Home

Twentse wijn heeft nu zijn eigen ‘Appellation d’origine contrôlée’, met het aroma van paprika en de smaak van knisperende appels

Deze maand kreeg Twente officieel erkenning van Brussel als wijnstreek. Wijn uit Twente heeft nu een Beschermde Oorsprongsbenaming, de Nederlandse variant van de Appellation d’origine contrôlée. ‘We vinden het mooi om iets te doen waarvan iedereen zegt: dat kan niet.’

Achter de wijnmakerij van de familie Visscher in het Twentse Bentelo ligt een diepe bouwput. Het graafwerk legt het verhaal bloot van hun Wijngaard Hof van Twente. Het laat allereerst zien dat het ze goed gaat; het graafwerk is nodig om de voorziene groei van het wijnhuis aan te kunnen. Tegelijkertijd tonen de afgeschraapte grondlagen ook hun belangrijkste bodemschat, dé succesfactor van de Twentse wijn.

‘Zie je die witte golven daar?’, wijst wijnboer Roelof Visscher naar de grond. ‘Dat is leem.’

Wat mergel is voor bepaalde wijnen rond Maastricht en zeeklei voor het wijngebied op Schouwen-Duivenland, dat is leem voor wijn uit Twente. Begin juli kreeg de regio, mede dankzij de unieke bodemsamenstelling, als negende Nederlandse wijnstreek officieel erkenning van de Europese Commissie. Wijn uit Twente is nu een Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB), de Nederlandse variant van Appellation d’origine contrôlée (AOC).

Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

De leemrijke ‘eerd- en podzolgronden’ in Twente ontstonden in de ijstijd van grofweg 140 duizend jaar geleden. Door oprukkend landijs ontstonden stuwwallen in het landschap, waarbij keileem werd afgezet. Dit lemige materiaal maakt niet alleen dat in dit relatief droge deel van Nederland het bodemwater goed wordt vastgehouden, het helpt ook ‘om tot volle wijnen te komen’, staat in het Twentse productdossier, dat in maart 2021 op initiatief van Visscher en twee andere Twentse wijnmakers naar Brussel werd gestuurd.

Hoge eisen

Het resultaat van die inzending, de toegekende Europese bescherming, verhoogt niet alleen de waarde van een product, maar voorkomt ook namaak. In Visschers woorden: ‘Jan en alleman kunnen nu niet meer meeliften op ons succes. Dat mag natuurlijk wel, maar dan moet je aan hoge eisen voldoen.’

In het productdossier van 32 pagina’s staan die eisen opgesomd. De meest voor de hand liggende: de druif moet in Twente zijn gegroeid, op gronden met een leemgehalte van 30 tot 60 procent. Ook moeten de druiven in Twente worden verwerkt tot wijn. Verder is onder meer vastgelegd welke druivenrassen zijn toegestaan, dat (om het kleinschalige karakter van de streekwijn te behouden) op een hectare maximaal vijfduizend wijnstokken mogen staan, waar het productieproces aan moet voldoen en hoeveel alcohol er per wijnsoort minimaal in moet zitten.

Het eindresultaat wordt per wijngaard jaarlijks door onafhankelijke deskundigen gekeurd op de Twentse kenmerken. Zo moet de cabernet blanc onder meer ‘aroma’s van paprika en groene chili’ hebben, de chardonnay ruiken naar ‘honingmeloen’ en de johanniter smaken naar ‘knisperende appels’. Voor rode varianten geldt: cabertin geurt naar ‘noten van paprika’ en de regent draagt de smaak in zich van ‘zwarte bessen met de kruidigheid van peper en kruidnagel’.

Geen boerenachtergrond

Visscher groeide op in Hengelo, als zoon van een Stork-arbeider. ‘Ik had geen boerenachtergrond.’ Die kant wilde hij wel op. Hij ging internationale agrarische handel in Deventer studeren en werkte zich later op tot manager bij een uitzendbureau voor de agrarische sector. Wat hij echt wilde, was zelf voedsel maken, maar wat dan?

Nadat hij eind jaren negentig het vakblad Boerderij had gelezen, wist Visscher het. Wijnboer, dat moest het worden. In het tijdschrift vertelde de Nederlandse wijnpionier Jan Oude Voshaar over zijn ervaringen als eerste wijnboer boven de grote rivieren. Op de Wageningse Berg, waar hij in 1998 op een hectare grond wijnstokken had aangeplant. ‘Ik dacht: als het daar kan, waarom dan niet in Twente?’, zegt Visscher.

Al in 2000 is het zover en hebben Roelof en zijn vrouw Ilse hun eerste wijnstokken staan. Met hulp van vrijwilligers en een groep mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, groeide Wijngaard Hof van Twente in 24 jaar naar 8,5 hectare. Er wordt kwaliteitswijn gemaakt die voor 10 tot 22 euro per fles wordt verkocht. Het doel voor de komende jaren is doorgroeien naar 10 hectare.

Hun eigen succes is niet de enige reden dat de wijnmakerij te klein is geworden en nu wordt uitgebreid. Visscher verwerkt steeds meer druiven van andere boeren. Zo’n 12,5 procent van de in Nederland geproduceerde wijn komt inmiddels uit Bentelo.

Zorgboerderij

Frankrijk, Italië, Spanje: wijn maken in een van de grote wijnlanden was nooit hun droom. ‘Daar ben je een van de velen, hier waren we de eersten die het zo noordelijk probeerden’, zegt Ilse Visscher, die als orthopedagoog de zorgboerderij van de wijngaard runt en daarnaast in opleiding is tot vinoloog. ‘We vinden het vooral mooi om iets te doen waarvan iedereen zegt: dat kan niet.’

De Visschers kunnen experimenteren met steeds meer druivensoorten. Mede dankzij het veranderende klimaat, met steeds meer zonuren, hogere temperaturen en drogere perioden. Binnen de Twente BOB zijn dan ook niet alleen de zogenoemde ‘cool climate’ druivensoorten toegestaan, tussen de in totaal vijftien soorten zit óók de pinot noir, de wijndruif die het tot niet al te lang geleden vooral goed deed in de 800 kilometer zuidelijker gelegen Bourgogne. Bentelo als het nieuwe Beaune.

De aanpak van de Visschers is niet onopgemerkt gebleven. Tijdens een rondleiding door de wijnkelder wijst Visscher terloops op de flessen die ze voor driesterrenrestaurant De Librije in Zwolle maken. Hij is alweer doorgelopen als hij de vraag krijgt of dat hem niet trots stemt, produceren voor de beste chef van Nederland. ‘Ik ben vaak al snel weer bezig met een volgend project. Maar inderdaad, ik mag wel wat meer stilstaan bij hoe goed het gaat.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next