Home

Het ‘oude’ Europa is kwetsbaarder dan ooit

Dertig maanden na het uitbreken van de Russisch-Oekraïense oorlog, die bepalend is voor het (nood)lot van de Europese Unie, en drie maanden voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, die beslissend zijn voor het isolationisme van de Verenigde Staten, maken Europese leiders ineens terugtrekkende bewegingen.

In Duitsland wil de links-liberale regering van bondskanselier Olaf Scholz de militaire steun aan Kyiv tot 4 miljard euro halveren. In Italië gaat de radicaal-rechtse coalitie van premier Giorgia Meloni door met het dubbelspel om wel militaire solidariteit met Oekraïne te betuigen maar daar drie keer minder geld voor uit te trekken dan bijvoorbeeld Polen. Ook in Nederland klinkt soms dat we ons op voorhand maar beter kunnen aanpassen aan Trump, die een etmaal nodig denkt te hebben voor een ‘deal’ met Poetin, en diens running mate J.D. Vance, die zijn handen helemaal van Oekraïne wil aftrekken.

Dit soort signalen uit het ‘oude’ Europa zijn meer dan tactiek, voorspelde Alexandra de Hoop Scheffer van het German Marshall Fund recent in NRC. Na een zege van Trump/Vance op 5 november kan de solidariteit met Oekraïne snel vloeibaar worden. „Europese leiders zullen blij zijn dat ze van de oorlog af zijn”, zei De Hoop Scheffer.

De Italiaanse politicoloog Nathalie Tocci, directeur van het Istituto Affari Internazionali in Rome, denkt zelfs dat de EU dit keer sneller voor Trump – en zo indirect ook voor Poetin – door de knieën zal gaan dan bij zijn eerste termijn na 2016. Door de electorale (deel)successen van anti-Europese politici als Orbán, Fico, Salvini, Le Pen en Wilders is Europa „politiek veel kwetsbaarder” dan acht jaar geleden. De EU mist interne coördinatie. „Hebben we een strategie, iets dat toch niet veel voorbereiding vereist? Voor zover ik weet niet.” Het is daarom denkbaar dat Europese leiders straks allemaal apart in Washington hun opwachting bij Trump gaan maken om „zijn ring te kussen”, aldus Tocci in The Guardian.

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft Europa drie decennia lang in het beste van twee werelden geleefd. Door relatief goedkoop aardgas uit Rusland kon de economie gestaag groeien. Dankzij de (nucleaire) paraplu van de Verenigde Staten leek de strategische veiligheid op het continent voor weinig geld gewaarborgd.

De nostalgie naar dit ‘vredesdividend’ smeult nog altijd in het Europese bewustzijn. Openlijk draait het om Oekraïne. Heimelijk blijft het Kremlin centraal staan. Ook Nederland legt de groeiende schaduwvloot voor olie en vloeibaar gas uit Rusland weinig strobreed in de weg.

De voormalige Oekraïense legerleider Valeri Zaloezjny, nu ambassadeur in Londen, waarschuwde deze week dat Europa eindelijk ook eens de prijs moet willen betalen voor zijn veiligheid. „Moderne oorlogen zijn totale oorlogen, die niet alleen de inzet van het leger maar van de hele maatschappij vereisen”. Onze veiligheid „wordt niet alleen bepaald door de paraatheid van het leger om agressie te weerstaan, maar ook door de bereidheid van de samenleving om de confrontatie met de vijand aan te gaan”, zei Zaloezjny.

Tweeënhalf jaar heeft Europa de tijd gehad om zich deze les eigen te maken. Dat is onvoldoende gebeurd. Oog in oog met Trump/Vance kunnen alle oude ‘karrensporen onder het asfalt’, zoals de Amsterdamse historicus Maarten C. Brands (1933-2018) de onderstromen in de geschiedenis noemde, weer aan de oppervlakte komen.

Voor Oekraïne is te hopen dat Kamala Harris een zege van Trump verijdelt. De EU mag niet gokken op zo’n narrow escape. Haar politieke leiders kunnen de tijd niet langer de tijd geven. Want straks is het te laat en moet het oude Europa op de blaren zitten.

Source: NRC

Previous

Next