Op hoofdlijnen zijn mijn vrouw en ik eruit. We gaan morgen. Of in het weekend. Eventueel volgende week. We hebben afgesproken dat onze meningen hierover uiteen mogen lopen, zolang we maar hetzelfde doel voor ogen hebben. Dat we dus gaan, op een gegeven moment. Ergens heen.
Vanuit een hernieuwd gevoel van vrijheid nu we niet langer zijn gebonden aan de wensen van kinderen, hebben we gekozen voor de meest fluïde aller vakantievormen: de roadtrip. De auto staat voor de deur, we hoeven niets te regelen. ‘Zullen we anders nú?’, vroeg mijn vrouw toen ze vannacht naar de wc ging.
Had gekund, maar vrije vogels als wij houden graag hun opties open. Vertrekken betekent kiezen, na de eerste afslag zijn de onbegrensde mogelijkheden al niet langer onbegrensd. Op dit moment hebben we nog even genoeg aan de schijnbare zekerheid dat we in de nabije toekomst vermoedelijk een bepaalde afstand in een bepaalde richting zullen afleggen.