De Nederlandse handbalsters zijn de Olympische Spelen in Parijs donderdag begonnen met een moeizame overwinning. Oranje worstelde zich in de de eerste groepswedstrijd langs Angola: 34-31.
Angola is op papier een stuk zwakker dan Nederland, maar dat was in de South Paris Arena lange tijd niet te zien. Oranje kwam in de eerste helft wel steeds op voorsprong, maar gaf die net zo makkelijk weer uit handen. Bij rust leidde de ploeg van bondscoach Per Johansson wel, met 19-18.
Pas na de onderbreking nam Nederland meer afstand van Angola, waarvan Oranje op de Spelen van 2021 nog met 37-28 won. Estavana Polman en Angela Malestein waren de topscorers aan Nederlandse zijde met ieder acht doelpunten.
Nederland gaat voorlopig aan de leiding in poule B, die verder bestaat uit Brazilië, Spanje, Hongarije en regerend wereldkampioen Frankrijk. De beste vier landen uit de twee poules gaan naar de kwartfinales. Oranje speelt zaterdag alweer, tegen Spanje.
Voor Nederland is het belangrijk om zo hoog mogelijk in de poule te eindigen, zodat het sterke landen uit de andere poule ontloopt in de kwartfinales. Bij een gelijke stand in punten geeft het onderlinge resultaat de doorslag in de groepsfase.
Oranje strijdt sowieso om een medaille als het de kwartfinales doorkomt. Een olympische plak zou een primeur zijn voor de handbalsters. Tot dusver is de vierde plaats in 2016 hun beste prestatie op een Olympische Spelen. Het is pas de derde olympische deelname van het vrouwenteam.
De handbalsters kwamen een dag voor de officiële opening van de Olympische Spelen al in actie. Dat komt doordat de speelsters dan ook rust hebben in het drukke toernooischema. De vrouwelijke handboogschutters trapten eerder vandaag de Spelen voor Nederland af.
Source: Nu.nl algemeen