat.
In de peilingen had Trump sinds vorige zomer een bescheiden, maar consistente voorsprong op Joe Biden. Harris loopt het gat binnen een week bijna dicht. In de respectievelijk woensdag en donderdag verschenen peilingen in opdracht van CNN en The New York Times, bedraagt Trumps voorsprong nog maar een procentpunt. Als er nu verkiezingen zouden zijn, stemde 47 procent van de ondervraagden op Harris en 48 procent op Trump.
‘De kiezers waren allang klaar voor Harris’, zegt politicoloog Sanne van Oosten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Want in weerwil van de breed gedeelde overtuiging oordelen kiezers niet significant anders over politici die deel uitmaken van een etnische minderheid dan over politici die behoren tot de (witte) meerderheid.
Dat blijkt uit een meta-analyse waarin Van Oosten en collega’s data vergeleken van meer dan veertig voornamelijk Amerikaanse studies, over de rol van etniciteit in het kiesgedrag van ruim 300 duizend mensen, afgenomen tussen 2012 en 2022. In een soortgelijk Amerikaans onderzoek naar de rol van gender, blijkt zelfs dat het electoraat in de VS een lichte voorkeur heeft voor vrouwelijke politici.
Het probleem, zegt van Oosten, zit dus niet bij de kiezers maar bij mensen die een ‘poortwachterfunctie’ vervullen, zoals partijbesturen en spindoctors. Zij gaan er door hun eigen (onbewuste) vooroordelen van uit dat zogenoemde minderheidskandidaten minder kans maken.
Sinds Donald Trump in 2016 op het politieke toneel verscheen, kiezen de Democraten inderdaad vaak voor ‘veilige’ kandidaten, van wie ze denken dat die weinig weerstand oproepen: de combinatie vrouw, zwart en Aziatisch gold als een te groot risico. Een verkiezingswinst voor Harris zou aantonen dat dit al die tijd een verkeerde strategie is geweest.
Het is te vroeg om daarop vooruit te lopen. Want Harris moet haar momentum de komende honderd dagen nog verzilveren.
Trump schilderde Harris woensdag bij een campagnebijeenkomst in Charlotte, North Carolina, af als ‘de meest radicale kandidaat ooit.’ Dat kiezers in principe openstaan voor kandidaten als Harris, betekent niet dat ze ongevoelig zijn voor lastercampagnes, waarschuwt politicoloog Van Oosten.
En als vrouwelijke, zwarte kandidaat met een notoir racistische en anti-feministische tegenstander, is Harris bovengemiddeld kwetsbaar voor schadelijke narratieven. Illustratief daarvoor is een oude uitspraak van J.D. Vance, Trumps running mate, die radicale Republikeinen nu rondpompen op hun mediakanalen. Hij zei in 2021 dat de VS worden geregeerd door ‘kinderloze kattenvrouwtjes’ zoals Harris, die vanwege hun gebrek aan nageslacht geen ‘direct aandeel’ in de samenleving hebben.
Hillary Clinton waarschuwde Harris in een ingezonden stuk in The New York Times eerder deze week voor het gif dat zij in 2016 als eerste vrouwelijke presidentskandidaat over zich heen kreeg: ‘Ik weet het een en ander over hoe moeilijk het als sterke vrouw kan zijn om te vechten tegen seksisme en de dubbele standaarden van de Amerikaanse politiek (...) Als kandidaat sprak ik soms met opzet niet over het schrijven van geschiedenis. Ik wist niet zeker of de kiezers daar klaar voor waren.’
Acht jaar later lijkt de kiezer wel klaar voor Harris. Tenminste, als het haar de komende dagen en weken lukt een eigen verhaal te componeren en te verspreiden – haar eigen toekomstvisie voor Amerika, met daarin haar eigen stellingname in de Democratische hoofdpijndossiers: de oorlog in Gaza, de inflatie en de migratiecrisis aan de grens met Mexico.
De misschien wel eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten lijkt zich daarvan bewust. Harris’ presidentiële campagnespot, op het nummer Freedom van Beyoncé, eindigt met de woorden ‘ok, now let’s get to work’ – en nu aan het werk.
Over de auteur Sterre Lindhout is buitenlandredacteur voor de Volkskrant over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname. Hiervoor was ze correspondent Duitsland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant