De vaak jonge verzetsstrijders in Myanmar gebruiken graag drones om het veel beter bewapende staatsleger gevoelige slagen toe te brengen. ‘We kunnen een legerpost uitschakelen zonder ook maar één strijder naar voren te sturen.’
In een donker hutje van bamboe en palmbladeren, ergens tussen de groene rijstvelden en steile karstbergen van oostelijk Myanmar, oefenen vier jonge rebellen in het besturen van drones. Geen kalm zwevende cameradrones zoals die soms rondzoemen op toeristische plekken, maar razendsnelle en zeer wendbare toestellen met first person view (FVP). Op hun laptops, gevoed door zonnepanelen, scheren de jongens dwars door virtuele gebouwen en onder viaducten door.
Niet voor de lol, maar om te oefenen hoe ze binnenkort een handgranaat bij een legerpost of in een loopgraaf kunnen afleveren. Dan is het game over voor de soldaten die daar zitten, en voor de drone. De rebellen strijden tegen het regeringsleger, dat in 2021 middels een militaire coup een einde maakte aan de vrijheid die ze kenden onder Aung San Suu Kyi.
Over de auteur
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.
De dronestrijd is onderdeel vanhet nieuwe normaal aan militaire fronten wereldwijd: commercieel verkrijgbare drones van pakweg 500 euro die een tank of raketinstallatie van meer dan een miljoen euro kunnen uitschakelen. Handige piloten vliegen vanaf kilometers afstand, veilig op een stoel met een virtual-realitybril op, zó door het dakluik van een pantserwagen of door de ingang van een schuilkelder.
Ook in Myanmar zetten de vaak jonge vrijheidsstrijders graag drones in tegen het veel beter bewapende staatsleger. Zoals grote landbouwdrones, die tot 40 kilo aan explosieven kunnen vervoeren om vervolgens ergens los te laten.
‘De drone is een gamechanger’, zegt de 25-jarige commandant Nanda Aung. Hij wist op een hexacopter, een drone voorzien van zes rotoren die wordt getest op een veldje verderop: ‘Daarmee kunnen we een legerpost uitschakelen, zonder ook maar één strijder naar voren te sturen.’
Aung, die tot voor kort werkte bij een ict-bedrijf in de provinciestad Loikaw, heeft net een nieuwe groep rekruten toegesproken in de krappe bunker onder zijn werkplaats. Want ook het Myanmarese leger gebruikt drones en zoekt permanent naar doelen om te bombarderen.
Zijn boodschap voor nieuwkomers: iedereen kan dit leren, kennis van techniek of van de Engelse taal is niet nodig. Naast de trap heeft een rekruut zijn beenprothese laten staan. Aung: ‘Iedereen hier is al soldaat geweest.’
De drone-eenheid van de Karenni National Defence Force, een van de tientallen gewapende verzetsgroepen in Myanmar, is populair onder strijders. Mede dankzij filmpjes op sociale media, waarin legerposten worden opgeblazen alsof je naar een actiefilm kijkt. De beelden worden verspreid om donateurs te trekken.
‘We kopen onze drones in China’, zegt ondercommandant Kent (25). De voormalige student mechatronica maakt – met hulp van YouTube – zelf met servo’s (een soort motortjes), tiewraps en stukken pvc-pijp het mechanisme om explosieven te kunnen vervoeren en loslaten.
Hij tikt met de punt van zijn schoen tegen een grote glimmende bom op de grond. ‘Die krijgen we van de noordelijke alliantie.’ Die strijdgroep uit een naastgelegen provincie, beschikt over eigen wapenfabrieken. ‘Hier zit 8 kilo springstof in, genoeg om een klein gebouwtje op te blazen.’
De uitdaging zit ’m volgens Kent in de krachtige stoorzenders van het leger. ‘Die verstoren het gps-signaal, waardoor de drone een beetje doelloos gaat rondzweven.’
Soms komt de vliegmachine nog terug, soms stort die neer door een lege batterij. ‘We hebben op die manier al twintig drones verloren.’
Vandaag experimenteert Kent met een zelfontwikkelde upgrade. ‘We proberen de drones minder afhankelijk te maken van gps door camera-sensoren toe te voegen.’
Wat ook helpt: eerst enkele FPV-kamikazedrones sturen om de stoorzenders te beschadigen. ‘Die gaan zo hard dat ze toch nog hun doel bereiken.’ Afgelopen maand is zijn eenheid 46 keer ingezet. ‘Ik schat onze slaagkans op 60 procent, dus dat kan nog omhoog.’
Een speciale rol is weggelegd voor een jonge vrouw in uniform met een grote bril op haar neus. ‘Ik regel de logistiek’, zegt de 25-jarige Mave (een nom de guerre). Zij studeerde economie in het buitenland, tijdens de zeldzame vrije jaren tussen 2016 en 2021. ‘Ik verloor mijn vrijheid en ik besloot me aan te sluiten bij het verzet.’
Nu bestelt Mave online drones en onderdelen in China en smokkelt die via Thailand haar land in. ‘Ik weet dat de inlichtingendienst mij zoekt. Dus schrijf mijn echte naam maar niet op.’
De enige rebel op leeftijd is de 52-jarige Daw Than Than Aye, in een bloemetjesjurk en met knotje, die chilipepers staat te snijden in de keukentent. ‘Ik zei meteen ja toen mijn oudste zoon vroeg of hij zich bij het verzet mocht aansluiten’, zegt Aye. ‘Als ik in zijn schoenen had gestaan, had ik hetzelfde gedaan.’
Zij weet nog goed hoe haar leraar in 1988 ging demonstreren en drie dagen later in de gevangenis belandde. ‘Naar zo’n land willen we niet terug.’
Toen ook haar jongste zoon naar het front vertrok, besloot zij hem te volgen. ‘Waarom zou ik alleen thuis blijven? Stel je voor dat ik hun gezichten nooit meer zie!’ Nu kookt Aye voor alle strijders in het kamp. Met een glimlach: ‘De leiding vond het goed. Ik ben nu de moeder van de hele eenheid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant