In een interview met weekblad EW pleit Pieter Omtzigt ervoor de rol van het koningshuis nog wat verder in te perken. Ik moest het stuk een paar keer doornemen, want op de een of andere manier glijdt mijn blik bij teksten van Omtzigt altijd over de regels zonder ze echt te lezen, maar volgens mij vindt hij het volgende: het is goed dat iemand als prinses Laurentien slachtoffers van de toeslagenaffaire probeert te helpen, maar het is nog veel beter als mijn eigen NSC-staatssecretaris voor Toeslagen straks met alle eer kan strijken.
Daarom acht Omtzigt het verstandiger dat leden van het Koninklijk Huis zich voortaan beperken tot ‘hun eigenlijke, hoofdzakelijk ceremoniële taken’. De koning mag dus gewoon lintjes blijven knippen, als hij maar niet zelf bepaalt welk lintje hij knipt.
Politici die ervoor pleiten de macht van de Oranjes in te perken, vormen natuurlijk een constante in onze geschiedenis. Sterker nog: het is een klein godswonder dat Nederland als een van de laatste landen ter wereld wordt bestierd door een koning. Als er namelijk ergens een ingebakken drang tot maatschappelijke nivellering bestaat, dan is het hier. Volgens Godfried Bomans heeft dat iets met ons landschap te maken. Wie iedere dag uitkijkt op de vlakte, krijgt als vanzelf moeite met het verdragen van pieken en dalen.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Tel daarbij op dat we wars zijn van autoriteit – van uniformen worden we kriegel en adellijke titels werken op onze lachspieren – en je begrijpt waarom Nederlanders alleen bereid zijn een koning te tolereren die weinig kost, over inhoudelijke zaken zijn waffel houdt en enkel op het bordes verschijnt in een doorsnee confectiecolbertje.
Zelf sta ik er net iets anders in. Niet omdat ik geloof dat God de Oranjes heeft uitverkoren dit natte hoekje van de wereld te besturen. Wel omdat ik gruwel van een toekomst waarin de presidentsverkiezingen na een harde campagne worden gewonnen door een of andere populist die, in tegenstelling tot de koning, bevrijd is van de restricties die een goede opvoeding oplegt aan het handelen en daarom als eerste daad besluit zuurlinks te pesten door de Ketikoti-viering af te schaffen en in plaats daarvan de jaarlijkse trekkerslep in Hooghalen op te waarderen tot nationale feestdag.
Juist in dit tijdsgewricht, maar misschien wel op ieder moment in de geschiedenis, moet er zorgvuldig omgesprongen worden met het laatste beetje apolitieke saamhorigheid dat ons bindt.
Daarom hoop ik ook zo vurig dat Amalia aankomend studiejaar de wens tot nivellering negeert en lid wordt van het Amsterdamse studentencorps. Vervolgens hoop ik dat ze met wat dispuutgenootjes het Paleis op de Dam betrekt en vanaf daar iedere woensdag de Gouden Koets richting de sociëteit op de Warmoesstraat stuurt om die pas te verlaten wanneer ze alwéér een nieuwe kroonprins aan de haak heeft geslagen.
Het zou een zegen zijn voor Nederland. Sinds de sociale media hier hun intrede hebben gedaan, en we allemaal een schermtijd van zes uur hebben, zijn we namelijk de kunst kwijtgeraakt te zwijgen. Dat heeft grote consequenties. Wie de hele dag door geacht wordt een mening te geven over omvolking, de woningcrisis of het coronavaccin, wordt vroeg of laat immers overgenomen door het onbehagen.
Dankzij een extravagant koningshuis echter, zouden onze gesprekken veel minder witte gaten bevatten die moeten worden opgevuld met polariserende kost. En iedere niet gevoerde discussie over arbeidsmigratie of het mestoverschot betekent een extra hoeveelheid vrijgekomen levenslust.
Vandaar: leve de koning!
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant