Met ambitieuze duurzaamheidsdoelen ging Unilever lang voorop in het bedrijfsleven. Maar de gigant in voedings-, schoonmaak en verzorgingsproducten heeft die doelen afgeschaald. ‘Schaamteloos realistisch’ gemaakt, zegt de topman. Teken des tijds?
Het was zo mooi, in 2010. Het Nederlandse consumentenbedrijf Unilever, bekend van de Magnum, Knorr en Dove, zou binnen tien jaar zijn afvalberg en zijn broeikasgasuitstoot halveren, en nog veel meer doen om de negatieve gevolgen van zijn bijdrage aan de consumptiemaatschappij te verminderen. ‘We geloven niet dat duurzaamheid en groei met elkaar strijdig zijn’, schreef topman Paul Polman bij de introductie van het plan. Hij zou een goeroe worden.
Toen de meeste van die ambities tien jaar later niet bleken te zijn gehaald – het bedrijf schreef er een eerlijke evaluatie over – stroopte het de mouwen nog eens op. Polmans opvolger Alain Jope zette een volgende stip op de horizon, met een aangepast doel: in 2025, dan zou bijvoorbeeld de hoeveelheid ‘maagdelijk’ plastic die het bedrijf gebruikt zijn gehalveerd.
Maar toen drie maanden geleden 2025 ineens best dichtbij bleek, werd dat doel losgelaten.
Over de auteur
Wilco Dekker is economieredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby. Michael Persson is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.
Nu mikt Jopes opvolger, Hein Schumacher, op 30 procent minder in 2026 en 40 procent twee jaar later. Ook is de deadline voor het gebruik van volledig herbruikbaar, recyclebaar of biologisch afbreekbaar plastic naar achteren geschoven. Verder liet Schumacher weten dat de doelen voor natuurbehoud en de betaling van leefbare lonen in de keten, dus lonen waarvan boeren rond kunnen komen, naar achteren worden geschoven. De doelstelling dat minimaal 5 procent van de werknemers iemand moet zijn met een arbeidsbeperking, wordt helemaal geschrapt.
Schumacher, eerder de baas bij zuivelreus FrieslandCampina, noemde de nieuwe doelen ‘schaamteloos realistisch’. Hij bracht zijn voornemens als een stap voorwaarts, in plaats van een achteruitgang. ‘Ik houd van ambitie. Maar ik houd ook van het leveren van concrete resultaten. De oorspronkelijke doelen zijn op dit moment gewoon niet haalbaar. Het is ook leiderschap om daar realistisch over te zijn’, zei hij eind april bij de presentatie van de kwartaalcijfers. Van een afzwakking zou dan ook geen sprake zijn. ‘We verhogen juist onze inzet, door meer focus te leggen op haalbare doelen.’
Twee weken geleden kondigde Schumacher bovendien aan dat er wereldwijd 7.500 medewerkers weg moeten bij Unilever, vooral op de kantoren. In Europa zou een op de drie bureaumedewerkers worden ontslagen. De vrees is dat daar ook veel duurzaamheidsspecialisten bij zitten.
Is dit gewoon een realitycheck? Of is het een teken van de nieuwe tijd, waarin bedrijven groen toch wat minder belangrijk vinden dan groei en de beurskoers?
Het inmiddels Britse Unilever – ruim 7 miljard euro winst vorig jaar, op bijna 60 miljard euro omzet – is niet het enige bedrijf dat terugschakelt. Ook Shell is aanzienlijk minder groen geworden, nadat het verschil in beurskoers met de Amerikaanse rivalen die onbekommerd olie en gas blijven oppompen steeds groter was geworden.
Unilever-rivaal Nestlé (onder meer KitKat, Nespresso, Maggi) kwam met een subtiele herdefinitie voor plastic. In plaats van herbruikbare verpakkingen wil de Zwitserse voedingsreus volgend jaar ‘plastic geschikt voor recycling’ gebruiken. Volgens Nestlé is het alleen een verduidelijking voor de transparantie en blijven de duurzame doelen dezelfde. Maar volgens persbureau Bloomberg scheelt het 280 duizend ton extra niet-recyclebaar plastic afval, oftewel dertig Eiffeltorens.
Unilever springt wel het meest in het oog, juist omdat het zich in het vorige decennium zo expliciet opwierp als gids naar een betere wereld, groener en socialer. Polman zelf werd een lichtend voorbeeld. Na zijn vertrek schreef hij het boek Netto Positief, met als ondertitel ‘Hoe je een succesvol en duurzaam bedrijf creëert’. De man die ooit priester wilde worden nam Unilever als voorbeeld uit de praktijk.
Maar het perspectief is veranderd. Het voorheen Brits-Nederlandse Unilever verhuisde het hoofdkantoor vier jaar geleden naar Londen, een Angelsaksisch financieel bolwerk waar duurzaamheid aanzienlijk minder hoog genoteerd staat dan op het Europese vasteland – en winst maken aanzienlijk meer.
Bovendien kreeg het bedrijf twee jaar later Nelson Peltz aan boord, een beruchte Amerikaanse straatvechter die bedrijven achter de broek zit om meer winst te maken. Na zijn openlijke kritiek dat Unilever te veel aandacht had voor duurzaamheid en te weinig voor winst maken, kreeg hij al snel een bestuurszetel aangeboden. Peltz ging een jaar geleden akkoord met Hein Schumacher als nieuwe baas, ervan uitgaand dat hij zijn agenda zou uitvoeren.
Jasper Jansen van de VEB, de belangenbehartiger van de particuliere beleggers, heeft wel begrip voor de stap van Schumacher. ‘Unilever heeft onder Alan Jope gewoon stilgestaan. De financiële prestaties bleven achter en ze verloren marktaandeel. Dan is het niet zo vreemd dat de nieuwe baas gaat kijken wat er beter kan’, aldus de hoofdeconoom van de VEB. ‘Daar is het verhaal uitgekomen van minder doen, en wat je wel doet, beter doen.’
Jansen begrijpt de kritiek op het verlagen van de duurzame doelen. ‘Maar voor de geloofwaardigheid van Unilever bij de aandeelhouders is het wel goed. Die twijfelden toch al over de haalbaarheid. Jope had een heel verhaal over de ‘purpose’ van Hellmann’s, dat net als andere Unilever-merken een duurzaam en sociaal doel moest hebben. Hoezo, dachten beleggers dan, het is gewoon een pot mayonaise. Beleggers vonden dat duurzaam en sociaal te veel aandacht kregen. Als de financiële prestaties achterblijven, gaat dat schuren. Daar is de stap van Schumacher een correctie op.’
Pablo Costa, het wereldwijde hoofd verpakkingen van Unilever, geeft op de bedrijfswebsite wel een aantal redenen waarom de oorspronkelijke ambities niet haalbaar bleken. ‘Toen we die doelen stelden, deden we aannamen over de ontwikkeling van nieuwe technologie en de recycling-infrastructuur, die simpelweg geen werkelijkheid zijn geworden. Er blijft bijvoorbeeld een kloof tussen de technische herbruikbaarheid van onze plastics (72 procent) en het werkelijke hergebruik (53 procent). Daar hebben wij geen controle over.’
In de evaluatie van Polmans duurzaamheidsplan stelde Unilever al dat het de omslag niet alleen kan maken. Er was een ‘systeemverandering’ nodig. Ook werkten de consumenten zelf niet genoeg mee, bijvoorbeeld door te warm water te blijven gebruiken voor wasbeurten. ‘We hebben onderschat hoe moeilijk het is het consumentengedrag te veranderen.’
Groene activisten zien dat anders. ‘Unilever moet zich echt diep schamen’, zegt Anna Diski (31), campagnemedewerker plastic van Greenpeace UK in Londen. ‘Ze zijn de grootste verkoper van plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik in de wereld, we hebben vorig jaar uitgerekend dat ze er zeventienhonderd per seconde produceren. Dan kun je wel een mooi corporate verhaal houden over realisme en de haalbaarheid van duurzame doelen, maar in de echte wereld betekent het dat als je die afschaalt, de berg shampooflessen en crèmetubes in kwetsbare gebieden dus nóg groter wordt. Dat weet Unilever heel goed.’
‘Het is niet fijn om te horen dat een aantal voorbeeldbedrijven op de rem gaat staan’, zegt Ankie van Wersch van MVO Nederland, een netwerk van bedrijven die duurzamer en socialer proberen te worden. ‘Het zou enorm zonde zijn als Unilever die focus zou verliezen.’
Daarbij vreest ze dat de door Unilever aangekondigde reorganisatie juist die focus kan wegnemen. Ze verwijst naar Nike, waar het afgelopen half jaar 20 procent van de werknemers met duurzaamheid in hun portefeuille is ontslagen.
Volgens Van Wersch kan realiteitszin wel degelijk positief zijn, omdat bedrijven anders het verwijt krijgen dat ze (te) veel beloven en (te) weinig doen. Door nieuwe Europese regelgeving (de richtlijnen CSRD en CSDDD) worden grotere bedrijven verplicht zich jaarlijks door accountants te laten controleren op hun maatschappelijke gevolgen en milieu-impact. ‘Die richtlijnen gaan ook helpen de inspanningen zichtbaar te maken’, zegt ze. ‘Greenwashing kan niet meer.’
Volgens sommigen leidt dat zelfs tot ‘greenhushing’, het maar zo veel mogelijk verzwijgen van grote groene ambities om te voorkomen dat je erop wordt afgerekend. Van Wersch: ‘We moeten nu niet in een kramp schieten en alleen doelen stellen die we zeker kunnen halen. Dan halen we de grote doelen, zoals het klimaatakkoord van Parijs, zeker niet.’
Van Wersch ziet de invloed van ‘activistische’, vooral op geld beluste aandeelhouders groeien, maar dat is per definitie alleen bij beursgenoteerde bedrijven. ‘Als ik kijk naar familiebedrijven, zoals Ikea en Zeeman, dan zie ik nog steeds veel verantwoordelijkheid. Die bedrijven zijn meer gericht op de lange termijn, omdat ze denken in termen van generaties.’
Is er een kentering gaande en zijn mensen milieumoe, wat de deur opent voor ouderwets snoeien in personeel en duurzaamheid om meer winst te maken?
Auteur Jeroen Smit, die over Paul Polman het boek Het Grote Gevecht schreef, spreekt van ‘kuddekapitalisme’. ‘De financiële markten worden geregeerd door slimme schapen, maar een slim schaap blijft in de kudde’, zei hij onlangs tegen ondernemersplatform MT/Sprout. ‘Beursgenoteerde bedrijven zitten nog altijd gevangen in het mechanisme van de financiële markten. Dat is de tragiek van deze tijd. Schumacher is hier het slachtoffer van.’ Volgens Smit zijn dan mensen nodig die een keuze maken, die durven te zeggen dat ze uit de kudde stappen.
Zoals pionier Paul Polman destijds.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant