Home

Het is gênant dat vrouwelijke rechters moeten vrágen om een gelijk loon

Wist ik veel. Als mensen mij vroegen hoe ik over mijn salaris had onderhandeld, zei ik dat dit niet nodig was. Ik was bij aanvang van mijn opleiding in de bijbehorende schaal geplaatst en steeg ieder jaar een periodiek. Gewoon, zoals dat bij wet geregeld was, want de salarisschalen voor de rechterlijke macht liggen vast. Superhandig en transparant, zei ik nog, zo kan iedereen zien wat rechters verdienen en hoef je niet steeds opnieuw in onderhandeling.

Pas later, toen ik inmiddels rechter was en lid van de sollicitatiecommissie, ging ik me afvragen hoe het toch kon dat er zo veel Zuidas-advocaten kwamen solliciteren. Gaan zij dan niet veel te veel in salaris achteruit, vroeg ik mijn collega-rechters. Zij maakten een geluid dat ik niet direct kon plaatsen, maar dat – zo begreep ik later – duidelijk moest maken dat de Zuidassers niet puur uit altruïsme bereid waren de overstap te maken.

Over de auteur
Aisha Dutrieux is oud-rechter en schrijver en (gast)columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Er wordt bij inschaling namelijk gekeken naar (vooral) het laatstverdiende loon. Dit is misschien begrijpelijk, gezien het voortdurend en nijpend tekort aan rechters. Maar ook: in strijd met de Grondwet en Europees recht, dat eist dat de inschalingsmethodiek van rechters bij wet wordt vastgelegd. Dit is een belangrijke waarborg voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht als derde staatsmacht.

Kortom, het is niet de bedoeling om maar een beetje te gaan lopen freewheelen.

Zoals in het recente Manifest Gelijke Beloning van Rechters, ondertekend door 138 rechters en raadsheren (in opleiding), te lezen staat: ‘Als het huidige salarisniveau te laag is om juristen met een specifieke achtergrond (lees: Zuidas en dergelijke) aan te trekken, mag dit geen reden zijn om alleen deze groep hoger in te schalen, maar moet dit reden zijn om het loon van alle rechters te verhogen.’

Een en ander verklaart hoe het kan dat ik, destijds inmiddels opleider, opleidingscoördinator én vakgroepvoorzitter, minder verdiende dan sommige van de rechters die door mij en mijn collega’s werden opgeleid. Dat is wrang. Maar er brak pas écht iets bij mij, toen mij duidelijk werd dat mijn mannelijke collega’s structureel meer verdienden dan de vrouwelijke rechters.

De vrouwen zijn, met 61 procent, in de meerderheid, maar verdienen massaal minder dan de mannen. Omdat de vrouwen veelal uit bijvoorbeeld de wetenschap of sociale advocatuur afkomstig zijn, terwijl de mannen… Afijn, u snapt het wel. Al jaren wordt hier door rechters aandacht voor gevraagd en in 2021 is er ook onderzoek naar gedaan. En ja, verrassing: er is een loonkloof tussen mannelijke en vrouwelijke rechters, waarvan de schattingen oplopen tot 10 procent – ruim een maandsalaris per jaar. Ongelijke beloning is in strijd met meerdere wetten, tot zover de voorbeeldfunctie van de rechterlijke macht.

Twee rechters hadden er genoeg van en hebben eerst – nog maar eens – vriendelijk gevraagd of vrouwen alsjeblieft gelijk kunnen worden beloond voor hetzelfde werk. Simpele vraag, zou je zeggen, met maar één evident juist antwoord, maar helaas. Samen met Bureau Clara Wichmann hebben ze de kwestie nu voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens.

En ineens was er beweging bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat kwam met een (nog onuitgewerkte) gedeeltelijke aanpassing van het inschalingsbeleid: een wassen neus die het nog steeds mogelijk maakt om uitzonderingen te maken in individuele gevallen, terwijl de praktijk leert dat uitzonderingen vooral voor mannen worden gemaakt. Bovendien, de al bestaande loonkloof wordt hiermee niet opgelost.

Een oordeel van het mensenrechtencollege moet nu alsnog soelaas bieden, maar is helaas niet bindend. De volgende stap is een gang naar de rechter. Hopelijk komt het niet zover.

Want het is buitengewoon gênant.

Noem mij maar naïef (een stempel dat hoe dan ook nog altijd vooral voor vrouwen gereserveerd wordt). Maar het past simpelweg niet in mijn wereldbeeld dat wanneer je als vrouw solliciteert naar een baan binnen de rechtspraak – de staatsmacht die zo ongeveer als belangrijkste taak heeft de rechtsgelijkheid in het land te bewaken – , of als je werkt als rechter en net zulk zwaar, mooi, intens werk doet als je mannelijke collega’s, je moet vrágen om een gelijk loon. Laat staan onderhandelen. Of dreigen met juridische stappen. Je zou het gewoon moeten krijgen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next