‘We zijn deftig nu, we zijn deftig!’, rapt de Amsterdamse hiphopartiest Adje in de eerste aflevering van de docuserie De battle naar Parijs (Omroep Zwart), over de weg die Nederlandse breakdancers hebben afgelegd naar de Olympische Spelen in Parijs.
Want deftig kun je de promotie van het straatse breakdancen naar een olympische discipline zeker noemen. Breakdancers, bij uitstek uithangborden van de straat- en hiphopcultuur, kunnen vanaf vrijdag, wanneer de Olympische Spelen van start gaan, een stuk edelmetaal omgehangen krijgen.
Hier en daar klonk er besmuikt gegniffel toen het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in 2020 besloot om breakdancen in het olympisch programma op te nemen. What’s next? Gouden medailles voor koekhappen?
Gelukkig heeft Omroep Zwart zich daar weinig van aangetrokken en produceerde het, vanuit de eigen affiniteit met hiphopcultuur, een docuserie waarin de evolutie van breakdancen in kaart wordt gebracht en een meeslepend verhaal wordt verteld over de kwalificatierondes.
De battle naar Parijs volgt verschillende dansers – b-boys en b-girls geheten– die door heel Europa meedoen aan danswedstrijden om uiteindelijk het felbegeerde ticket naar Parijs te winnen.
De meest boeiende protagonist in deze strijd is Menno van Gorp, een grootheid in de internationale breakdancescene, maar met zijn 35 jaar inmiddels ook wat aan de oudere kant. B-boys zijn met 20 jaar vaak op de top van hun kunnen. Van Gorp, hoewel ogenschijnlijk topfit, heeft kinderen, staat met andere ouders op het schoolplein en krijgt in de docuserie van een arts een pufje voor zijn kortademigheid.
Tussendoor wordt er in De battle naar Parijs geregeld teruggeschakeld naar vroegere tijden, voornamelijk de jaren tachtig, toen jongens en een enkel meisje op straathoeken in New York en Amsterdam op een kartonnen ondergrond zich aan halsbrekende toeren waagden. Heerlijk nostalgisch beeldmateriaal is dat, geschoten tegen de achtergrond van wat smoezelige, vervallen stadsgezichten. De bewegingen van de b-boys en girls zijn dan nog een beetje houterig, de hiphopmuziek is minder gelikt.
Over de auteur
Hassan Bahara is tv-recensent voor de Volkskrant.
Oude rotten zoals b-boy Carlos Rocha komen voorbij om smakelijke herinneringen op te halen aan die prille fase van breakdancen. Jongens zoals hij werden nog uit de discotheken geweerd vanwege hun te ruig geachte dansstijl.
Vergelijk dat eens met tegenwoordig. Breakdance-events worden nu gehouden in grote sporthallen, met soms wel duizenden toeschouwers. Dankzij sponsoren, weet b-girl Aruna Vermeulen te vertellen, is er een bestendige en internationale breakdancecultuur ontstaan waar het IOC niet meer omheen kon.
Mooi voor het breakdance, maar door die volwassenwording heeft de dansstijl ook iets van zijn authentieke glans verloren. Dat ziet ook b-boy Taoufik Amrani, die daarom maar zijn eigen dansevenement is gaan organiseren, het zogeheten Crash Fest, waar de dansers net iets wilder tekeer kunnen gaan. Heerlijk om te zien hoe iedereen daar het podium op stormt als de ene b-boy de andere met een geweldige acrobatische truc te kakken zet. Dat zou je op de Olympische Spelen vast wat punten kosten.
In de laatste aflevering krijgt Menno nog een laatste kans op een ticket naar Parijs. Zijn opponent is de huidige nummer één breakdancer van de wereld, en een stuk jonger. Kijken dus, als u wilt weten hoe dat afloopt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant