Met bijzondere mascottes proberen olympische organisatiecomités op te vallen, iedere Spelen weer. Een knuffeldier is velen te eenvoudig. Ook Parijs. Maar is dit revolutionaire vrijheidsmutsje niet wat al te abstract ontworpen?
Een poedel, een kwartel, een blonde koe of ander dier dat associaties oproept met Frankrijk – het leek de organisatoren van de Zomerspelen te gewoontjes. Doorgaans hebben olympische mascottes het uiterlijk van een knuffeldier, maar Parijs heeft een andere keuze gemaakt. Hun mascotte vertegenwoordigt volgens voorzitter van het organisatiecomité Tony Estanguet ‘een ideaal’.
Voor niet-Fransen lijkt de vorm van dat ideaal nog het meest op de rode muts van Grote Smurf, met de voorover geknakte top. Maar de Parijse mascottes zijn de Phryges (spreek uit: ‘fri-zjuh’), vernoemd naar het hoofddeksel dat anti-monarchisten droegen ten tijde van de Franse Revolutie. Het symboliseert vrijheid.
Over de auteur
Mark van Driel schrijft sinds ruim twintig jaar voor de Volkskrant over olympische sporten als tennis, schaatsen en atletiek.
De muts is voorzien van ogen en een lachende mond en heeft oorkappen die dienstdoen als armen. Onder de rand van het hoofddeksel steken benen uit. In de paralympische variant heeft de mascotte zelfs een kunstbeen, een primeur in de geschiedenis van de olympische knuffels. Hij is in klein formaat te koop voor 15 euro, en wordt in groot formaat tot leven gewekt door mensen.
In hun verlangen naar originaliteit en symboliek volgen de Fransen eerdere olympische comités die met wisselend succes kozen voor cyclopen (Londen, 2012), sneeuwvlokjes (Nagano, 1998). Griekse goden (Athene, 2004), fantasiefiguren (Rio de Janeiro, 2016), mythische figuurtjes (Vancouver, 2010) of zelfs levende kinderen (Lillehammer, 1994).
De levende muts verschilt hoe dan ook flink met het eenvoudige begin van de olympische mascotte, bij de Winterspelen van 1968 in Grenoble. Daar dook voor het eerst een officieus ‘karakter’ op. De ontwerper had slechts één nacht. Het resultaat: een klein poppetje op ski’s genaamd Shuss, met een groot, rond hoofd, versierd met de olympische ringen.
Daarna werd het snel serieuzer. In 1972, bij de Zomerspelen van München, werd voor de teckel Waldi gekozen, vanwege de populariteit van het hondenras in Beieren. Het werd de opmaat tot een reeks van dieren die vaak een binding hadden met de organiserende stad of streek. Een bever in Montreal (1976), een wasbeer in Lake Placid (1980), een beer in Moskou (1980), een wolf in Sarajevo (1984). De Winterspelen van Milan en Cortina (2026) hebben twee hermelijntjes, broer en zus.
Liefst 14 van de 28 comités hebben die veilige weg bewandeld, waarbij vaak een prijsvraag werd uitgeschreven onder ontwerpers. Soms koos een jury de winnaar, soms het publiek. Steeds vaker werden de ontwerpen en namen voorgelegd aan zogeheten focusgroepen, om hun potentiële populariteit te testen. De namen zijn steevast kort en hebben veel klinkers: bever Amik, wasbeer Roni, beer Misha, wolf Vucko, adelaar Sam, ijsberen Hidy en Howdy (het eerste duo), tijger Hodori.
Hoewel de keuze vaak viel op roofdieren, hielden alle ontwerpers zich aan de regel dat mascottes in feite knuffeldieren zijn. De beer, de wolf, de adelaar: allen werden ze bewust zo vriendelijk mogelijk vormgegeven. Zo werd de Amerikaanse adelaar Sam – een ontwerp van cartoonproducent Disney – bij de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles volgens CNN zo ‘klein, stomp en zacht’ mogelijk gemaakt, om zo in de smaak te vallen bij kinderen.
Het Internationaal Olympisch Comité ziet de rol van mascottes als sfeerverhogend. Ze moeten helpen een ‘feestelijke sfeer’ te scheppen op olympische locaties.
De organisatie hoopt er vaak aan te verdienen. Als het wezen populair is, kan het tientallen miljoenen aan inkomsten opleveren. Bij de Zomerspelen van Tokio (2020) werden de inkomsten van twee Pokémon-achtige wezentjes vooraf geschat op 130 miljoen dollar. Het is onduidelijk of dat bedrag is gehaald, aangezien corona die Spelen flink verstoorde.
Slaat de keuze niet aan, dan kan die hoon de financiële tegenvaller verergeren. Zo werd de onduidelijk vormgegeven Izzy bij de Zomerspelen van Atlanta (1996) vergeleken met een ‘spermatozoïde op gympen’.
Maar die mislukking kon de trend voor iets anders te kiezen dan een knuffeldier, niet keren. Albertville (1992) kende een gnoom in de vorm van een ster, Nagano (1998) een sneeuwvlok in de vorm van een uil, Turijn (2006) een sneeuwbal en een ijsblokje, Beijing vijf gelukspoppen (2008) en Tokio dus Pokémon-achtige ruimtefiguren (2021).
Het bontst maakte Londen (2012) het, door te kiezen voor een cycloop. Wenlock viel niet in de smaak, mogelijk vanwege de verregaande pretentie van het ontwerp. Hij was – zo luidde het verhaal – gemaakt van staaldruppels. Het licht op zijn hoofd zou doen denken aan de beroemde Londense taxi’s, zijn voorhoofd zou de vorm van het olympisch stadion hebben en zijn (enkele) oog zou een camera symboliseren. De beurskoers van de speelgoedfabrikant kelderde flink, schreef The Guardian.
De Britten negeerden enkele basisregels rondom het ontwerp van de mascotte, menen experts. Het helpt als mascottes schattig en aaibaar zijn, speels maar niet gevaarlijk, energiek en grappig. En, ook belangrijk: ze zwijgen om te voorkomen dat kinderen kunnen schrikken van een diepe of schrille stem. Communiceren doen ze uitsluitend via gebaren en andere lichaamstaal.
Dierenmascottes doen het beter dan minder herkenbare verschijningsvormen, blijkt uit onderzoek. Die worden ‘significant hoger’ gewaardeerd, ook als het gaat om de ‘verkoopintentie’ van mensen, concludeerden drie onderzoekers in 2022 in een analyse van olympische mascottes in de International Journal of Sport Communication uit 2022.
Maar wat dat belooft voor de Franse Phryges? Weinig goeds, zo valt te vrezen. Daar komt nog bij dat de olympische vrijheidssymbooltjes in mutsvorm in tegenstelling tot de grote woorden over idealen, nauwelijks in Frankrijk worden geproduceerd. Dat gebeurt vooral in het onvrije China.
3x Olympische mascottes
• De Russische beer Misha ging als eerste mascotte de ruimte in. Hij verbleef op het ruimtestation Salyut 6. Tijdens de sluitingsceremonie van de Spelen van Moskou (1980) verliet hij het stadion met behulp van ballonnen.
• Bij de Winterspelen van Lillehammer (1994) speelden levende kinderen twee 13de-eeuwse figuren: koning Haakon en prinses Kristin. Uit meer dan tienduizend aanmeldingen werden zestien kinderen van 10 en 11 jaar gekozen om ‘levende mascottes’ te spelen.
• Verschillende olympische mascottes hebben een tweede leven gekregen als populair strip- of cartoonkarakter. De Zuid-Koreaanse tijger Hodori won zelfs de prijs voor het beste jeugdboek.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant