Kabinet-Schoof laat met voordracht Hoekstra zien oude machtspolitiek niet uit de weg te gaan.
Met de voordracht van Wopke Hoekstra voor een nieuwe termijn als Europees Commissaris maakt het kabinet-Schoof een pragmatische keuze. Doel is een zware portefeuille te verwerven in de nieuwe Commissie. Maar bij de kandidatuur van voormalig CDA-leider Hoekstra vallen wel enkele kanttekeningen te maken.
Op deze plaats is eerder geconstateerd dat de overgang van Hoekstra van Den Haag naar Brussel vorig jaar geen schoonheidsprijs verdiende. De opvolging van Frans Timmermans, die het lijsttrekkerschap van GroenLinks-PvdA verkoos, werd door toenmalig (demissionair) premier Mark Rutte geregeld met commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Zij vond het best: een opvolger die in haar christendemocratische smaldeel minder weerstand zou oproepen bij het uitdragen van het Europese klimaatbeleid kwam haar goed van pas.
Daarbij moet gezegd dat Hoekstra, als oud-minister van Financiën en Buitenlandse Zaken, een bestuurder met ervaring was. Transparantie over de tussentijdse wisseling van de wacht was de minste van Von der Leyens zorgen, nu zij zelf in gedachten al met haar eigen herverkiezing bezig was. In de hoorzitting voor het Europees Parlement bleek Hoekstra bovendien wendbaar in zijn klimaatopvattingen. Dat hij intussen het CDA verweesd achterliet, was niet meer of minder dan een nationaal probleem.
Kwam er onder het vorige kabinet al niet veel terecht van een nieuwe bestuurscultuur, ook het kabinet-Schoof heeft zich daar bij deze voordracht weinig om bekommerd. Het heeft de oude logica gevolgd, door te overleggen met de vicepremiers uit de coalitie en de Tweede Kamer erbuiten te houden. De aanwezigheid van Pieter Omtzigt in die coalitie met zijn nieuwe partij NSC (‘die mensen meeneemt bij afwegingen’) heeft daaraan niets kunnen veranderen.
De gang van zaken toont vooral aan dat het bij dit soort benoemingen onvermijdelijk is dat de gordijnen enigszins gesloten blijven. In weekblad EW zei Hoekstra vorige week nog heel vroom over een eventueel vervolg in Brussel dat het kabinet daarover gaat, waarop hij liet volgen: ‘En dan moet het voor mij persoonlijk passen.’ Intussen was hij zelf volop aan het lobbyen voor een verlengd verblijf en was bekend dat bij PVV, NSC en BBB geen personele weelde heerst.
Het is opmerkelijk dat een oppositiepartij als het CDA met vijf zetels in de Tweede Kamer nu de nieuwe Eurocommissaris mag leveren. Daarvan zou je met enige goede wil kunnen zeggen dat het past bij het beoogde extraparlementaire karakter van dit kabinet, dat immers ook al door CDA’er Richard van Zwol als formateur in elkaar is gezet. Tegelijkertijd had de coalitie weinig opties en zal een rol hebben gespeeld dat Hoekstra het in de ogen van Von der Leyen sinds oktober goed heeft gedaan.
Bovendien is ook hier de oude logica van toepassing. Frans Timmermans mocht in 2019 door voor een tweede termijn, in weerwil van het feit dat zijn PvdA na Rutte-II inmiddels oppositiepartij was geworden. Het leverde hem de post op waarmee hij zich ten volle voor de Green Deal kon inzetten. Schoof hoopt voor Hoekstra op een portefeuille in de economische hoek, want - hoe cynisch ook - dit eurosceptische kabinet houdt wel graag invloed in Brussel.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant