Home

Coming-out in een dorp: 'Voel me meer Limburger dan homo'

Amsterdam viert deze weken Queer & Pride. Maar hoe is het eigenlijk om lhbtqia+ te zijn in een dorp? Krijg je daar meer dan in een grote stad met vooroordelen te maken? Of is juist dát een onterecht vooroordeel? We spraken NU.nl-lezers Patrick, Muun en Esmee.

De zeventienjarige Muun Ubbink heeft een positieve ervaring. Hij groeide op in het "typisch Zuid-Limburgse" dorpje Meers, dat zo'n 1.250 inwoners telt. Hij woont er nog steeds. "Een sterk verenigingsleven, bruine cafés, carnaval is heel belangrijk. Je kent het wel." Muun kijkt positief terug op zijn jeugd. "Ik heb me altijd heel erg thuis gevoeld in het dorp."

Hij krijgt geen vreemde blikken op straat. "Ook niet toen ik een vriend kreeg." De enigen die er soms iets van vinden, behoren tot oudere generaties. Maar ze hebben er absoluut geen problemen mee, benadrukt hij. Wel waren er op school weleens mensen die hem vies aankeken of uitscholden. "Maar nooit mensen die ik goed kende."

Verder heeft hij het heel goed. "Ik denk weleens: misschien zelfs beter dan in de stad. Als ik in Amsterdam met mijn vriend over straat loop, dan ben ik homo, en niet meer dan dat, zo voelt het." Muun heeft ook de indruk dat hij in de stad sneller wordt lastiggevallen. "In het dorp kennen mensen me persoonlijk. Mijn homo-zijn is een van mijn honderd verschillende eigenschappen. Er zijn wel mensen die er wat van vinden, maar die houden dat dan voor zichzelf."

Een queer gemeenschap mist hij niet. "Ik voel me hier thuis, ik heb niet echt behoefte aan een meer queer vriendengroep. Ik ben wel homo, maar voel me veel meer Limburger. Voor mijn identiteit is dat belangrijker."

Hij viert dit jaar geen Pride. "Maar meer omdat dat niet uitkwam." Volgend jaar wel, als hij gaat studeren. "Ten eerste omdat dat heel leuk is. Maar ook omdat er zo veel mensen in Nederland wonen die niet het geluk hebben gehad dat ik had. Daarom vind ik dit soort evenementen heel belangrijk."

Patrick Vonk (28) groeide op in Sassenheim, een dorp vlak bij Leiden, in de Randstad. "Qua locatie zou je denken: valt mee." Toch was de ervaring in zijn jeugd "heel erg dorps". Het was een dorp met een eigen bubbel, vertelt hij. "Alles wat buiten die bubbel valt - iemand die zich anders gedraagt of er anders uitziet - moet even benoemd worden."

En Patrick was anders, volgens die bubbel. Hij was dan nog niet als panseksueel uit de kast gekomen - dat gebeurde pas op zijn twintigste - maar voelde zich wel een buitenstaander. Zo werd hij ook behandeld. Hij had veel vriendinnen en zat op dansen, in plaats van op voetbal. "Dat vonden ze raar, zeker toen." Gevolg: pestkoppen op de basisschool.

Hoewel dat negatief klinkt, was zijn jeugd lang niet altijd vervelend: op de middelbare school had hij veel vrienden. Maar toen hij op zijn twintigste zijn coming-out had, ging hij anders naar zijn dorp kijken. "Toen ik uit de kast kwam, ging ik veel reizen. Ik kreeg indrukken van andere culturen. Toen is het kortzichtige uit het dorp me echt gaan storen."

Inmiddels is hij verhuisd naar Den Haag. "Vorig jaar ging het uit met mijn ex, toen moest ik weer even bij mijn vader in Sassenheim gaan wonen." Het verschil tussen zijn nieuwe gemeenschap in de stad en zijn oude in het dorp werd hem toen extra duidelijk. Hij kreeg veel afkeurende blikken als hij met zijn korte broek en croptop over straat liep, merkte hij. "Ik was heel blij toen ik na een aantal maanden weer een huisje vond in Den Haag."

Hij gaat de komende weken dan ook Pride vieren. "Ik sta niet altijd vooraan om te laten zien dat ik geen hetero ben. Maar op zulke dagen kan dat lekker schaamteloos. Je krijgt vaak de vraag: moet dat nou zo over the top? Ik zie dat als compensatie voor alle dagen dat je niet jezelf kan zijn."

Esmee (27) groeide op in een dorpje vlak onder Leeuwarden, waar ze nog steeds woont. Binnenkort verhuist ze met haar vriendin - sinds mei zelfs haar verloofde - naar een dorpje ernaast. "Ook een heel inclusieve plek." Ze heeft een fijne jeugd gehad, vertelt ze. Haar woonplaats is een "gezellig en klein ons-kent-onsdorpje".

In 2021 kwam ze uit de kast met een foto op Instagram. Daar werd door iedereen goed op gereageerd. Misschien was ze wel eerder achter haar seksuele oriëntatie gekomen als ze meer lesbische koppels in haar omgeving had. "Ik kende vrijwel niemand met een partner van hetzelfde geslacht." Ook waren er geen Paarse Vrijdagen op haar middelbare school, of andere vormen van representatie.

Vlak na haar coming-out kreeg ze een relatie, waar ook prima op werd gereageerd. "Ik heb nooit scheve gezichten gezien als ik met mijn vriendin hand in hand liep." Maar: "Ik weet natuurlijk ook niet wat er achter onze rug om wordt gezegd. Misschien ontwijken mensen ons wel." En, zegt ze, voor lesbische koppels is het over het algemeen makkelijker dan voor mannelijke koppels.

Een queer community is er niet echt in het dorp. In Leeuwarden wel: Esmee deed af en toe vrijwilligerswerk voor COC Friesland. "Maar verder heb ik die behoefte niet echt. Ik kan goed met mijn vrienden praten, ook al zijn die niet allemaal queer. Iedereen is heel inclusief."

Merkt ze verschil tussen Leeuwarden en haar dorp? "In de stad word je wel sneller nagekeken", denkt ze. In het dorp kent iedereen elkaar, waardoor je elkaar erop kan aanspreken als er iets vervelends gebeurt. "Als ik in een dorp word nagefloten, heb ik toch sneller de neiging om mijn mond open te trekken dan wanneer dat in de stad gebeurt. Daar is die persoon heel anoniem."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next