Bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen hoef je vrijdagavond niet te zoeken naar Femke Bol, Harrie Lavreysen of Marrit Steenbergen. Net als bij voorgaande edities laten veel Nederlandse atleten het openingsfestijn aan zich voorbijgaan.
Met tegenzin vertelde hockeybondscoach Jeroen Delmee zijn spelers enkele weken geleden dat zij de unieke openingsceremonie over de Seine moeten overslaan. "Ik vind dat als het kan, je erheen moet", zegt de oud-hockeyer tegen NU.nl.
Nederland zal bij het spektakel op de Seine met zeventig sporters aanwezig zijn. Dat is een klein deel van de 275 Nederlandse sporters (exclusief reserves) die de komende weken in actie komen in de Franse hoofdstad.
Delmee was zelf in 2008 in Peking vlaggendrager en glundert als hij erover praat. "Als je daar rondloopt, krijg je gewoon een shot adrenaline. Dan heb je écht het gevoel dat je het hebt gehaald. Alle bloed, zweet en tranen zijn niet voor niets geweest."
Die "olympische boost" had Delmee zijn eigen spelers graag gegund, maar het programma laat het simpelweg niet toe. De hockeyploeg moet net als veel andere atleten al in het openingsweekend spelen. Bovendien zijn veel sporters nog niet eens in Parijs.
Baanwielrenner Roy van den Berg heeft geen seconde overwogen om naar de openingsceremonie te gaan. "Als ik mezelf de vraag stel of ik sneller word van uren op een boot, is daar makkelijk antwoord op te geven. Nee, natuurlijk niet."
De afgelopen jaren omcirkelden steeds minder atleten de openingsceremonie in hun agenda. Zo waren in 2016 in het Maracanã-stadion in Brazilië slechts tachtig mensen namens TeamNL aanwezig. Dat waren atleten inclusief begeleiders. Bij de corona-editie in Tokio waren dat er drie jaar geleden nog minder.
Van den Berg komt met Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland pas op 5 augustus voor het eerst in actie. Zij zijn daarom nog niet eens in Parijs. "Maar als we er wél waren, zouden we niet gaan", voegt Lavreysen toe. "We hebben één doel en daar moet alles voor wijken."
Bol hoeft net als de baanwielrenners op z'n vroegst pas eind volgende week aan de bak, maar ook de atlete is niet van plan om te gaan. "Het lijkt me best vermoeiend", vertelt ze. "Bij de vorige Spelen heb ik vanuit bed gekeken en dat was leuk."
Hoogland: "Eigenlijk laat de professionalisering het niet toe. Dat magische gevoel is vooral voor buitenaf. Voor toeschouwers is het iets groots, maar voor de prestatie heeft het geen meerwaarde. Plus: op de televisie kan je het allemaal hartstikke mooi zien."
Het spektakel wordt over de hele wereld naar verwachting door meer dan een miljard mensen bekeken. Ook in het olympisch dorp zal de tv ongetwijfeld aanstaan. De één doet dat uit eigen beweging. Voor de ander is de keuze gemaakt, zoals bij de zwembond.
Zwemster Steenbergen staat de ochtend na de openingsceremonie aan de start bij de estafette. "Het programma heeft eigenlijk de keuze gemaakt", zegt ze. "Ik ben hier om te sporten, dus ik heb geen seconde getwijfeld. Bovendien is er één lijn getrokken. Er gaat niemand van het zwemmen."
Stan Pijnenburg is de dupe van dat besluit. De zwemmer is al in het olympisch dorp, maar zijn eerste wedstrijd is op 3 augustus pas. "Ik baal er echt van", vertelt hij. "Maar ik snap het ook. Ik moet solidair zijn naar m'n ploeggenoten."
Waarom hij solidair wil zijn? "Het is niet zo dat ik een hotelkamer heb en dat ik met m'n kamergenoot kan afspreken dat we gaan. We komen hier een ruimte binnen waar anderen je ook horen binnenkomen en weggaan."
Delmee vindt het jammer dat weinig sporters naar het openingsspektakel kunnen gaan. "Dit is het nadeel van de professionalisering", zegt hij. "De charme verdwijnt. Het gaat alleen nog maar om presteren. En als je klaar bent, ga je snel weg om anderen niet tot last te zijn. Vroeger kreeg je veel meer van de Spelen mee dan nu."
Source: Nu.nl algemeen