Home

Pieter van den Hoogenband heeft gelijk: sport is niets zonder verhaal

Toen Chef de Mission Pieter van den Hoogenband vorig jaar zei dat het op de Spelen in Parijs niet primair om medailles draait, maar om verhalen die inspireren, kwam het altijd geniale De Speld met de suggestie Ilja Leonard Pfeijffer dan maar voor de olympische turnploeg te selecteren.

Ook elders werd Van den Hoogenband lichtelijk belachelijk gemaakt, alsof de baas van onze topsporters pleitte voor een zesjescultuur en zich zonder weerstand liet meevoeren in diezelfde maatschappelijke stroming die ook het predicaat cum laude op universiteiten wil afschaffen, omdat het allemaal veel te veel druk en stress oplevert voor onze tere kinderzieltjes.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Van den Hoogenband bedoelde uiteraard iets anders. Uit onderzoek van het Internationaal Olympisch Comité bleek twee jaar geleden dat bijna eenderde van de topsporters kampt met een angststoornis of depressieve klachten. Reden: de absurde druk waaronder ze staan van zowel coaches als publiek. Na jaren vol nieuws over grensoverschrijdend gedrag binnen het Nederlandse turnen, hockey, atletiek en roeien wilde Van den Hoogenband daarom zeggen: een gouden medaille blijft uiteraard het belangrijkste voor een sporter, maar krijgt pas echt glans in combinatie met een verhaal waar je met plezier aan terugdenkt.

Daarin heeft Van den Hoogenband natuurlijk gelijk. Als je de sport ontdoet van verhalen, blijven er uiteindelijk tweeëntwintig mannen in een korte broek over die op een grasveld met een bal spelen. Voeg je daarentegen verhalen toe aan de formule, dan kan heel Nederland opeens een verpletterend gevoel van troost ervaren wanneer Maarten van der Weijden, de langeafstandszwemmer die acute lymfatische leukemie overleefde, 10 kilometer lang door een troebele sloot in Peking ploetert.

Ook de Olympische Spelen die vandaag beginnen, barsten uit elkaar van de prachtige verhalen, stuk voor stuk metaforen voor een leven waarin je vaak struikelt, maar net zo groots en meeslepend weer op kunt staan, zoals Sifan Hassan ooit bewees in Tokio.

Neem bijvoorbeeld naar het verhaal dat straks, om klokslag drie uur, begint wanneer wielrenster Ellen van Dijk start aan haar olympische tijdrit. Meervoudig wereldkampioen Van Dijk (37), een absolute grootheid in haar sport, won nog nooit een medaille op de Spelen, maar omdat ze naast een olympische droom ook een sterke kinderwens had, beviel ze eind 2023 van haar eerste zoontje: Faas.

Carrière voorbij, zei iedereen, maar Van Dijk had daar geen boodschap aan en zat drie weken later weer op haar fiets. Dat ging uitstekend, tot ze begin juni op een stilstaande aanhanger botste en haar enkel op drie plaatsen brak.

Omdat ik samen met haar man een podcast maak, ben ik de afgelopen weken een paar keer bij haar thuis in Woerden geweest. Daar zag ik niet alleen hoe indrukwekkend de littekens op haar benen waren, maar vooral hoe gigantisch iemands doorzettingsvermogen kan zijn. Lopen kan ze nog altijd niet, maar toch trainde ze door. Als een renpaard zich net zo hard had afgebeuld als Ellen van Dijk de afgelopen weken, dan stelde Partij voor de Dieren morgen nog Kamervragen, dat weet ik zeker.

In het begin kwam ze alleen op wilskracht vooruit, straks staat Van Dijk namens Nederland aan de start van de Olympische Spelen. Of ze daar goud wint, weet ik niet en doet er dus niet eens zoveel toe. Haar verhaal gaat namelijk over de schoonheid van de poging. En die is in Van Dijks geval overdonderend groot. Of in de woorden van Pieter van den Hoogenband: die is inspirerend.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next