Onlangs kwam het gesprek op uitstrooien. Niet dat we acuut een crematie verwachtten, maar omdat mijn ouders doorwinterde preppers zijn gaven ze me toch maar alvast de coördinaten van de plek waar ik straks met hun as heen moest. Het bleek precies dezelfde locatie die ik voor mijn eigen uitstrooiing (die hopelijk pas in de volgende eeuw nodig is) had bedacht. Een beschutte plek in het bos waar we vroeger de hond uitlieten, achter konijnen aanrenden en vaak verstoppertje speelden.
„Nou top”, zei mijn vader en knipoogde vrolijk naar mijn moeder. „Liggen we daar straks gezellig met zijn allen te verwaaien.”
Die middag ging ik er even heen. Ik beeldde me in dat onze hond er nog was, alsof boven de varens weer elk moment haar witte pluimstaart kon verschijnen. Ik aaide de beuk waar ik vroeger regelmatig uit donderde. Als kind kwam ik hier graag in mijn eentje. Dan zei ik tegen mijn ouders dat ik naar vriendinnetjes ging, om vervolgens stiekem naar de bomen te sluipen om even op adem te komen. Even niet meer een dochter hoefde te zijn.
Opeens zag ik asresten. Misschien hadden ze niets te betekenen, was hier van het weekend gewoon een fikkie gestookt, maar door het gesprek met mijn ouwelui dacht ik toch enkele seconden dat anderen ons waren voor geweest met uitstrooien. Even was ik boos, alsof er een intimiteit was verstoord. En toen dacht ik van tja, je kan het niemand kwalijk nemen als zij ook van deze plek houden.
Ik ging zitten, aaide de grond. Bedacht hoe vreemd het is dat de liefde voor een plaats altijd slechts van één kant komt. Maar dat is wellicht een van de redenen dat je ervan houdt. Omdat die plek niet in staat is tot het teruggeven van genegenheid, en je dus ook niet kan afwijzen. Totaal niet met jou bezig kan zijn, wat een soort vrede geeft.
Een paar vogels stoven op. Ik dacht aan liefde en dat ze vaak onzekerheid oproept: is het wel wederzijds, verdien ik haar wel, val ik niet door de mand. En hoe heerlijk het is om te houden van iets dat niets van je vraagt, dat je niet hoeft te overtuigen met allerlei prestaties of grapjes.
Misschien is dat wel wat sommigen bedoelen met thuis.
En daar dan nooit meer weg te gaan. Alleen nog maar zachtjes te verstuiven op een plek, waar niets meer hoeft te worden waargemaakt.
Source: NRC