De olympische geschiedenis barst van de bijzondere verhalen. Elke dag vertellen we er eentje. Vandaag: de dappere actie van turnster Vera Cáslavská op de Spelen van Mexico-Stad in 1968.
Denk je aan de Spelen van 1968, dan denk je aan de reuzensprong van Bob Beamon. Of anders aan de gebalde vuisten van Tommie Smith en John Carlos. Deze Amerikaanse medaillewinnaars op de 200 meter toonden de wereld de Black Power-groet, om aandacht te vragen voor de positie van zwarte mensen in de maatschappij.
Vera Cáslavská was een van de miljoenen mensen op wie dit protest indruk maakte. De Tsjechoslowaakse turnster wilde zelf eigenlijk ook wel zoiets doen. Een gebalde vuist leek haar alleen wat riskant. Een peaceteken misschien? Het moest iets zijn waarmee ze niet in de problemen zou komen. Haar land kon de medailles goed gebruiken.
Twee maanden eerder waren de Sovjettanks haar woonplaats Praag binnengevallen. De Russen wilden niet dat Tsjechoslowakije een menselijkere invulling aan het communisme gaf en maakten korte metten met de Praagse Lente. Verantwoordelijke politici verdwenen richting Moskou.
Cáslavská was de beste turnster ter wereld en had een duidelijke mening over het communisme. Ze hing vaak rond in het studentenhuis van haar broer, waar ze discussieerde over politieke kwesties. Soms pakte iemand een gitaar en werden er anti-Russische liedjes gezongen.
De Sovjetinval in Praag trok haar leven overhoop. Cáslavská ontvluchtte de stad en verbleef in een huisje nabij het veilige Sumperk. Daar was geen gymzaal voor handen, dus trainde ze in het bos. Een omgevallen boom werd een evenwichtsbalk. Op een mossig veldje deed de turnster haar vloeroefeningen.
Op de Olympische Spelen in Mexico veroverde Cáslavská viermaal goud. Toen ze het hoogste treetje moest delen met een turnster uit de Sovjet-Unie, wendde ze tijdens het Russische volkslied demonstratief haar ogen af van de vlag. Dit subtiele protest werd nauwelijks opgepikt door de internationale media. Maar het statement was gemaakt.
Source: Nu.nl algemeen