Home

Sinds het naastgelegen planetarium werelderfgoed is, is het drukker dan ooit bij De Stadstuin in Franeker

Kees van Unen eet deze zomer op toeristenplekken. Deze week: bij Brasserie De Stadstuin naast het Eise Eisinga Planetarium is de appeltaart buitenaards goed.

Wat: Brasserie De Stadstuin
Waar: Eise Eisingastraat 2, Franeker
Eten en sfeer: Lokaal, gemoedelijk en gebroederlijk naast het planetarium

19 september vorig jaar, in Franeker trilde de lucht. Dik twintig jaar na de eerste flirt doopte Unesco het planetarium van Eise Eisinga officieel tot werelderfgoed. ‘In de bewegende hemellichamen boven ons zien we niet alleen de wetten van de kosmos, maar ook de tijdloze schoonheid van kennis, verbeelding en de drang om te begrijpen’, zei Luzette Kroon, voorzitter van de Stichting Werelderfgoed Nederland. Superlatieven dus, complimenten, heel veel aandacht en: champagne.

Die vloeide niet in het planetarium zelf, maar daarnaast, in Brasserie De Stadstuin, waar ze even daarvoor nog live in de keuken op een telefoon naar de uitspraak van Unesco hadden gekeken alsof het een wedstrijd van het Nederlands elftal was. Maar wat gevoel betreft dan nog eens keer honderd, zegt Geke Terpstra.

Zij schonk de champagne en runt de boel bij De Stadstuin, een beeldschoon pand uit 1745, nog vol met zwierige art-deco-elementen. Een vrolijke overdagzaak is het, met inderdaad een stadstuin waar het nogal zomer is, net als op het terras aan de voorkant. Vanaf dat terras zien we wat Unesco heeft gedaan: toeristen, heel veel en overal vandaan, ook op een landerige zondagochtend.

Eisinga’s wonder

Als we even later Eisinga’s wonder – een eeuwenoud maar nog altijd werkend, mechanisch model van het zonnestelsel, zelf bedacht, berekend en gebouwd in zijn woonkamer – met eigen ogen aanschouwen, dan doen we dat samen met Amerikanen, Duitsers, een Koreaans stel en een Franse man die niks van de uitleg verstaat maar wel de betovering op z’n gezicht heeft staan.

Dat blijft het mooist, zei Terpstra even daarvoor nog: wat het doet met mensen als ze net bij de buren zijn geweest. Ze zijn vervoerd, verwonderd, en Terpstra is dan weer trots, elke keer. Wat wil je ook? Geboren bij het Elfsteden Bruggetje om de hoek, opgegroeid met de taal, de vlag, het kaatsen – én het planetarium, dat dus ook een beetje van haar voelt.

Nu kwamen de mensen daar al op af, maar sinds vorig jaar is het drukker dan ooit. Ook bij De Stadstuin, dat niet bij het planetarium hoort maar toch weer wel, want de gebouwen zijn verstrengeld geraakt en hebben allebéí een geschiedenis die het vertellen waard is. Wie kent die van ons, vroeg Terpstra aan het personeel toen ze hier zeven jaar geleden aan de slag ging. Glazige blikken kreeg ze, dus niet veel later stonden de nazaten van de illustere Friese koffiefamilie Van Balen in de zaak met zwart-witfoto’s uit de tijd dat ze vanuit dit pand hun koffiehandel runden – de oude koffiemolens in de winkel zijn er een voortreffelijke herinnering aan. En extra mooi: Van Balens koffie wordt er geserveerd.

Steeds die trots

Met trots, steeds die trots. Daar hoort voor Terpstra ook bij dat ze een beetje mee wil met de tijd. Havermelk, niet te veel vlees op de kaart: nobele dingen. Zo werd ze opgevoed, alles voor een betere wereld. Of planeet, zegt ze, want zo’n ruimtelijke kwinkslag is snel gemaakt. Toen ze een nieuwe chef zocht, schreef ze een advertentie met de tekst: ‘Kook jij de sterren van de hemel?’

De pannenkoeken zijn vernoemd naar Pluto, Neptunus, Mars en de Melkweg. We nemen die laatste, met spinazie, tomaat, champignons, tapenade en geitenkaas van De Molkerei, een Friese geitenboerderij. Lokaal als het kan, vindt Terpstra. Dus komt het meel voor de pannenkoeken van Molen ’t Lam, de oudste korenmolen van Friesland. Voor de wentelteefjes gebruiken ze Fries suikerbrood, of sûkerbôle, want we zijn nu eenmaal in het land van dakjes op klinkers. De kaas – tsiis – voor de tosti’s komt uit de buurt en het brood bakten ze eerst nog zelf, maar het werd zó druk, dus nu komt het van een paar straten verderop: bakkerij Siesling.

Grijze golf

Lokaal dus, en een beetje van nu graag. Dat wil Terpstra, maar eerlijk is eerlijk: de gemiddelde leeftijd van de klandizie is hoog. De grijze golf noemt ze het, en die wil vaak toch gewoon een twaalfuurtje of een punt appeltaart. Prima, dacht ze, maar dan doen we die appeltaart wel buitenaards goed. Met friszure appels uit de buurt, met donkerbruine basterdsuiker. Nu zijn er mensen die er een keer per week speciaal voor uit Harlingen komen fietsen. Acht kilometer, kosmisch stelt het niks voor, maar in Friese fietskilometers is het toch best een bits eind.

Eigenlijk heeft Terpstra dat het liefst, de Fries een beetje meenemen. Naar voren, niet blijven hangen in wat was, al was het mooi. Beweging, dat is de kunst, ook al gaat het nog zo langzaam. Kijk maar naar de draaiende hemellichamen van Eisinga, die je nooit ziet draaien. Net als in het heelal zelf, waar wetenschappers die beweging toeschrijven aan onzichtbare, donkere materie. En dan de kosmos van De Stadstuin, waar de beweging voor vooruitgang staat, naar lokaler, naar beter voor de wereld en naar lekkerder. Dat gaat zonder donkere materie, maar met Geke Terpstra en een andere, Friese, Franeker oerkracht: trots.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next