Home

Van kijkgroen naar doe-groen: in Park 1943 in Rotterdam wordt ‘stadsgeneeskunde’ bedreven

Als onderdeel van de 11e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam ‘Hope of Nature’ worden deze zomer rondleidingen georganiseerd door 26 ‘botanische monumenten’: bijzondere groene plekken. De Volkskrant ging op safari in Park 1943.

Een gewoon park lijkt het, met een grasveld, een speeltuin en een paviljoen, waar op deze regenachtige ochtend twee mensen gymnastiekoefeningen doen. Maar als je van de geasfalteerde paden af gaat, zie je dat er iets bijzonders gaande is in Park 1943, in de Rotterdamse wijk Delfshaven. ‘Kijk, daar bloeit een kaardebol’, wijst stadsdokter Rini Biemans, terwijl hij een houtsnipperpaadje inslaat, door kniehoge beplanting.

‘Hier’ – hij schuift een hortensia opzij – ‘heb je een wespenorchis; een inheemse soort die sinds kort weer opduikt.’ Hij somt in rap tempo op wat er nog meer groeit: gele kamille, gele aar, ridderzuring, en meldt terloops dat op de akkerdistel wel 122 soorten insecten afkomen.

Over de auteur
Kirsten Hannema schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Stop met maaien

Sinds Biemans – arts, kunstenaar, social designer – het beheer en de schoonmaak van het park vijf jaar geleden van de gemeentelijke plantsoenendienst overnam, en de natuur min of meer haar gang laat gaan, is het aantal planten- en insectensoorten geëxplodeerd.

Zijn geheim? ‘Stop met maaien, zodat inheemse planten – onkruid, zoals de gemeente het noemt – kunnen groeien. Dat is de kraamkamer van de insectenwereld. Haal her en der wat weg, zoals grazers in de natuur doen. Daardoor ontstaat een variatie aan beplanting.’ De planten verspreidt hij met behulp van ‘bodemtransplantatie’. Stadsgeneeskunde, noemt hij zijn aanpak.

‘Stress, eenzaamheid, weinig bewegen en slecht eten vormen 94 procent van de ziekteoorzaken’, zegt Biemans. ‘Die kun je tegengaan door te werken en wandelen in het park, en elkaar daar te ontmoeten.’ Hij ziet het werkplezier dat het oplevert bij de dertig vrijwilligers en vijf vaste krachten die hij onder zijn hoede heeft. En de meerwaarde die een schone, weelderig begroeide buitenruimte biedt voor de buurt.

Park 1943 is een van 26 ‘botanische monumenten’ waar je deze zomer op safari kunt, als onderdeel van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Het thema is ‘Nature of Hope’, de centrale vraag: hoe kan architectuur samenwerken met de natuur om de planeet te redden?

Natuur als kijkgroen

Het antwoord heeft voor architecten iets paradoxaals: door minder te bouwen en esthetiseren. ‘We moeten ons op een nieuwe manier verhouden tot de natuur’, zegt curator Janna Bystrykh. ‘We zien natuur nog te vaak en te veel als kijkgroen en houden bij klimaatplannen onvoldoende rekening met flora en fauna. Neem de aanplant van productiebossen voor kruislaaghout. Deze op efficiëntie ingerichte, monoculturele bossen helpen om CO² vast te leggen, maar zijn niet bevorderlijk voor de biodiversiteit.’

De biodiversiteit nam de afgelopen honderd jaar met 85 procent af, en daalt verder; in Nederland het meest van de EU. Met de tentoonstelling in het Nieuwe Instituut geeft de biënnale een overzicht van projecten die het tij moeten helpen keren.

Van regeneratieve landbouw tot een toren die klimaatactivisten in een kwartier kunnen opbouwen, en die vervolgens moeilijk is af te breken. De ‘botanische monumenten’, waaronder een voedselbos en een getijdenpark, zijn hoopvolle praktijkvoorbeelden, die tonen hoe alternatieve ontwerp- en beheermethoden kunnen leiden tot natuurherstel.

Moderne stadsmens

‘Dokters helpen om mensen te genezen, maar doen weinig om te voorkomen dat ze ziek worden’, zegt Biemans. ‘Dat vond ik als arts moeilijk. Het grootste probleem voor onze gezondheid is de leefwijze van de moderne stadsmens. Natuur is de oplossing. Wetenschappelijk onderzoek toont dat in een groene leefomgeving 30 procent minder depressie is, en 15 procent minder overgewicht. Maar veel mensen zijn bang dat er overal teken zitten en houden hun kinderen binnen.’

Zijn offensief is de ‘babynatuurtuin’ die vorige week is geopend: een speelheuvel voor de allerkleinsten, omringd door boomstammen en wilde planten. ‘Die kunnen ze gerust in hun mond stoppen; alles is eetbaar’, zegt Biemans. ‘Munt, herfstaster, lavendel, duizendblad, zevenblad – dat eet ik zelf als spinazie.’

Buurtbewoner Judith, die deelneemt aan de tour, luistert geïnteresseerd en proeft van de citroenmelisse. Ze volgt Biemans al een tijd op sociale media. ‘Ik ben fan van zijn aanpak, en van parken. Het mooie aan groen is dat het van iedereen is’, zegt ze.

‘Groen is een kleur’, corrigeert Biemans. ‘We hebben het over natuur, over levende soorten. Maar mensen houden van mooi, van Disney-natuur; de bloemweide van Heidi, het meanderende bos uit Bambi. Dat beeld kun je met mijn methode prima creëren’, zegt hij bij het romantische landwegperk, dat met bergamot, gele lis, koninginnenkruid en schermbloem een doorsnee van de Nederlandse natuur vormt.

Schoffelen

Naast Park 1943 werkt Biemans met zijn team in vier andere Rotterdamse parken. Zijn uiteindelijke doel is ‘dat alle parken zo worden’. Licht geïrriteerd: ‘Maar dan moet de gemeente wel wat veranderen aan het onderhoud, dat is gericht op schoffelen.

Plantsoendienstmedewerkers hebben geen benul van wat ze doen – en worden daar zelf ook niet vrolijk van. Maak daarom ruimte voor vakmanschap, voor de menselijke maat. Berg de bladblazers op en breng het handwerk terug. Dit is gezond: stappen zetten, klussen, koken, tuinieren – ook voor je brein. Hoe mooi zou het zijn als stadsgeneeskunde een opleiding wordt, waar je wordt geschoold als tuinman in de wijk.’

Meer informatie over botanische monumenten vind je hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next