Home

The non-flying doctors: waarom juist artsen niet achteloos de wereld zouden moeten overvliegen

Maak een einde aan al die vliegreisjes van artsen naar medische congressen, vinden vijf artsen en hoogleraren die zich daar samen hard voor maken. ‘Ik zou niet weten waarom ik naar een congres in de VS zou moeten.’

Elk jaar komen duizenden verstandige klinisch microbiologen en infectieziekte-experts bij elkaar om eens uitgebreid te discussiëren over hun vakgebied en de toestand van de planeet. Hun congres, een middenmaatje in de gigantische industrie van de medische congressen, heeft als missie ‘de medische vooruitgang op het gebied van infecties te bevorderen voor een gezondere toekomst’.

Die lovenswaardige missie van de European Society of Clinical Microbiology and Infectious Diseases (ESCMID) is hoogst noodzakelijk, want een warmere aarde leidt tot meer infectieziekten, en zelfs tot meer resistentie tegen antibiotica. Bij stijgende temperaturen nemen bacteriën makkelijker informatie van elkaar over en ‘leren’ ze elkaar dus sneller de werking van antibiotica te ontwijken.

Geen wonder dat de congressen populair zijn. In 2019 waren de microbiologen en internisten met z’n 13.663’en samen in Amsterdam. In 2022: 16.177 in Kopenhagen. Dit jaar, vermeldt de site van ESCMID trots: een ‘record-breaking number’ van meer dan 20 duizend medisch experts in Barcelona.

Over de auteur

Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant.

Probleempje: al die deelnemers legden alleen al in 2019 gezamenlijk 85,9 miljoen kilometer af om bij het congres te kunnen zijn, 113 keer heen en terug naar de maan. Ze brachten 4.836 werkweken door op vliegvelden en in vliegtuigen. Door hun vlieggedrag gingen zeven voetbalvelden aan Noordpoolijs voorgoed naar de gallemiezen.

Teun Bousema, hoogleraar epidemiologie van klinische infectieziekten aan het Radboudumc in Nijmegen, is de man die al deze cijfers uitploos en ze binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift publiceert. Dat deed hij op verzoek van de ESCMID zelf, die ook wel door heeft dat doel en middel nu haaks op elkaar staan. Bousema: ‘Toch waren ze niet onverdeeld blij met mijn bevindingen. ‘We hebben toch ook een onlineprogramma’, was hun weerwoord. Dat is natuurlijk prachtig, maar schiet niet veel op als het fysieke congres elk jaar weer groter moet.’

Bousema behoort tot een clubje van vijf artsen en hoogleraren die zichzelf hebben opgelegd hun artsencollega’s bewuster te maken van hun destructieve vlieggedrag. Een jaarlijks bezoek aan een medisch congres in een ver buitenland is immers voor veel dokters de gewoonste zaak van de wereld.

Op vakantie (‘keurig op een camping in Frankrijk’) kwam hij Linda Kampschreur tegen, internist en infectioloog in het Medisch Centrum Leeuwarden, en lid van het ‘green team’ van het ziekenhuis. Dat is zij samen met collega Marijke van Gerwen, ook internist, en die kende Wouter Hehenkamp weer, gynaecoloog en hoogleraar doelmatige en duurzame zorg in het AmsterdamUMC.

Gevieren schreven zij een opiniestuk in artsentijdschrift Medisch Contact, en daarop sloot ook Schelto Kruijff zich aan. Hij is hoogleraar duurzame chirurgische oncologie in het UMCG in Groningen. In zijn oratie zette hij begin dit jaar uiteen waarom artsen volgens hem de plicht hebben zich veel duurzamer te gedragen dan ze nu doen.

Met de eed van Hippocrates beloven artsen immers de gezondheid te bevorderen. Dat wordt steeds ingewikkelder, zegt Kruijff, door de vooruitgangsparadox. Medisch technologisch is steeds meer mogelijk, maar dat heeft wel tot gevolg dat de Nederlandse zorg verantwoordelijk is voor zo’n 8 procent van de landelijke CO2-uitstoot. Dat is 2 procentpunt meer dan de luchtvaartindustrie. 13 procent van alle grondstoffen gaat naar de zorg, hetgeen uitmondt in een jaarlijkse berg van een onvoorstelbare 328 miljoen kilo afval.

En wat levert dat op? Kruijff: ‘Het behandelcircus in het ziekenhuis draagt maar voor een krappe 11 procent bij aan de gezondheid van mensen. Een dak boven je hoofd, een goede juf of meester op school, gezonde voeding, dat is allemaal veel belangrijker. Zet je dat af tegen de CO2-uitstoot, de gigantische vervuiling en de 100 miljard die we aan de zorg uitgeven, dan is dat een vrij teleurstellend resultaat.’

Binnenkort krijgt Kruijff het mandaat om de zorg in het UMCG te verduurzamen. Hoog op zijn prioriteitenlijstje: de vliegreizen naar medische congressen. ‘Dat is laaghangend fruit.’

Tijdens een gezamenlijke zoom-call (Kruijff vanuit zijn tuin, Van Gerwen vanuit de elektrische auto op weg naar de Efteling), leggen de artsen uit waarom het leeuwendeel van die vluchten overbodig is. Dat doen ze gedisciplineerd; wanneer iemand iets wil zeggen, steken ze netjes hun virtuele handje op.

Van Gerwen: Ik zou niet weten waarom ik, als dokter in een perifeer ziekenhuis, naar een congres in de VS zou moeten. Al die kennis kan ik prima in een samenvattingspraatje in Nederland opdoen.

‘En Europese congressen kunnen prima met de trein. Ik zag laatst een post op LinkedIn van een collega, die vol trots een congresbezoek naar de andere kant van de wereld deelde. Heerlijk kennis gemaakt ook met de lokale cultuur. Is zo’n congresbezoek de CO2 uitstoot waard?’

Bousema: ‘Als je als arts onderzoek doet, kan een bezoek aan congressen zinnig zijn. Maar ik stel vraagtekens bij de frequentie en omvang van de congressen. Ieder jaar met 17 duizend mensen Europa afhossen en gezellig uit eten gaan in Barcelona, zoals de microbiologen doen, dat is echt niet meer van deze tijd.’

Kruijff: ‘Bovendien staan bij die grote congressen al die praatjes maanden van tevoren al op internet. Daar is niet zoveel spannends aan.’

Hehenkamp: ‘Er zijn eigenlijk drie redenen waarom artsen naar zo’n congres gaan. De eerste is: kennis vergaren. Maar wat neem je nou mee van zo’n congres dat je op maandag in je spreekkamer gebruikt, of wat je in het beleid van je vakgroep verwerkt? Vaak is de kwaliteit van de presentaties ontzettend laag, zeker in vergelijking met Nederlandse congressen die zijn toegespitst op de situatie hier. Dat kan ook niet anders met 51 duizend deelnemers die allemaal iets van hun gading moeten vinden. Het gaat bij zo’n congres niet om kennis, maar om de belangen van het organiserend bedrijf. En om de medische industrie die ons wil verleiden tot het voorschrijven van medicijnen. Het is een nare business waar we graag intrappen.

‘De tweede reden is teambuilding. Met collega’s er gezamenlijk op uit. Dat kan op Bali, maar ook op Texel. Tot slot: netwerken opbouwen voor je medisch onderzoek. Dat kan zeker meerwaarde hebben. Al kun je ook daar vraagtekens bij zetten. Ik ben lid van een Europees duurzaamheidsnetwerk en wij zien elkaar nooit fysiek. Dat gaat prima.’

Kampschreur: ‘Ik ben het hier in grote lijnen mee eens, hoewel ik ook vaak van congressen ben teruggekomen met de gedachte: hier ga ik iets mee doen.

‘Een ander probleem is: om mijn registratie als infectioloog te behouden, moet ik een bepaald aantal nascholingspunten halen. Die haal ik nooit alleen met samenvattingspraatjes in Nederland, die leveren misschien twee punten op. Ga je vijf dagen naar de VS, dan heb je ineens veertig punten. Dat is best een grote prikkel om wel te gaan, je vakvereniging vereist dat.’

Van Gerwen: ‘Wat je op die meerdaagse congressen veel ziet, is dat artsen die met wetenschappelijke nascholing bezig zouden moeten zijn, gewoon lopen te shoppen. Die tekenen af en gaan verder niet meer. Daar is geen enkele controle op.’

Hehenkamp: ‘We moeten naar een andere mindset toe. Wat vinden we toelaatbaar qua uitstoot? Bij elk congres moet je je afvragen: is dit een passende manier om goede zorg te bevorderen?’

Bousema: ‘Dat wordt nog lang niet door iedereen omarmd. Artsen zijn er goed in een uitzonderingspositie voor zichzelf te rechtvaardigen.

‘Daarom denk ik dat het geen zoden aan de dijk zet als we op de huidige manier voortmodderen. Raden van bestuur zullen van bovenaf veranderingen moeten afdwingen. In het Radboudumc moeten congresgangers tot een bepaalde afstand nu met de trein reizen, er gaan ook stemmen op om elke afdeling een CO2-budget te geven.

‘Collega’s zijn niet blij met mijn oproepen. Ik word voor communist uitgemaakt, een linkse dictatuur zou bepalen wat mag.’

Van Gerwen: ‘Na onze oproep in Medisch Contact kreeg ik veel mailtjes van mensen die het ermee eens waren, maar ook de shockerende reactie dat je nou eenmaal minder goed kunt vergaderen op een Waddeneiland dan in een tropisch oord.

‘Toch denk ik dat je veranderingen van onderaf kunt doorvoeren. Tijdens de jaarlijkse stafconferentie in ons ziekenhuis bleek een deel van de staf erg groen te zijn. Bovendien: in een perifeer ziekenhuis met al die vrijgevestigde specialisten kun je niets van bovenaf opleggen, iedereen is eigen baas. Toch hebben we met z’n allen besloten dat elke vakgroep haar CO2-uitstoot gaat rapporteren.’

Bousema: ‘Ik ben het ermee eens dat het besef dat het anders moet wijdverbreid is. Alle ziekenhuizen en congressen hebben green teams. Maar zodra je aan de privileges van mensen komt, gebeurt er toch niet zoveel. Congressen delen wel gerecyclede pennen uit, maar het aantal deelnemers dat komt aanvliegen groeit nog steeds.’

Hehenkamp: ‘Groene stroom in een ziekenhuis, het isoleren van de ramen, dat zal niemand raken. Het gaat om de tweede 50 procent. Dan gaat het over keuzes die pijn doen. Als wij een toekomst willen creëren voor onze kinderen, dan zal het minder leuk en minder optimaal moeten.’

Kruijff: ‘Een cultuurverandering is uiteindelijk het meest krachtig. Als 20 procent verandert, volgt de rest. De standaard moet worden: ‘Hé, vlieg jij nog naar een congres?’ Ik merk nu al dat het verandert.’

Kampschreur: ‘Juist wij artsen moeten daarin vooroplopen. Wij zijn een beroepsgroep die mensen als voorbeeld zien.’

Van Gerwen: ‘Daarna zijn er nog een heleboel sectoren die dit zouden moeten doen. Accountants hebben ook nascholing waarvoor ze de halve wereld afvliegen, die zouden allemaal de handschoen moeten oppakken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next