Home

‘Nu de gesloten jeugdzorg gaat sluiten, vraag ik me voor het eerst af: wat ga ik hierna doen?’

Met zijn onderzoeksrapport droeg Jason Bhugwandass bij aan de sluiting van de gesloten jeugdzorg, waar hij zelf beschadigd uitkwam. Daarmee komt het einde in zicht van de strijd die hij acht jaar lang voerde – ‘mijn hele volwassen leven’.

Het gebeurde eigenlijk toevallig, halverwege januari. Voor een boek dat hij wilde schrijven over de gesloten jeugdzorg, vlooide Jason Bhugwandass (26) inspectierapporten uit. Daarin las hij dat de gemeenten binnenkort moesten beslissen of ze weer jeugdzorg zouden inkopen voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie. Oftewel Zikos, de crisisafdeling van de gesloten jeugdzorg voor jongeren die bijvoorbeeld ernstig suïcidaal zijn.

Het werd Bhugwandass even zwart voor de ogen. Als 16-jarige belandde hij in een suïcidale periode zelf in de gesloten jeugdzorg. Van de vier instellingen waar hij verbleef, was de Zikos-afdeling in Harreveld voor hem het absolute dieptepunt. Hij kampt nog steeds met de trauma’s ervan. ‘Toen heb ik alles uit handen laten vallen om onderzoek te doen naar de twee Zikos-afdelingen, in Harreveld en Zetten.’

Over de auteur


Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire.

De bekende jeugdzorgcriticus plaatste een oproep op TikTok. Al gauw meldden zich tientallen jongeren. Zij vertelden dat zij op de Zikos-afdelingen meer dan twintig uur per dag eenzaam opgesloten op hun kamer zaten, nauwelijks behandeling kregen en vaak te maken hadden met gewelddadige begeleiders.

Zes weken werkte Bhugwandass dag en nacht aan zijn onderzoeksrapport, dat 12 maart verscheen. Het sloeg in als een bom. De gemeenten besloten er geen jongeren meer heen te sturen, de Inspectie ging meteen kijken en bevestigde dat de zorg er ondermaats was. De Zikos-afdelingen worden afgebouwd voor sluiting.

‘Het was gekkenwerk, maar het rapport heeft me meer gebracht dan ik had gedacht’, zegt Bhugwandass. Ontspannen serveert hij deze druilerige zomermiddag thee in zijn appartement, waar in een hoek een krat staat met zijn verzameling van ruim tweehonderd Rubiks kubussen. ‘In al die jaren dat ik kritiek lever op de gesloten jeugdzorg, ben ik vaak publiekelijk gelyncht. Nu kon ik bewijzen dat het er echt fout zat.’

De Wending

In deze serie interviews spreekt de Volkskrant met mensen die de afgelopen periode een grote verandering meemaakten.

Met de sluiting van deze instellingen en de afbouw van de gehele gesloten jeugdzorg die nu gaande is, ziet Bhugwandass ook het doel van zijn strijd in zicht komen. Sinds hij op zijn 18de uit de jeugdzorg kwam, vraagt hij onvermoeid aandacht voor de misstanden in de sector. ‘Hier ben ik acht jaar mee bezig geweest. De afgelopen maanden zijn hoofdstukken afgerond waarvan ik dacht dat ze veel langer zouden duren. Voor het eerst heb ik de hoop dat ik het straks echt achter me kan laten.’

Hoe heb je zo snel onderzoek kunnen doen?

‘Ik had geen tijd te verliezen als ik wilde dat de gemeenten mijn bevindingen zouden meenemen in hun afwegingen. Ik leefde op chocolade-zeevruchten. Vaak werkte ik door tot ik in slaap viel, zo rond een uur of vijf ’s ochtends.

‘Van tevoren had ik niet gedacht dat zoveel jongeren zich zouden melden. Ik verwachtte er zo’n vijftien, het werden er vijftig. Ik heb ze allemaal geïnterviewd. Na een aantal gesprekken zag ik al hoe schokkend hun verhalen waren. Toen heb ik de Inspectie benaderd en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die meteen actie hebben ondernomen.’

Had je ervaring met het schrijven van rapporten?

‘Tijdens de coronalockdown heb ik een jaar psychologie gestudeerd, maar ik had geen idee hoe je een onderzoeksrapport moest schrijven. Gelukkig had ik steun van een hoogleraar. Omdat ik de interviews met de jongeren zo kort op elkaar had gedaan, wist ik op welke onderwerpen hun verhalen overeenkwamen.’

Had je zo’n effect verwacht?

‘Het effect was veel groter dan ik had gedacht. Ik verwachtte weer zo’n strijd waarin ik moest opboksen tegen het verhaal van communicatieadviseurs van jeugdzorginstellingen. De afgelopen jaren hebben jeugdzorgmedewerkers vaak geprobeerd me de mond te snoeren door te zeggen dat ik loog of overdreef. Dan gingen ze bijvoorbeeld de media uitnodigen in hun instelling, met een verhaal dat het daar geweldig was.’

In juli 2022 kwam de omslag. De toenmalige staatssecretaris Maarten van Ooijen kondigde de sluiting aan van de grote gesloten jeugdzorginstellingen. De Zikos-afdelingen gaan nu al dicht. Voelt dat als erkenning?

‘Ja, ook voor alle anderen die er campagne tegen hebben gevoerd. Mijn doelen komen in zicht. Ik heb lang gedacht dat ik de sluiting van de gesloten jeugdzorg in mijn leven niet ga meemaken.’

Kun je nu deze strijd nu echt afsluiten?

‘Nog niet helemaal. Wel kan ik meer afstand nemen. Voor het eerst is er ruimte in mijn hoofd om te reflecteren. In die acht jaar heb ik m’n stempel kunnen drukken, maar wel met veel schade voor mezelf. Er zijn nog losse eindjes. Er is nog behoefte aan excuses van de overheid voor het feit dat zo lang geweld tegen kinderen is getolereerd. De koers is veranderd, maar we zijn er nog niet.’

Je bent ook alweer met iets nieuws bezig…

‘Ik ben zelf nog mijn trauma’s aan het verwerken, ik kamp met PTSS. Destijds had ik behoefte gehad aan nazorg voor de verregaande gevolgen die een verblijf in zo’n instelling kan hebben, maar die is er niet voor jongeren uit de gesloten jeugdzorg.

‘Daarom organiseer ik deze zomer twee nazorgweken, voor jongeren die in de gesloten jeugdzorg in Harreveld en Zetten hebben gezeten, met elk zo’n zeven à negen deelnemers, in de leeftijd van 17 tot 29 jaar. Soms gaat ook een ouder mee. Vorig jaar hebben we dit voor het eerst uitgeprobeerd, het werkte goed. In zo’n week brengen de jongeren een bezoek aan de instelling waaraan ze vaak traumatische herinneringen hebben. De besturen van die jeugdzorgorganisaties hebben hun volledige medewerking toegezegd. Als ik meer budget zou hebben, zou ik voor meer instellingen zulke weken organiseren.

‘Bij mij heeft het geholpen om terug te gaan naar de plekken waar ik heb gezeten. En vooral ook om te praten met jeugdzorgmedewerkers die er werkten. Jongeren vinden dat het meest waardevolle van de week, dat ze iemand kunnen spreken die aan de andere kant heeft gestaan. Zeker als die medewerker toegeeft dat het er niet oké was. Als jeugdzorgwerkers hun excuses aanbieden is dat helend, voor de jongeren, maar ook vaak voor de medewerker zelf. Maar niet alle hulpverleners doen dat.

‘Het contact met jongeren belast me veel minder dan strijden met instanties en professionals. Ik organiseer dit als vrijwilliger met bescheiden donaties. Het is nadrukkelijk geen hulpverlenersweek.’

Maar als straks de grote gesloten jeugdzorginstellingen dicht zijn, kunnen zulke jongeren er later niet meer gaan kijken?

‘Door de afbouw lopen jongeren die nog aan het begin van hun verwerking staan het risico dat ze niet meer terugkunnen naar de gesloten setting waar ze zaten. Daarom denk ik na over het maken van virtualrealitytours door de instellingen die nu sluiten.’

Wat deed het jou om zo met de jeugdzorg bezig te zijn?

‘Mijn eigen wonden werden telkens opengehaald. Ik heb ook heel wat stront over me heen gekregen op sociale media. Mensen pakken me op mijn openheid.

‘Racistische en transfobe opmerkingen raken me minder. Het ergste vind ik als mensen zeggen dat ik lieg. Op LinkedIn heb ik veel gedoe gehad met hulpverleners die zich stoorden wanneer ik misstanden blootlegde. Ik zit er niet meer op. Liever heb ik contact met jongeren op Insta en TikTok.’

Is het het waard geweest?

‘Voor het eerst vraag ik me af: wat ga ik hierna doen? Tot nog toe ben ik mijn hele volwassen leven bezig geweest met het verbeteren van de jeugdzorg, niet alleen door kritiek te leveren, maar ook met het geven van lezingen op congressen en het meelezen van beleidstukken. Pas nu heb ik tijd om na te denken over de vraag wat het me heeft gekost en of dat het waard was.

‘Deze strijd was voor mij geen keuze uit interesse, maar pure noodzaak. Het heeft me veel gebracht, maar het heeft me ook een deel van mijn jeugd gekost. Dat geeft me een gevoel van verlies. Ik zie nu dat ik mezelf deze vraag eerder had moeten stellen. Maar ik denk ook dat als ik vooraf had geweten dat het zo zwaar zou zijn, ik hoogstwaarschijnlijk hetzelfde had gedaan.

‘Wel heb ik me daardoor minder kunnen focussen op mezelf. Ik vind het pijnlijk dat ik niet ben afgestudeerd, ook omdat ik niet goed tegen een omgeving met veel prikkels kan. Dat ik die bul niet heb, zit me echt dwars.’

Veel deskundigen op het gebied van de jeugdzorg prezen de kwaliteit van jouw Zikos-onderzoek, en je snelheid.

‘Ik hoopte met dat rapport een vrijstelling te krijgen voor het schrijven van mijn scriptie, dat is niet gelukt. De erkenning die ik van wetenschappers krijg is wel helend, merk ik.’

Kun je door alles wat je hebt meegemaakt en gedaan nog wel aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten?

‘Ik pas niet meer in de reguliere mal. Als ik met normale mensen afspreek, verveel ik me rot. Waar héb je het over op een terras, vraag ik me dan af. Veel mensen die ik ken uit de jeugdzorg gaan in een gesprek meteen traumadumpen, praten over hun problemen, die communicatievorm ken ik. Maar met mensen die een rimpelloos leven leiden, voel ik geen aansluiting.

‘Als ik mensen van mijn leeftijd volg op Insta, dan zie ik dat ik veel heb gemist. Ik hoor te picknicken in het park, naar festivals te gaan, te studeren, relaties te hebben. Anderen vormden hun identiteit in de jaren dat ik met de jeugdzorg bezig was. Ik heb vooral vrienden gemaakt in die context. Ik heb veel bereikt, maar op het persoonlijke pad voel ik me soms mislukt. Met die nazorgweken hoop ik dat het voor de deelnemers daaraan anders is dan voor mij. Dat ze niet op hun 26ste denken: wat nu?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next