Home

Zeven weken na de drievoudige enkelbreuk start Ellen van Dijk op de tijdrit

Tien maanden geleden werd ze moeder, zeven weken geleden brak ze haar enkel, een week geleden werd ze fit verklaard. Zaterdag fietst Ellen van Dijk de tijdrit.

De arts zei tegen Ellen van Dijk (37): misschien kun je je beter op een realistischer doel richten, op de WK wielrennen eind september. Met een op drie plekken gebroken enkel en een daaropvolgende operatie, zeven weken voor de olympische tijdrit, leken de Olympische Spelen onhaalbaar. Van Dijk: ‘Maar ik heb me vooral voor zulke gedachten afgesloten.’

Haar rechtervoet, tot ruim boven de enkel ingezwachteld en vervolgens afgeplakt met oranje tape, rust op een stoel. Zo kan ze eventueel vocht sneller afvoeren, legt Van Dijk uit tijdens een persmoment in haar hotel in de bossen, op zo’n drie kwartier rijden van Parijs.

Wie het waagt om te vragen of ze toch niet helemaal fit is vlak voor de tijdrit van zaterdag, krijgt beslist, maar vriendelijk antwoord: ‘Zeker wel.’ Voor een brede grijns: 'Ik hoef gelukkig geen atletiek te doen, hè?’

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.

Lopen is anders dan fietsen. Sinds een week fietst ze zonder brace. Ook staand op haar pedalen heeft ze nergens last van, ze kan maximaal kracht leveren. ‘Op de laatste CT-scan zag het er goed uit, ik loop geen gekke risico’s door mee te doen.’ En dus durft ze nu ook uit te spreken: ‘Ik ben hier om mee te doen om de medailles. Maar of het lukt, weet ik natuurlijk niet.’

Voor de ventilator

De afgelopen weken kreeg ze dagelijks bezoek van de fysiotherapeut. Elke dag draaide alles om haar enkel. Ze trainde in de eerste weken na haar operatie op een hometrainer, haar rechtervoet nog in het gips. Links met 70 procent belast, 30 procent voor rechts.

‘En elk kwartier met mijn been omhoog voor een ventilator. Want gips is heel warm als je daarmee gaat fietsen.’ Soms ging ze wel drie keer per week van woonplaats Woerden naar het ziekenhuis in Amsterdam. ‘Gips eraf, kijken: gaat het goed? Gips er weer om. We hebben alles gecontroleerd, op de limiet gedaan. En gelukkig kreeg ik geen tegenslagen.’

Na drieënhalve week mocht het gips er definitief af. Cruciaal was een test, vorige week maandag, een afspraak die ze maakte met wielerbond KNWU. ‘Want ik ga hier natuurlijk niet naartoe om vijftiende te worden.’

Toen ze liet zien wedstrijdfit en competitiewaardig te zijn, kwam de ontlading. ‘Dacht ik: wow, ik ga er gewoon heen. Heel gek om dat anderhalve week voor de Spelen te weten.’

Zelfspot

Haar route naar de Spelen was al afwijkend voordat Van Dijk begin juni tijdens een trainingskamp in Spanje op een aanhanger botste en over de kop sloeg. Tien maanden geleden beviel ze van zoon Faas. Nadien zei ze al haar vizier op de olympische tijdrit te hebben, met de Spelen van Rio van 2016 in gedachten. Daar lag ze op medaillekoers, maar werd vierde op de tijdrit. Door een stuurfoutje belandde ze in de berm.

Ze praat open en regelmatig met zelfspot. Kun je uitleggen waarom je dit zo graag wil, wordt haar gevraagd. ‘Goeie vraag, ik denk het eigenlijk niet’, zegt ze direct daarop. Dan, voor een lach: ‘Soms vraag ik het mezelf ook af: waarom doe ik dit eigenlijk?’

Uiteindelijk komt het uit bij het proces, het vastbijten in een doel. Toen de arts haar probeerde te overtuigen van een ander doel, realistischer in zijn optiek, dacht ze: maar daar voel ik op dit moment geen vuur voor.

Ze wil een gooi doen naar een olympische medaille, want die ontbreekt op haar palmares. Al stelt ze wel direct: ‘Het is niet zo dat ik nu denk: als ik een medaille heb, is mijn carrière pas af, want ik ben supnerblij met mijn carrière. Dit gaat het niet maken of breken.’

Planmatig

Van Dijk houdt van plannen maken. Haar eerste individuele wereldtitel op de weg in 2013 was het gevolg van ‘project WK tijdrijden’, een computerdocument waarin ze maandenlang doelen stelde en informatie verzamelde.

Toen ze vorig jaar ontdekte dat ze zwanger was, belde ze eerst haar partner Benjamin en klopte vervolgens aan bij haar sportarts. Hoe kan ik tien maanden na de uitgerekende datum fit zijn, vroeg ze, en fietste vervolgens tot de dag van haar bevalling – op aangepast materiaal en tempo – door.

Ook na haar gecompliceerde enkelbreuk greep ze steevast naar een plan. Dan zei haar partner: ‘Wow, dit kun je nu al, moet je kijken.’ En dan zei zij: ‘Moet je kijken wat ik nog moet. De hele tijd dacht ik: ik moet verder, beter, verder.’

Ondertussen was de stelregel: als haar enkel blauw, dikker, of pijnlijk zou worden, moest ze aanpassen. ‘Maar echt pijn heeft het niet meer gedaan na mijn operatie.’

Voor haar valpartij was goud het doel. Nu houdt ze het bij het podium. Deels zelfbescherming, deels realisme. ‘Als ik hier een medaille kan winnen, zou dat echt fantastisch zijn na alles wat ik heb meegemaakt.’

Thuis op de hometrainer haalde ze inspiratie uit de Tour. Uit Jonas Vingegaard, die in april door een zware crash nog twee geperforeerde longen opliep en alle botten aan de rechterkant van zijn bovenlichaam brak, werd onlangs wel tweede in de Tour de France. ‘Ja, denk ik dan, mensen kunnen zoveel zeggen, maar kijk wat hij doet. Daar trek ik me wel aan op.’

Puck Pieterse

Op een ‘beetje een atypisch parkoers door de ondergrond’, maakt Nederlands beste mountainbiker Puck Pieterse zondag haar debuut op de Spelen. Er ligt gravel, ongewoon in het mountainbiken. ‘Je moet elke bocht opletten, maar ik vind het wel een tof parkoers.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next