De olympische geschiedenis barst van de bijzondere verhalen. Elke dag vertellen we er eentje. Vandaag: de opmerkelijke ontknoping van de 100 meter vlinderslag op de Spelen van 2008 in Peking.
Er zijn mensen die Michael Phelps vanwege zijn 23 gouden medailles beschouwen als de grootste olympiër aller tijden. Er zijn mensen die dit overdreven vinden, omdat de Amerikaanse zwemmer nu eenmaal actief was in een sport die wemelt van de onderdelen. En er zijn mensen die zeggen dat het eigenlijk 22 keer goud had moeten zijn.
Neem nou Milo Cavic. De Serviër is zelf in het bezit van nul olympische gouden medailles, maar dat is er in zijn ogen eentje te weinig. Cavic was dé uitdager van Phelps op de 100 meter vlinderslag bij de Olympische Spelen in Peking. In zowel de series als de halve finales was hij sneller.
De finale werd memorabel. Cavic had in de laatste meters een voorsprong en dreef met gestrekte armen op de muur af. Phelps moest ondertussen nog aan zijn laatste zwemslag beginnen, maar tikte volgens de tijdwaarneming 0,01 seconde eerder aan en veroverde zijn dertiende gouden medaille. Veel tv-kijkers hadden toch echt iets anders gezien.
Er zijn meerdere lezingen over wat er daarna gebeurde. Vaststaat dat het Servische protest werd afgewimpeld en dat Omega, dat de tijdwaarneming verzorgde, weigerde de gegevens te delen. Tel daarbij op dat horlogemaker Omega de privésponsor van Phelps was, en complotdenkers hadden voer voor hun theorieën.
Zo ver wil Cavic niet gaan. Hij is nog altijd van mening dat hij als eerste aantikte - hooguit iets zachter dan zijn tegenstander - maar zijn ongemak zit in iets anders. Cavic heeft namelijk nog nooit met Phelps gesproken. Niet over deze finale, niet over koetjes en kalfjes, niet over de diepe depressie waarin Phelps na zijn carrière belandde.
Inmiddels heeft Cavic zich erbij neergelegd dat hij de rest van zijn leven in één adem wordt genoemd met iemand die hij verder nauwelijks kent. Iemand die hij slechts vriendelijk toeknikte als hun paden elkaar kruisten. De in California geboren Serviër hoopt vooral dat zijn voormalige rivaal het geluk terugvindt.
Source: Nu.nl algemeen