De discussie over de vergoeding van afslankmiddel Wegovy legt bloot dat de samenleving toe is aan een alomvattend plan om overgewicht − waar miljoenen Nederlanders mee kampen − te bestrijden.
De komst van gewichtsverlagende medicijnen voor de behandeling van een maatschappelijk probleem als obesitas stelt ons voor een duivelse keuze: vergoeding zal – met de huidige prijsstelling van Wegovy – tot een flinke stijging van zorgkosten leiden. Het Zorginstituut stelt dat uiteindelijk 4,2 miljoen Nederlanders in aanmerking kunnen komen voor behandeling met dit medicijn.
Over dit artikel
Hafez Ismaïli M’hamdi is vice-voorzitter van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid en universitair hoofddocent aan de Universiteit Maastricht. Beatrijs Haverkamp is adviseur bij het Centrum voor Ethiek en Gezondheid en bij de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als behandeling gekoppeld blijft aan een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’, dan vraagt vergoeding de komende drie jaar een verhoging van het farmaciebudget van tussen de 59 miljoen en 1,3 miljard euro. Maar als Wegovy niet vergoed wordt, dan ontstaat een ‘elitegeneesmiddel’ die de bestaande gezondheidskloof verder zal vergroten.
Wat ons betreft zou het gesprek in ieder geval moeten gaan over de relatie tussen collectieve vergoeding van deze medicijnen en de volgende vier zaken.
Ten eerste – zoals ook benoemd door het Zorginstituut – over de balans tussen voorkomen en genezen. Hoe verhoudt het inzetten van publieke middelen via (levens)lang gebruik van dure gewichtsverlagende medicatie voor het behandelen zich tot de inzet van middelen voor het voorkomen van obesitas?
Uiteraard moeten we personen met overgewicht en obesitas een behandeling kunnen aanbieden en niet aan hun lot overlaten. Maar door het vergoeden van een behandeling zoals Wegovy kan de urgentie verdwijnen om het onderliggende volksgezondheidsprobleem – dat de samenleving haar burgers ongezond maakt – aan te pakken. Dit volksgezondheidvraagstuk verdient meer dan een uitsluitend klinisch antwoord.
Ten tweede heeft de politiek een grondige afweging te maken van verschillende private en publieke belangen. We hebben private partijen nodig om zowel medicatie als ook voedsel te produceren. Maar hoe verhoudt de prikkel om winst te maximaliseren zich tot de financiële draagkracht van burgers? En wat als deze prikkel burgers gevangen dreigt te houden in de cirkel van de consumptie van ‘dikmakers’ en de behandeling met ‘dunmakers’? Het is aan de politiek om een redelijke balans te vinden tussen winstgedreven private belangen en gezondheidsgedreven publieke belangen.
Een derde vraagstuk is hoe we overgewicht en obesitas überhaupt moeten begrijpen. Hoe zien we obesitas eigenlijk? Is het een ziekte, of een voorstadium van een ziekte? Of een risico om ziek te worden? En hoe kijken we naar overgewicht? Moeten we bij overgewicht vooral inzetten op het voorkomen ervan, omdat dit het best begrepen kan worden als een gezondheidsrisico?
Dit zou betekenen dat de vergoeding van gewichtsverlagende medicatie aan strengere eisen moet voldoen dan wanneer we overgewicht als ‘pre-ziekte’ of als ziekte zien. Of is overgewicht juist al een ziekte, die behandeld moet worden en waarvoor de eisen om het medicijn te vergoeden iets milder mogen zijn?
Tot slot moeten vragen beantwoord worden over de verhouding tussen de eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gezondheid. Wat mag je als samenleving redelijkerwijs van elkaar vragen als het gaat om het bereiken en behouden van een gezond gewicht? En wat mag je als burger van de samenleving vragen als dit niet lukt en je zorg nodig hebt?
Vanuit solidariteit bezien zouden we gewichtsverlagende medicijnen voor mensen met obesitas collectief moeten vergoeden. Dit gebeurt immers ook met andere behandelingen voor leefstijlgerelateerde ziekten, zoals longkanker en COPD door het roken. Daar tegenover staat dat door toenemende schaarste de individuele verantwoordelijkheid voor gezondheid belangrijker wordt, om solidariteit in het zorgsysteem in stand te kunnen houden.
Overgewicht en obesitas beperken de kwaliteit van leven van de miljoenen Nederlanders die het betreft, én het komt met hoge maatschappelijke kosten. Laat de vraag om vergoeding van gewichtsverlagende medicatie aanleiding zijn voor minister Fleur Agema (Volksgezondheid) om eindelijk een brede maatschappelijke en politieke discussie te starten over wat wenselijk en nodig is in de aanpak van obesitas.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant