De teamkleding van de Mongoolse modeontwerpers eindigt steevast bovenaan de vroegtijdig opgestelde best dressed-lijstjes. Die maakt dan ook diepe indruk.
Of het nu wenselijk is of niet, het valt moeilijk te ontkennen: de Olympische Spelen zijn ook een modeconcours. Dit jaar misschien wel meer dan ooit, nu de Spelen plaatsvinden in en rond Parijs. Al gebeuren de spannendste ontwikkelingen lang niet altijd meer daar, de stad is nog steeds de thuishaven van statusmerken als Dior en Louis Vuitton – en van hun moederbedrijf LVMH, een kolos van een luxeconglomeraat met vele chique modehuizen in het bestand.
Over de auteur
Nora Veerman schrijft voor de Volkskrant over mode.
LVMH is dit jaar ‘premium partner’ van de Spelen, dus worden de medailles ontworpen door LVMH-juwelier Chaumet, gaan de medaille-assistenten van top tot teen in Louis Vuitton gekleed en worden de medailles aangeboden in vierkante kistjes met een klassieke Vuitton-ruit erop.
Het markantste modemoment van de Spelen is naar verwachting vooralsnog de openingsceremonie van aanstaande vrijdag, wanneer de atleten zich per land in teamkleding presenteren aan het publiek. Die kleding wordt speciaal voor de gelegenheid ontworpen, een opdracht die steeds vaker wordt uitbesteed aan ontwerpers of modelabels met internationale allure. Zij krijgen de herculestaak om binnen de sfeer van de Spelen uitdrukking te geven aan de nationale identiteit van een land, en om een groep sporters met zeer uiteenlopende lichamen goed voor de dag te laten komen.
Het resultaat van die inspanningen werd de afgelopen weken al links en rechts onthuld op het internet. De Franse equipe heeft chique maatpakken gekregen, met revers in de nationale driekleur van – uiteraard – een LVMH-dochter, het Parijse mannenmodelabel Berluti.
Ralph Lauren, koning van de Amerikaanse sportieve college-stijl, stak het team van de Verenigde Staten in studentikoze blauwe colberts en spijkerbroeken. Voor de Britten werden het polo’s en jasjes in grafische jarenzestigstrepen van ‘hun’ Ben Sherman.
In Nederland ging de eer naar het Amsterdamse denimmerk Denham, dat voor het Nederlandse team op werkkleding gebaseerde outfits ontwierp. De blauwe jeans, witte tops, ecru jasjes en kleine oranje halsdoeken stonden deze maand niet alleen op het web, maar ook in de Nederlandse Vogue.
Steevast bovenaan de vroegtijdig opgestelde best dressed-lijstjes eindigden de uniforms van het Mongoolse team, ontworpen door twee zussen uit Ulaanbaatar: Michel en Amazonka Choigaalaa van het label Michel & Amazonka. De zussen staan in Mongolië bekend om hun krachtige, eigentijdse herinterpretaties van Mongoolse traditionele kledingstukken. Ze ontwierpen ook al kleding voor de Spelen van 2020 in Tokio, en die van 2022 in Beijing, maar niet eerder kregen hun ontwerpen zo veel aandacht en waardering.
‘Ze hebben de Olympische Spelen al gewonnen, en die zijn nog niet eens begonnen’, aldus modecommentator Ryan Yip in een TikTokvideo.
De Mongoolse kleding maakt dan ook diepe indruk. Het silhouet is gestroomlijnd en oogt hypermodern, maar is gebaseerd op een eeuwenoud Mongools kledingstuk: de deel, een gewaad tot over de knie met een asymmetrische sluiting en lange, bloezende mouwen. Daarover dragen de atleten vrijdag mouwloze vesten. Op de vrouwenvesten zijn ter hoogte van de schouders dunne witte slepen bevestigd, die sierlijk wapperen bij het lopen.
Vesten, manchetten en kragen zijn uitgevoerd in de nationale kleuren rood en donkerblauw, en geborduurd met goudkleurig garen. Het borduurwerk is een kunstig zoekplaatje vol verwijzingen naar de Spelen en Mongolië. Er zijn olympische ringen en een fakkel te ontwaren, en een piepkleine Soyombo, het embleem dat op de Mongoolse vlag staat.
Een rij geborduurde bergen – waarvan Mongolië er nogal wat heeft – is volgens de ontwerpers bedoeld om de vergelijking te trekken tussen de kracht en het doorzettingsvermogen van bergbeklimmers en dat van de olympische sporters.
De kleding werd voor elke atleet op maat gemaakt, en ook over accessoires werd nagedacht. Voor de mannelijke vlaggendrager is een boogschuttershoed en een paar bewerkte gutal-laarzen voorzien. De vrouwen dragen een geborduurd tasje en rood met gouden oorbellen. In zo veel details gaat nogal wat tijd zitten: elk individueel ensemble kostte gemiddeld twintig uur om te maken, vertellen de ontwerpers in een interview met magazine GQ.
Naast zo veel verfijning en decorum steken alle blazers en polo’s opeens nogal degelijk af, en oogt het Nederlandse Denham-pak – hoewel heerlijk casual en comfortabel – ook ontstellend alledaags. Nu heeft die alledaagsheid een reden: Denham kreeg van olympische (oud-)sporters de suggestie om kledingstukken te ontwerpen die de atleten na de Spelen kunnen blijven dragen. Praktische kleding dus, waarin zo veel mogelijk mensen zich kunnen vinden.
Dat is in principe een goed idee, en nog om een andere reden handig. Behalve uniform zijn de kleren namelijk ook merchandise. De outfits van Denham zijn op de website van het merk voor gewone stervelingen te koop, net als de Ralph Lauren-jasjes en Ben Sherman-polo’s. Ze moeten aantrekkelijk zijn voor atleten, maar net zo goed voor de kijkers thuis op de bank, want dat betekent omzet. Maar daarmee wordt ook iets ingeleverd.
Wellicht hetgeen waardoor de Mongoolse outfits juist zo aanslaan. Natuurlijk zijn ze op zichzelf spectaculair om te zien. Maar ook: in een omgeving waarin al zo veel dingen mode zijn, is het een verademing om te kijken naar iets wat niet direct voelt als potentiële koopwaar. Naar kleding die zichtbaar met aandacht is gemaakt, stikt van de specifieke symboliek, en die voor geen ander mens of moment geschikt is dan voor die ene atleet, daar, op dat podium. Daar zou de openingsceremonie van de Olympische Spelen ook een plek voor kunnen zijn.
Een ander bekend Nederlands merk dat dit jaar kleding heeft gemaakt voor de Olympische Spelen is The New Originals. Dit Amsterdamse label ontwierp de sporttenues voor de Nederlandse breakdance-equipe, bestaande uit India Sardjoe, Lee-Lou Demierre en Menno van Gorp. Ze kregen alle drie een eigen trainingspak aangemeten, in respectievelijk oranje, wit en donkerblauw. Breakdance staat deze zomer voor het eerst op het olympisch programma, onder de naam ‘breaking’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant