Home

‘Toeristen, ga naar huis!’ Voor inwoners van populaire bestemmingen is de grens bereikt

Met een slordige 1,5 miljard toeristen is 2024 op weg alle records te breken. Het verzet tegen massatoerisme groeit, maar is de snelgroeiende sector nog te beteugelen? En moeten we dat willen? ‘De stad is steeds meer voor de bezoeker.’

Het moet een koude douche zijn geweest voor de twee vrienden die in Barcelona nou juist op zoek waren naar dat beetje zon. Terwijl ze op het terras van fastfoodketen Taco Bell zaten uit te puffen met een Oreo-dessert, richtten enkele heetgebakerde Catalanen hun waterpistolen op de breedgeschouderde zonaanbidders. Hun boodschap was er een waar geen woord Spaans bij zat: ‘Tourists go home!’

Op de Canarische Eilanden, 2.500 kilometer naar het zuidwesten, pakten demonstranten het nog wat serieuzer aan. Daar gingen elf eilandbewoners in hongerstaking om de bouw van twee luxehotels tegen te houden. De actie werd na twintig dagen gestaakt omdat de heipalen evengoed de grond in zouden gaan, maar het protest verstomde niet. Wekenlang gingen tienduizenden eilanders de straat op met de leus: ‘Canarias hebben een grens.’

Tienduizenden demonstranten

Die grens was ook bereikt op Mallorca en Ibiza en in Málaga, waar deze zomer tienduizenden demonstranten in het geweer zijn gekomen tegen massatoerisme. Ook dichter bij huis groeit het verzet: in Amsterdam dreigen vier binnenstadbewoners met een rechtszaak nu de stad de kritische grens van twintig miljoen overnachtingen in één jaar heeft overschreden.

Het ongenoegen over toerisme is niet nieuw. Al langer schreeuwen graffitileuzen op Spaanse straathoeken dat de toerist op z’n zachtst gezegd niet welkom is. Maar niet eerder waren de protesten zo massaal als dit jaar. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Na twee jaar coronastilte, waarin de steden en stranden weer voor bewoners waren, is 2024 op weg naar een nieuw record. De World Tourism Organization (UNWTO) rekent op 1,5 miljard reizigers wereldwijd.

En daar zal het niet bij blijven. Nog dit decennium zal het aantal reizigers volgens de UNWTO de 2 miljard aantikken. Daarmee is toerisme een van de snelstgroeiende sectoren. ‘Het probleem is dat het aantal bestemmingen niet net zo snel groeit als het aantal reizigers’, zegt Jan van der Borg, hoogleraar toerisme aan de KU Leuven. ‘Er komen wel wat nieuwe plekken bij, maar geen heel nieuwe Venetiës, Brugges of Mallorca’s.’

Daardoor krijgen steeds meer bestemmingen te maken met wat de hoogleraar ‘overtoerisme’ noemt. ‘De draagkracht wordt overschreden’, zegt hij. ‘Vergelijk het met een tuinfeestje. Als je 150 man uitnodigt in een tuin waar plek is voor 100 man, worden wat bloemen vertrapt. Maar als je 350 man uitnodigt, gaat het gazon onherstelbaar naar de knoppen – dat laatste is op steeds meer plekken aan de hand, of dreigt te gebeuren.’

Meer hotelbedden dan inwoners

Het is de grote paradox van toerisme: vakantiegangers gaan massaal op zoek naar authenticiteit en schoonheid, maar verwoesten die juist met hun aanwezigheid. Het gebeurde al op het idyllische Filipijnse eiland Boracay, dat door toeristen veranderde in een ‘open riool’. In Venetië, waar inmiddels meer hotelbedden dan inwoners zijn. Het gebeurt op de Wallen, waar cultureel erfgoed (de ramen) moet verhuizen omdat het te veel bezoekers aantrekt.

Het roept de vraag op of die ontwikkeling nog te stoppen is. Kan massatoerisme nog worden beperkt in een wereld met steeds minder grenzen? En moeten we dat eigenlijk wel willen?

Vooropgesteld: toerisme is niet alleen maar slecht. Sterker: lector toerisme Jeroen Klijs van de Breda University durft de stelling wel aan dat de sector ‘een grote meerwaarde’ kan hebben. Zo is toerisme goed voor 10 procent van het wereldwijde bbp. Een op de tien wereldburgers dankt zijn inkomen eraan. In Zuid-Europese landen is dat aandeel nog groter. Zo werkt een op de vijf Grieken in toerisme, net als een op de acht Spanjaarden.

Nederland doet als vijfde vakantieland van Europa niet onder. In ons land sloegen de 46 miljoen binnen- en buitenlandse verblijfsgasten in 2022 maar liefst 96 miljard euro stuk. Dat is 3,7 procent van ons nationale inkomen. Zeker 675 duizend Nederlanders verdienen hun geld dankzij het selfieschietende publiek in onder meer Giethoorn, Kinderdijk en Amsterdam.

En dan zijn er volgens Klijs nog de voordelen die niet direct in geld zijn uit te drukken. ‘Zo houden toeristen voorzieningen in stand, ook in krimpregio’s.’ Een boscafé in Vijlen kan overleven dankzij de in lycra gestoken pedaalridders die de Zuid-Limburgse heuvels bedwingen. Net zoals de supermarkt in een slaperig Frans alpendorp open kan blijven doordat toeristen er fluitend een stokbrood onder hun arm komen klemmen.

Geen wonder dus, dat reizigers sinds de opkomst van massatoerisme in de jaren zestig overal met veel enthousiasme zijn ontvangen. En dat landen als Spanje en Griekenland, maar ook een stad als Amsterdam, toerisme tot ver na de kredietcrisis als belangrijke motor zagen voor groei. Waar het nu misgaat, zo zegt hoogleraar Van der Borg, is dat tegenover al die opbrengsten steeds hogere lasten zijn komen te staan.

Stijgende prijzen

Want toeristen kosten de samenleving ook wat: denk aan extra kosten voor handhaving, vuilnisophaal, riolering, milieuvervuiling en – misschien wel het belangrijkst – stijgende (huizen)prijzen. ‘Hoe groter de overbelasting van een plek, hoe hoger de kosten’, aldus Van der Borg. Eind jaren tachtig deed de econoom al een kosten-batenanalyse voor toerisme in Venetië, de stad waar hij aan de universiteit werkt, en wat bleek: toen kon het al niet uit.

Bovendien gaat er volgens de hoogleraar nog iets mis op de balans: de verdeling van die kosten en baten. ‘Die is scheef’, zegt hij. ‘De kosten worden uitgesmeerd over heel veel mensen die weinig profiteren van toerisme: de inwoners. En de baten gaan vooral naar een klein aantal spelers dat heel sterk profiteert.’ Die spelers zijn niet zelden buitenlandse vastgoedspeculanten of hotelketens.

Van der Borgs punt werd onlangs schrijnend geïllustreerd in een artikel van de BBC. Daarin vertelt de Spaanse chef-kok César Nebrera dat hij dankzij de 3,3 miljoen toeristen op Ibiza weliswaar een baan heeft, maar dat hij toch in zijn auto slaapt. Door de komst van al die kapitaalkrachtige toeristen zijn de huizenprijzen op het eiland dusdanig gestegen, dat hij zich met zijn horecaloontje geen woning meer kan veroorloven.

Dichter bij huis schetst Jasper H. van Dijk, een van de bewoners van de Amsterdamse binnenstad die naar de rechter wil stappen, hoe die verstoorde balans eruitziet. ‘Ik heb niets tegen drukte en ik weet dat het een keuze is om in het centrum te wonen’, benadrukt hij. ‘Maar wat ik merk is dat er steeds meer voorzieningen verdwijnen. De vleeswarenwinkel is een toeristische broodjeszaak geworden, de schoenenwinkel verkoopt nu blikjes bier en waar ik kleding kocht, is nu een wafeltent. De stad wordt steeds minder van de bewoners en meer van de bezoekers.’

Disneyficatie van steden

Wat Van Dijk beschrijft, heet ook wel touristified societies of in de volksmond ‘disneyficatie’. Steden en landschappen worden zo geoptimaliseerd voor het gebruik van toeristen dat de ‘oorspronkelijke’ bewoners er steeds minder te zoeken hebben en er – in de woorden van Van Dijk – hard doorheen fietsen. Tenzij ze een wafel met Snickers zoeken, natuurlijk. Of een Delfts blauw badeendje.

Om de economische voordelen van toerisme in balans te brengen met de nadelen voor bewoners, is het volgens Van der Borg noodzakelijk dat beleidsmakers de regie nemen. Maar verblind door economische kansen grijpen die vaak pas in als het kwaad al is geschied.

Zo trok in Nederland de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) reeds in 2019 aan de bel over het totale gebrek aan politieke bemoeienis met toerisme. Het adviesorgaan constateerde destijds dat toerisme twee keer zoveel bijdraagt aan de economie als de landbouw, maar dat slechts twee rijksambtenaren zich ermee bezighielden, terwijl voor landbouw een heel ministerie is opgetuigd. ‘Toerisme werd vooral overgelaten aan de gemeenten’, zegt projectleider Douwe Wielenga. ‘Dus dan waren er in een plaats als Veere twee ambtenaren die recreatie en economie in hun portefeuille hadden, terwijl er jaarlijks 5,3 miljoen toeristen overnachten.’

Het goede nieuws, zegt Wielenga, is dat het sentiment inmiddels is gedraaid. De door de Rli geopperde ‘ministeriële commissie’ is er niet gekomen, maar het aantal rijksambtenaren is wel degelijk uitgebreid (‘het waren er op zeker moment zes’). Bovendien ziet hij dat ook gemeenten en provincies voortvarend te werk zijn gegaan. Ter illustratie wijst hij op de hoofdstad, die inmiddels een hotelstop heeft ingevoerd en het aantal riviercruises per 2028 wil halveren.

Niet alleen de Mokumse gemeenteraad is wakker geschrokken. Overal ter wereld nemen beleidsmakers inmiddels maatregelen om de uitwassen van massatoerisme te beteugelen. Zo vraagt Venetië op drukke dagen 5 euro toeristenbelasting aan bezoekers. Wie de stadsmuren wil betreden van het Kroatische Dubrovnik – dat na Game of Thrones werd overlopen door ‘Thronies’ – moet dieper in de buidel tasten: bijna 30 euro.

Ook in Barcelona, waar zo fel werd geprotesteerd, wordt actie ondernomen: per 2028 wil het alle tienduizend Airbnb-vergunningen intrekken. Het Japanse Fujikawaguchiko probeert ondertussen met een metershoog scherm de berg Fuji aan het zicht te onttrekken, om zo te voorkomen dat TikToktoeristen zich er massaal verzamelen voor een selfie met de berg op de achtergrond. Nog rigoureuzer is het Italiaanse stadje Portofino: dat deelt boetes van 275 euro uit aan toeristen die te lang treuzelen om zichzelf op de kiek te zetten.

‘Reizen is nu veel te goedkoop’

Toch durft vrijwel geen land of stad het aan om écht het mes in eigen vlees te zetten, en veel hogere prijzen te gaan rekenen voor het vliegen of verblijf. Behalve dan Bhutan, dat onlangs een toeristenbelasting van 200 dollar per dag invoerde. ‘Vanuit een economisch perspectief zou je wel kunnen zeggen dat dergelijke beprijzing het effectiefst zou zijn’, zegt Klijs. ‘En eigenlijk is reizen nu ook veel te goedkoop, als je alle negatieve impact meerekent.’

Toch is de toerismeonderzoeker de eerste om toe te geven dat het vanuit sociaal oogpunt nogal wat zou zijn, om vijftig jaar na de opkomst van massatoerisme het reizen weer een aangelegenheid voor de elite te maken. Dat zou bovendien voorbijgaan aan die andere grote paradox van toerisme: dat niemand van toeristen houdt, maar vrijwel iedereen tegenwoordig een toerist is. Vooral Nederlanders, die met 2,5 keer per jaar het vaakst op vakantie gaan van alle Europeanen.

Dus de Amsterdammer die zich opvreet over de Britten die zijn stad in een hengstenbal veranderen, is zelf misschien mede debet aan het feit dat Bali een onbetaalbaar yoga-oord is geworden. Volgens de Amerikaanse journalist Paige McClanahan, die hierover het vorig maand verschenen boek The New Tourist schreef, liggen er kansen bij die realisatie: wat doe je zelf?

Want natuurlijk ziet niemand zichzelf als de toerist die met een afritsbroek en verbrande kuiten van Argentijns steakhouse naar budgetpizzeria zwalkt, maar we maken wel degelijk keuzen die bestemmingen beïnvloeden. Dat betekent volgens McClanahan niet dat mensen moeten stoppen met reizen, maar wel dat we ‘een betere toerist’ moeten worden. ‘Laat de vakantie iets minder draaien om jezelf en meer om de plek die je bezoekt’, aldus de auteur.

Bewuster reizen

Hoogleraar Van der Borg denkt ook dat de consument een verantwoordelijkheid heeft om bewuster te reizen – ‘en ik denk dat jongeren daarin al een stuk beter zijn dan boomers als ik’. Maar het is wel aan beleidsmakers en ondernemers om het beste uit die toerist te halen, vindt hij. ‘Verleid ze tot betere keuzen. Zeg: Venetië in de zomer met 40 graden is niks, kom over een maand. Creëer nieuwe verhaallijnen, want je kunt Rembrandt ook ergens anders zien dan in Amsterdam.’

Een mooi voorbeeld zag de hoogleraar in Florence, waar het bekende Uffizi-museum een aantal miljoenenwerken verspreidde over kleine musea in de regio – en daarmee ook de toeristen. Dergelijke maatregelen zullen massatoerisme niet stoppen, maar kunnen de druk op bepaalde plekken wel verlichten.

Er moet in ieder geval iets gebeuren, zegt de hoogleraar. ‘Dat is uiteindelijk ook in het belang van de sector zelf, want als het zo doorgaat en inwoners recalcitrant worden tegen hun klanten, dan ben je de kip met de gouden eieren aan het slachten.’

Moet Amsterdam vrezen voor de rechter?

De strijd tegen toerisme wordt in Amsterdam een stuk diplomatieker gevoerd dan in Spanje, waar toeristen met waterpistooltjes werden verjaagd. Daar zinnen twee binnenstadbewoners op een rechtszaak omdat de hoofdstad vorig jaar een recordaantal van 22 miljoen toeristenovernachtingen telde. Dit is volgens een van die bewoners, Jasper H. van Dijk, in strijd met de verordening die de gemeenteraad in 2021 heeft aangenomen. Daarin sprak het stadsbestuur af om dit aantal te beperken tot 20 miljoen. ‘Er is een grens aan hoeveel de stad aankan’, zegt Van Dijk. ‘En die grens is nu overschreden. Dat betekent dat de gemeente meer maatregelen moet nemen.’

Reizen voor de steeds grotere massa

Met twee tot drie vakanties per jaar, waarvan een groot deel in het buitenland, is reizen voor veel Nederlanders een traditie geworden. Maar tot ver in de 20ste eeuw was het helemaal niet zo vanzelfsprekend om op vakantie te gaan: vrije dagen waren er nauwelijks en wie wel de tijd had, had vaak niet het geld voor een buitenlandse reis. Als de arbeider er al op uit trok, dan was het met de fiets of tram naar familie en vrienden in de buurt.

Dat veranderde ingrijpend in de jaren zestig en zeventig. Nieuwe technologieën als het vliegtuig, en de toegenomen welvaart, maakten het voor steeds meer middenklassers mogelijk de grens over te steken. Ze kregen er bovendien de tijd voor door de invoering van twee weken wettelijk verlof. In 1987 overtrof het aantal buitenlandse vakanties volgens het CBS voor het eerst de binnenlandse.

Sindsdien is de reissector wereldwijd geëxplodeerd. Die groeit jaarlijks harder dan de wereldeconomie (op enkele crisis- en pandemiejaren na) en dat zal ook nog wel even zo blijven. De middenklasse in Azië en Afrika groeit en de verwachting is dat ook deze mensen zullen gaan reizen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next