Home

Vermoedelijke logica: wie Israël bestaansrecht gunt, staat per definitie achter al zijn daden

Verbluffend, evenzogoed, hoe oeroude vijandbeelden terug zijn van misschien wel nooit weggeweest.

Eerst was daar Nijmegen4Palestine dat landelijk de aandacht trok. Met gepaste trots kondigde dit clubje aan om tijdens de Nijmeegse Vierdaagse de stoet hoogstpersoonlijk te scannen op IDF’ers – militairen van het Israëlische leger. Dat wilde het doen door ‘geweldloze burgerwachten’ langs de route op te stellen. Mochten zij Israëlische militairen spotten dan zouden ze hen verzoeken ‘de stad te verlaten’.

Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Niet eens zo heel erg in de verte deed de voorgenomen strategie denken aan de tijd dat andere zelfbenoemde betweters in dit land bepaalden wie er deugden en wie niet, wie er mee mochten doen en wie niet.

Historische onnozelheid, hoor ik u tegenwerpen. Weten die jongelui veel. Wellicht, wellicht. Alleen wist Nijmegen4Palestine evenmin dat IDF’ers al sinds de jaren zestig niet meer meewandelen in de Vierdaagse. Dit weerhield de activisten er overigens niet van om tóch langs de route te staan, met op hun spandoeken: ‘No war criminals in Nijmegen’, en: ‘IDF are terrorists’. Waarom het IDF niet deelnam aan de Vierdaagse wisten ze dan weer wél.
‘Vermoedelijk druk met het plegen van genocide’, schreven ze op Instagram.

Ach ja. Ruim 3.000 veilige kilometers verderop verzetsheldje spelen terwijl je van je gezond niet weet – voor sommige lieden is en blijft het een onweerstaanbaar concept.

Niet alleen in Nijmegen kunnen ze er wat van. Vrijwel tegelijkertijd was er gedoe rond de Amsterdamse Pride Walk, afgelopen zaterdag. Medeorganisator Queer Amsterdam, vurig aanhanger van het intersectionele gedachtegoed, liet in de aanloop ervan weten dat Israëlische vlaggen er niet welkom waren. Dat ontstemde de hoofdstedelijke burgemeester én de verantwoordelijk wethouder. Waarop de zwaar gesubsidieerde organisatie lafjes liet weten verkeerd begrepen te zijn en zich terugtrok. Wel noemt de website nog steeds ‘zionisme’ in één adem met onverkwikkelijkheden als, ik citeer, ‘racisme, anti-zwart racisme,
seksisme, validisme’, ‘islam fobie, vetfobie, homo- en transfobie, haat of bejegening tegen sekswerkers en antisemitisme’.

Geen wonder dat queers met Israëlische vlaggen zaterdag tijdens de Pride Walk de volle laag kregen. ‘Say it loud, say it clear: we don’t want Israeli here’, schreeuwden mededeelnemers ze toe. En: ‘No pride in genocide.’ Vermoedelijke logica: wie Israël bestaansrecht gunt, staat per definitie achter al zijn daden. Dus zijn Israëliërs per definitie ongewenst.

En nee, dat Israël vooralsnog de enige natie is in het gehele Midden-Oosten waar
queers in alle vrijheid kunnen zijn wie ze willen zijn maakt op intersectionalisten beslist geen indruk. Integendeel. In een interview met Het Parool noemde Queer Amsterdam dit ‘pinkwashing’: Israël zou lhbti’ers alleen tolereren om zijn ‘handen schoon te wassen’. Oftewel: het houdt zijn ware bedoelingen sluw verborgen achter een masker van welwillendheid – waar ben ik dat beeld toch eerder tegengekomen.

Nu kun je de schouders ophalen over een relatief klein clubje activisten dat meent het morele gelijk aan zijn zijde te hebben. Maar dat is een beetje dom. Hun drammerij blijft immers niet zonder gevolgen. Met een soepelheid die ik vóór 7 oktober voor onmogelijk had gehouden, vinden de vijandbeelden die zij oppoetsen hun weg naar de burgerlijke bovenwereld.

Zo noemde het NRC-commentaar afgelopen weekend ‘het gemak waarmee Israël bereid is de levens van willekeurige Palestijnse burgers op te offeren’ in zijn jacht op de leiders van Hamas ‘verbijsterend’. En betoonde cartoonist Jos Collignon zich in het afscheidsinterview met deze krant verheugd over het feit dat je het tegenwoordig weer gewoon over de Joodse lobby kunt hebben (‘inclusief Asscher’).

Israël als geestdriftig mensenofferaar, als oppermachtige influencer die achter de schermen aan alle touwtjes trekt – alweer herinnert het aan clichés uit een niet eens zo heel ver verleden.

Natuurlijk, van mij mag iedereen vinden wat-ie vindt en zeggen wat-ie zegt. Als ik mag terugverlangen naar de tijd dat je het niet in je hoofd zou halen zulke klepkolder uit te kramen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next