Home

Als de vijand tussen burgers zit: dilemma van oorlogsrecht in Gaza

Hoewel ze regelmatig geschonden worden, bestaan er wel degelijk afspraken over oorlogsvoering. Die zijn vastgelegd in het zogeheten humanitair oorlogsrecht, dat door bijna alle landen is ondertekend. Maar wat als je de vijand niet kunt treffen zonder de regels te overtreden?

Sinds de aanval van Hamas op Israël van 7 oktober vorig jaar discussiëren experts over de toepassing van oorlogsrecht binnen dit conflict. Zo ook universitair docent Marieke de Hoon.

"Israël is hevig aangevallen op 7 oktober en reageerde daarop. Oorlogsrecht in dit conflict is ingewikkeld, omdat het moeilijk is te bepalen of er een bezetting gaande is en wat dit betekent onder internationaal recht", legt ze uit. "Je mag geen burgerdoelen aanvallen, maar wat doe je als degenen die jou aanvallen zich tussen burgers verschuilen? Dat is de uitdaging van deze oorlog."

De Hoon: "In deze oorlog zijn er over de acties van Hamas geen discussies over de criminele aard ervan. De kant die reageert, Israël, is ingewikkelder."

Volgens het oorlogsrecht mag geweld alleen gebruikt worden tegen mensen die meedoen aan de oorlog en niet tegen onschuldige burgers. Dus wel tegen militairen, maar niet tegen de kassamedewerker van een supermarkt. Mensen die niet meer kunnen vechten, zoals gewonde militairen, doen niet meer mee. Zij moeten dus ook buiten schot blijven.

Burgers moeten mentaal en lichamelijk ontzien worden. Dit houdt in dat ze bijvoorbeeld hun godsdienst moeten kunnen belijden met hun eigen geestelijken. Ook mogen burgers niet gestraft worden voor iets waarvoor ze niet persoonlijk verantwoordelijk zijn.

De Hoon: "Laat me duidelijk zijn: je mag aanvallen en mensen mogen daarbij sterven, zolang het in overeenstemming met het oorlogsrecht gebeurt. Het is moeilijk om te constateren of dit gebeurt, omdat het om geheime informatie gaat. Daarom zijn experts op afstand altijd voorzichtig met een daad een schending van het oorlogsrecht noemen."

Hamas verstopt zich tussen burgers. De Hoon is duidelijk over wat dat voor Israël betekent: "Het oorlogsrecht zegt dat je mag aanvallen als er niet onevenredig veel burgerdoden vallen. Burgerdoelen aanvallen zonder te weten waar burgers zitten en waar de vijand is, is lastig te rechtvaardigen. Net als het aanvallen van vluchtroutes. Er moet onderscheid gemaakt kunnen worden tussen burger en vijand."

Verder moeten oorlogvoerende partijen de menswaardigheid in ere houden en onnodig leed voorkomen. Verkrachting en aanranding zijn verboden. De geweldpleger moet zich altijd afvragen of het geweld nodig is om de tegenpartij uit te schakelen.

Wanneer een tegenstander al is neergeschoten, is het onnodig dat de kogel in het lichaam explodeert. Om het leed binnen de perken te houden, zijn zulke kogels en andere wrede middelen als gifgas dan ook verboden.

De aanvallende partij moet zich altijd afvragen welke wapens geschikt zijn om burgers te ontwijken. Sommige soorten bommen, landmijnen en biologische wapens kunnen iedereen raken en zijn dus verboden in een oorlog.

Het beeld dat Israël vrachtwagens met levensmiddelen tegenhoudt, is veel gedeeld. De Hoon: "Israël heeft het recht om vrachtwagens met levensmiddelen te checken, maar niet om ze vast te houden en daarmee tegen te houden. Dat is moeilijk te beoordelen op afstand. In het oorlogsrecht is er geen excuus voor het bewust blokkeren van levensmiddelen, ongeacht de acties van Hamas. En dit is belangrijk, omdat de mensen die niet vechten, zoals kinderen en ouderen, hiervan de dupe zijn."

Ook dit onderdeel van oorlogsrecht is volgens de universitair docent ingewikkeld: "Het gaat erom dat het met opzet gebeurt, dat maakt het zo moeilijk te bewijzen."

Een partij die oorlog voert, mag ook geen aanvallen uitvoeren op hulpverleners, zoals medisch personeel. Gebouwen die nodig zijn om te overleven, zijn ook geen toegestane doelwitten. Denk daarbij aan ziekenhuizen en waterzuiveringsinstallaties.

De partijen moeten hulpverleners altijd hun gang laten gaan. Tegelijkertijd mogen medisch hulpverleners de gewonde militairen aan hun eigen kant niet voortrekken. Iedereen die gewond is, heeft recht op zorg.

Krijgsgevangenen hebben eveneens recht op een menswaardige behandeling, ook als zij zelf de ergste misdaden hebben begaan. Martelen, mishandelen en verhongeren zijn allemaal verboden. De gevangenen hebben recht op verzorging, voedsel en contact met hun familie.

Alette Smeulers vindt deze zaken in de Gazaoorlog soms moeilijk te beoordelen: "Vooral als beide partijen iets doen wat niet mag. Je mag een ambulance niet gebruiken als een vervoermiddel voor militairen. Doe je dat wel, dan mag die aangevallen worden. Maar als er burgers in zitten, mag het niet. Het is soms moeilijk te achterhalen wat er echt is gebeurd."

Ziekenhuizen zijn volgens het oorlogsrecht ook beschermd. De Hoon: "Ze verliezen die beschermde status als ze worden gebruikt om de tegenstander aan te vallen. Maar dat is niet het enige, hoewel je dat vaak hoort. Zo'n actie valt dan nog steeds onder alle andere regels. Het voordeel moet worden afgewogen. Zijn er andere mogelijkheden en is dit proportioneel? Zelden is het dan alsnog rechtvaardig, ook al verliest het ziekenhuis daarmee de beschermde status."

Oorlogvoerende partijen moeten er alles aan doen om deze regels na te leven. "Zo moet je burgers in een gebied op tijd waarschuwen als er doelen in hun buurt worden aangevallen", schrijft het Rode Kruis over het humanitair recht. "Ook moet je bedenken of een wapen wel echt bijdraagt aan het doel van het geweld."

In de praktijk worden weinig overtredingen bestraft. Smeulers: "Dat heeft verschillende oorzaken. Een oorlog is vaak chaotisch. In theorie is het oorlogsrecht duidelijk, maar in de praktijk is het soms lastig. In een oorlog gelden de regels van noodzakelijkheid en proportionaliteit: er mogen burgerdoden vallen, maar slechts in zeer beperkte mate en alleen als het onvermijdelijk is. Maar waar ligt de grens? Je mag een ziekenhuis niet aanvallen, maar de tegenpartij mag een ziekenhuis ook niet als uitvalsbasis gebruiken of mensen als schild gebruiken."

Daarnaast is vaak niet makkelijk te bepalen wie zich over de vervolging en berechting moeten buigen. Het Internationaal Strafhof wordt bijvoorbeeld niet erkend door Israël of de Verenigde Staten, dus die landen vinden dat dit hof geen jurisdictie heeft om over hun acties te oordelen.

De Hoon sluit af met waarom we dit oorlogsrecht hebben: "Partijen in een oorlog zitten in hun eigen realiteit. Die kijken vanuit hun eigen perspectief en vechten niet omdat ze dit leuk vinden. Daarom moeten andere landen proberen om met gebruik van oorlogsrecht de diplomatie verder te helpen."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next