Home

Subsidiestop voor beste jeugdorkesten van het land stuit op ongeloof: ‘We werken met een failliet systeem’

Zeg maar dag tegen het Jeugdorkest Nederland, kweekvijver voor beroepsmusici. Want het krijgt geen subsidie meer, net als alle andere nationale jeugdorkesten, -koren en -concoursen. Een ramp, klinkt het in de muziekwereld. Is een redding nog mogelijk?

Maat voor maat rafelt de dirigent het orkeststuk De getemde feeks uiteen. Telkens tikt hij even af. Om de trompetten hun stuiterende noten wat scherper aan te laten zetten of de violen aan te moedigen met meer durf te schmieren in een romantische melodie. De onderbrekingen zijn kort; meteen gaat hij door met de volgende maat die de Nederlandse componist Johan Wagenaar in 1909 schreef.

Dan laat de dirigent de twee harpen even alleen spelen. Hun gebroken akkoorden klinken als een golfslag, van laag naar hoog en weer terug. ‘Horen jullie dat?’, zegt hij tegen de strijkers. ‘Als we deze passage nog een keer met zijn allen spelen, moet je de harpen kunnen horen.’

Over de auteur
Alex Burghoorn is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.

De meer dan negentig jonge musici van het Jeugdorkest Nederland (JON) volgen de aanwijzingen tijdens de repetitie voor hun zomertournee zonder tegensputteren op. Net als een uitvoering blijkt ook een repetitie zich in een vloeiende lijn te kunnen voltrekken. Het is vijf kwartier studeren op een stuk dat nauwelijks zeven minuten duurt als je het in een keer uitspeelt.

Maar de tournee van het JON heeft deze zomer meer lessen voor de jonge orkestleden in petto dan alleen de fijne kneepjes van het samenspel. Ze maken ook kennis met de grillen van het Nederlandse cultuursubsidiestelsel. De stichting achter het JON verliest namelijk over een half jaar de subsidie die het van de rijksoverheid krijgt, zo bleek drie weken geleden toen het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) zijn subsidiebesluiten voor de jaren 2025-2028 bekendmaakte.

Voor het echie

‘Het is zo kwalijk, en dat vindt iedereen om me heen ook’, zegt dwarsfluitist Judith Stam (18). ‘Als het allemaal goed gaat met subsidie, ben je er niet zo mee bezig. Maar nu het voortbestaan onzeker is, besef ik nog beter dat deze plek belangrijk was voor mijn ontwikkeling.’ Ze speelt voor het derde jaar mee met het orkest en heeft daar de keus gemaakt: ‘Ik wil beroepsmusicus worden.’ Het JON laat je als het ware voelen hoe het is om voor het echie muziek te maken. Eerder speelde ze bij een jeugdorkest in Haarlem, waar een medley van de filmmuziek van Pirates of the Carribean de hit was. ‘Hartstikke leuk, maar toch op een ander niveau.’

Als er voor Prinsjesdag geen mouw te passen is aan de subsidiestop, wacht ‘het Jong Oranje’ van de orkesten een donkere toekomst. De vergelijking met voetbal kiest het orkest niet toevallig. ‘Het maakt voor iedereen meteen duidelijk waar we het over hebben’, zegt Ewout van Dingstee, directeur van Nationale Jeugdorkesten Nederland. Naast het JON is die stichting ook de organisatie achter het Nationaal Jeugdorkest (NJO) en het jazzorkest Jong Metropole – voor conservatoriumstudenten klassiek of jazz van 18 tot en met 26 jaar.

Het Papendal van de klassieke muziek

Niet alleen op het kantoor van de jeugdorkesten waren ze overvallen door de subsidiebesluiten van het FCP, ook vijf andere instellingen die in de klassieke muziek sinds jaar en dag een brug vormen tussen de wereld van de gevorderde amateurs en de beroepspraktijk krijgen geen subsidie meer.

Het gaat om het Prinses Christina Concours en het Nederlands Vioolconcours, jurycompetities waar generaties jonge musici sinds 1967 ervaring hebben opgedaan met onder druk voor publiek spelen. De stichting Vocaal Talent Nederland heeft sinds 1989 een waaier aan jeugdkoren opgezet waar kinderen vanaf 9 jaar terecht kunnen om hun stem te ontwikkelen en door te groeien tot beroepszangers. Het Ricciotti ensemble is een straatorkest dat sinds 1970 conservatoriumstudenten en amateurmusici van hoog niveau aansluiting leert vinden bij publiek buiten de concertzalen, van zorgcentrum tot gevangenis en stadsplein. En tenslotte leert het Britten voor jong muziektalent kinderen met strijkensembles het plezier van samen muziek maken kennen in Oost-Nederland, waar dat sinds 2012 moeilijker is geworden na de gemeentelijke bezuinigingen op muziekscholen.

Om de sportvergelijking verder door te trekken: het is niet alleen Jong Oranje dat dreigt te verdwijnen, het is het Papendal van de klassieke muziek dat op instorten staat – zoals het sportcentrum heet dat atleten in vele disciplines begeleidt naar olympische successen.

De gevolgen ‘zijn ronduit catastrofaal’, schreven de verzamelde beroepsorkesten en -koren, concertzalen, theaterproducenten en muziekonderwijzers vorige week aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Eppo Bruins (NSC). ‘De aanvoerlijnen van talent richting de top vallen weg.’ Vandaar dat ze Bruins oproepen de zes instellingen alsnog te subsidiëren. Maar ingrijpen na onafhankelijk genomen subsidiebesluiten is in Den Haag een gevoelige kwestie.

De kracht van cultuur

Het FCP is een van de zes rijkscultuurfondsen. De regering bepaalt hun budget en in grote lijnen een beleidsopdracht waarmee de fondsen bij de verdeling van het geld rekening moeten houden. Bijvoorbeeld: verdeel het budget over alle regio’s van het koninkrijk. Maar de keuze over wie van de aanvragers wel of geen subsidie krijgt is aan het fonds, om te voorkomen dat er politieke bemoeienis is met de inhoud van kunst.

Vijf van de rijksfondsen zijn bedoeld om beroepskunstenaars te steunen in het maken van film, beeldende kunst, architectuur en design, literatuur en podiumkunsten, maar het FCP heeft de opdracht culturele instellingen te subsidiëren die proberen zoveel mogelijk mensen actief mee te laten doen aan kunst en cultuur. De gedachte is dat kunstbeoefening op elk niveau voor mensen goed is, en dat het de samenleving ‘sterker en socialer’ maakt. Het ministerie van OCW, toen nog onder leiding van bewindspersonen van D66-huize, vroeg het fonds om voor de periode 2025-2028 ‘te helpen de denk- en maakkracht van cultuur in te zetten om met alle veranderingen in onze omgeving om te kunnen gaan’.

Leren luisteren

De vaak technocratische logica van subsidiebeleid (‘uw meerjarenplan mag ongeveer 5.000 woorden bevatten’) komt bij de kunstsubsidierondes altijd in botsing met de hartstocht van de makers. ‘Het is moeilijk dat we alleen moeten overtuigen met tekst, terwijl de magie van muziek niet in woorden te vatten is’, zegt Ilona Sie Dhian Ho, docent viool aan conservatorium in Den Haag en lid van de artistieke commissie van het Nederlands Vioolconcours.

‘Als je muziek maakt, leer je luisteren’, zegt Sie. ‘En als je goed naar elkaar luistert, wordt de muziek die je samen maakt steeds mooier. Dat is een vaardigheid die we in onze samenleving wel kunnen gebruiken. Ook als je niet verder gaat in de muziek, helpt die ervaring je in het leven.’

Kraamkamer van de orkestmuziek

Het Jeugdorkest Nederland repeteert dezer dagen in Theater Orpheus in Apeldoorn en slaapt tussendoor in het plaatselijke jeugdhostel aan de Veluwse bosrand. De orkestouverture De getemde feeks, geïnspireerd op het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare, is het eerste stuk op het programma waarmee het vanaf donderdag op tournee gaat door Duitsland, Tsjechië en Luxemburg. Op 1 augustus rondt het de tournee traditiegetrouw af in Amsterdam.

De grote zaal in het Concertgebouw, met zijn kroonluchters en wereldberoemde akoestiek, is dan even de kraamkamer van de Nederlandse orkestmuziek. Vrijwel alle Nederlandse musici die een plek aan een lessenaar van een beroepsorkest weten te bemachtigen, hebben ooit in het in 1959 opgerichte JON gespeeld. Onder de 14- tot 20-jarigen zijn er daarom vast een paar die de muziektempel aan het Museumplein later als lid van het Concertgebouworkest hun thuis zullen noemen.

De tour is als een groot trainingskamp. ‘Je spoort elkaar hier aan’, zegt hoornist Eline van der Leest (21). ‘Op de middelbare school zijn er misschien drie andere kinderen die van klassieke muziek houden. Ik was de enige in de klas. Anderen begrijpen vaak de levensstijl niet. Dat je het leuk vindt om nog een uur te studeren en dus niet mee naar de stad gaat.’

Wel degelijk subsidiewaardig

Het wrange voor de zes afgevallen muziekinstellingen is dat de commissie die de subsidieaanvragen heeft beoordeeld hun plannen wel degelijk subsidiewaardig achtte. Maar er zat niet genoeg geld in de pot van het FCP om alle goed beoordeelde aanvragers – van hiphop tot theater, van klassieke muziek tot street art – te honoreren. De commissie gaf elke aanvraag punten, rangschikte ze van hoog naar laag en verdeelde daarna van boven af de 5 miljoen euro die per jaar beschikbaar is voor culturele instellingen en festivals die talent de ruimte geven. Na 26 aanvragen was het geld op, terwijl er daarna nog 28 instellingen voldoende punten hadden behaald. Zij zijn ‘onder de zaaglijn’ beland, zoals dat in subsidiejargon heet.

Het fonds heeft eigenlijk een ‘onmogelijke opdracht’, zegt Marco de Souza, directeur en oprichter van het Leerorkest Nederland, de enige instelling die aan klassieke muziek raakt en wel subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie heeft gekregen. ‘We vormen als talentinstellingen voor de muziek één lichaam: we werken allemaal samen. Dan ineens, één keer in de vier jaar, worden we allemaal concurrenten van elkaar als de subsidie wordt verdeeld. Dan wordt alles gescheiden in hokjes, terwijl de werkelijkheid niet zo is.’

Opgroeien in armoede

Het Leerorkest houdt nog steeds kantoor op de plek waar het in 2005 begon: tussen de flats en het groen van de Bijlmer in Amsterdam-Zuidoost, op loopafstand van het voetbalstadion van Ajax. Inmiddels heeft het een keur aan lesmateriaal en een jarenlang opgebouwde verzameling van twaalfduizend leeninstrumenten. Het ondersteunt er scholen en jeugdcentra mee in het hele land tot aan Aruba. ‘Voor veel kinderen is muziek maken anders onbereikbaar’, zegt De Souza. ‘Soms omdat ze opgroeien in armoede. Maar ook omdat ouders druk zijn met werk of in een moeilijke gezinssituatie verkeren en niet weten hoe ze muziekles voor hun kind kunnen regelen.’

Het is de eerste stap in een traject dat uiteindelijk naar de concertzaal kan leiden. ‘Ik zit hier aan de basis te werken’, zegt De Souza, die een paar jaar geleden is geridderd voor zijn inspanningen. ‘Twee kinderen die net uit Ghana komen, spelen bij ons nu fagot. Ik vind dat zij de kans verdienen om naar de top te kunnen. Daar spelen die zes andere organisaties een belangrijke rol in. Mij wordt steeds gevraagd: hoe krijgen we meer musici van kleur in het Concertgebouw? Alleen door het hele traject op orde te hebben.’

Nieuwere muziek wint van klassiek

Bij de beoordelingen lag ‘een focus op maatschappelijke betekenis’, schrijft het FCP in antwoord op schriftelijke vragen van de Volkskrant. Het was ‘in lijn met de opdracht van het ministerie’ en ‘voor alle aanvragers bekend en in de regelingen te lezen’. Directeurvan het fonds Barbara de Greeff wil geen tijd maken voor een interview, omdat ze alle aandacht wil geven aan gesprekken met aanvragers.

De klassieke instellingen zijn niet ineens achteruit gegaan, schrijft het FCP. ‘Wat we zien is dat instellingen en organisaties met relatief nieuwere muziekvormen voldoende ontwikkeld en versterkt zijn in de afgelopen jaren om zich op het gebied van meerjarige subsidie te meten aan de reeds gevestigde muziekvormen.’

Het FCP vroeg een commissie met onafhankelijke deskundigen de subsidieaanvragen individueel te beoordelen. Ze letten daarbij niet op de balans tussen kunstdisciplines. Pas na afloop bleek dat de klassieke instellingen niet bij de hoogste scores zaten. Daar is niets aan te doen, zegt het fonds. ‘Het zou niet conform de regeling zijn om dan nog met terugwerkende kracht de beoordeling of rangschikking aan te passen.’ Dat ze buiten de boot vallen is volgens het FCP zodoende alleen te wijten aan een te klein budget.

Weggegooide investeringen

‘We hebben nu gezien waar de nadruk op maatschappelijke betekenis en laagdrempeligheid toe leidt’, zegt Alexander Buskermolen, directeur van het Prinses Christina Concours. ‘Ik ben niet cynisch over wat kunst bijvoorbeeld in de zorg kan betekenen, maar wij bieden een kind een route naar de top. Als we alle instellingen voor amateurs onder één noemer scharen, raakt de term talentontwikkeling aan inflatie onderhevig.’

‘We werken met een failliet systeem’, zegt Aart-Jan van de Pol, directeur van Vioolconcours Nederland. Tot een andere conclusie kan hij niet komen nu organisaties die in tientallen jaren met rijkssubsidie zijn opgebouwd zomaar mogen sneuvelen. ‘Op deze manier zijn dat weggegooide investeringen. Er moet snel een nieuwe subsidiestructuur komen. Misschien wel bij een andere afdeling van het ministerie: bij de O van onderwijs.’

Wat doet minister Bruins?

In 2020 was 1 miljoen euro per jaar nodig om twaalf instellingen die onder de zaaglijn waren beland – onder meer uit de popmuziek – toch te kunnen subsidiëren. Met hangen en wurgen is er toen nog 700 duizend euro voor ze gevonden. Nu is ruim 6 miljoen euro per jaar extra nodig om alle 26 instellingen en festivals onder de zaaglijn toch te financieren, een ruime verdubbeling van het totale budget.

Voor de zes muziekinstellingen alleen is 1,9 miljoen euro per jaar genoeg. Of minister Eppo Bruins hen tegemoet kan of wil komen, is nog de vraag. Via zijn woordvoerder reageert hij omzichtig: ‘Wij hebben de uitkomsten gezien natuurlijk en bestuderen op dit moment de gevolgen.’

Triest, die harde lijn

Het is de in Brazilië geboren Marco de Souza, directeur van het Leerorkest, opgevallen dat in Nederland altijd discussie woedt of kunst een middel is om iets in de maatschappij te bewerkstelligen of dat kunst een doel in zichzelf mag zijn – dat het genoeg is dat ze ontroert, vermaakt, verbroedert of vrolijk stemt.

‘Intellectueel gezien is onderscheid tussen doel en middel best interessant, maar je hebt er in de praktijk weinig aan. Wij hebben van begin af aan cultuursubsidies gekregen, hoewel sommigen vonden dat we een sociaal project waren. Ik ben daar heel blij mee natuurlijk. Tegelijk is het triest dat de subsidiewereld vaak wel een harde lijn trekt tussen sociaal en cultureel. Als Braziliaan zeg ik: eten kan tegelijk lekker én gezond zijn.’

De emotie van het slot

In het jeugdhostel van Apeldoorn staat voor het Jeugdorkest Nederland vegetarische chili sin carne op het menu om op krachten te komen voor de avondrepetitie. Ze nemen het eerste deel door van de schril-heroïsche Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. In 1937 sloeg hij met dat werk kritiek van de Sovjet-autoriteiten van zich af en viel weer bij de machtigen in de smaak.

Kolkende muziek is het, waar Friso van Kuijk (18) niet genoeg van kan krijgen. ‘Ik heb bij het Jeugdorkest geleerd dat het concertleven wel bij me past.’ In september gaat hij dwarsfluit studeren. ‘Als houtblazers van het JON spelen we nu drie jaar samen: dwarsfluiten, hobo’s, klarinetten en fagotten. Onze instrumenten kleuren steeds beter met elkaar. We speelden vorig jaar de Zesde Symfonie van Tsjaikovski. Zo cool. Na afloop voelden we allemaal de emotie van het slot. Het bleef wel een minuut stil.’

Eigen festival

Muziekzomer Gelderland is het eigen festival van de jeugdorkesten. Van vrijdag 26 juli tot zaterdag 10 augustus zijn op allerlei plekken in de Gelderse provincie voorstellingen met kamermuziek, kindervoorstellingen en avondconcerten van Jeugdorkest Nederland, het Nationaal Jeugdorkest en Jong Metropole. Ook het door een subsidiestop getroffen Ricciotti ensemble is in de zomer vaak te horen: op zondag 4 augustus begint hun (een week durende) Shamrock Shuffle-zomertour, met dagelijks meerdere optredens van Scheveningen tot Beverwijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next