‘Het EK voetbal is bijna vergeten, de Tour afgelopen. De Sportzomer wordt vervolgd met de Olympische Spelen. Tot dusver is het een miezerig Hollands Sportzomertje: veel regen en weinig reden tot vreugde’. Niet mijn woorden, maar van columnist Bert Wagendorp exact twaalf jaar geleden. Het had gisteren geschreven kunnen zijn, want vrijdag beginnen die Olympische Zomerspelen weer.
Maar net als Wagendorp is het mij ‘niet helemaal duidelijk waarom wij zo blij zijn wanneer er goud wordt gewonnen door een atleet met wie wij niet meer gemeen hebben dan het paspoort. Evenmin is de emotie verklaarbaar die ons bevangt wanneer aan vreemde kust het Wilhelmus klinkt en de driekleur wordt gehesen voor een landgenote die erin is geslaagd haar paard achterwaarts de horlepiep te laten dansen’. Tja, vanwaar die blijdschap?
Gelukkig promoveerde socioloog Joost Jansen recentelijk op de relatie tussen nationalisme en de Olympische Spelen. Volgens hem is ‘de natiestaat een verhaal dat elke dag verteld moet worden om levend te houden en is sport het middel om dat verhaal te reproduceren’. Het vrij abstracte idee van de natiestaat heeft een middel nodig om emotionele loyaliteit af te dwingen. Daarbij helpt sport. Niet voor niets laten staatshoofden zich graag zien tijdens sportevenementen. Het is dé manier om aan het front van de sportieve veldslag op een toegankelijke wijze het nationale narratief te belichamen en reproduceren.
En laten we eerlijk zijn, in een wereld die in toenemende mate wordt ervaren als complex en grenzeloos, biedt sport een baken van overzichtelijke en begrensde binariteit. Verlies of winst. Vreugde of verdriet. Wel of geen goud. Bijna nergens wordt een wereld geboden met zulke overzichtelijke antwoorden. En de hoogmis van die sportwereld zijn uiteraard de Spelen, waar haar ultieme overzichtelijkheid wordt uitgedrukt in de medaillespiegel.
Die medaillespiegel (let op, ook in deze krant op pagina 2!) laat in één oogopslag zien welke landen de meeste medailles hebben behaald. Nederland doet het daarin (‘voor een klein land’, hoor je dan altijd) blijkbaar bovengemiddeld goed. Geen serieuze ziel die nu nog weet hoeveel plakken er behaald zijn in pakweg Tokio, Rio of Londen, maar toch beheerst het wekenlang het journaille en is het jarenlang officieel sportbeleid geweest van de Nederlandse sportkoepel NOC-NSF om daarop te koersen.
Maar wat spiegelt die medaillespiegel? Misschien onze eerzucht of nationalisme? Ons verlangen naar overzichtelijkheid en een universele wisselkoers? De wens het eigen land mondiaal te kunnen rangschikken of ons zelfbeeld op te vijzelen? Toegegeven, ik ben gefascineerd door spiegels. In mijn hoorcolleges neem ik soms weleens een spiegeltje mee. Daarin laat ik studenten kijken en vraag ik wat ze zien. Soms zegt iemand ‘mezelf’.
Dat moment toont dat wat we ‘mezelf’ noemen altijd buiten je-zelf ligt. En dat ons zelfbeeld zich dus grotendeels buiten onszelf afspeelt. Niemand is namelijk in staat zichzelf, zonder iets buiten het zelf, te zien. Wanneer je jezelf ziet, kan je ook zien hoe anderen dat zelf zien. Terwijl spiegels dus ogenschijnlijk een individueel beeld reflecteren, drukken ze onze fundamentele sociale verbondenheid uit met anderen. Dat geldt voor de kappersspiegel, de lachspiegel en dus ook de medaillespiegel.
Wagendorp vervolgt dat ‘topsport erin is geslaagd vaandeldrager van het nationale gevoel te worden’. Sport als ‘laatste bastion van nationale identiteit, de sporter als laatste soldaat van Oranje’. Helaas heeft onze militante tijd die conclusie inmiddels ingehaald. Want de oorlogsretoriek van geüniformeerde mannen staat weer in ronkende teksten op voorpagina’s gedrukt. Hadden we maar de luxe dat de strijd zich louter op het sportveld afspeelde, die tijd lijkt helaas voorbij.
Als gevolg daarvan zullen dit jaar Rusland en Wit-Rusland tijdens de Spelen en in die medaillespiegel ontbreken. Zij zijn door het IOC uitgesloten. Mocht er dit najaar tijdens de zogenaamde ‘Friendship Games’ in Moskou ook een medaillespiegel zijn, dan toont deze vooral een gebroken spiegelparadijs. Sport biedt een overzichtelijke wereld van winst en verlies. Helaas zullen de aankomende Spelen en haar medaillespiegel vooral reflecteren dat er iets wezenlijks is verloren. Wellicht is dat ook een verhaal dat het waard is iedere dag elkaar te vertellen. We zullen er, hoe dan ook, iederezomerdag op pagina 2 aan worden herinnerd. Let the Games begin.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant