Met de gewaagde luchtaanval in Jemen heeft Israël opnieuw laten zien waartoe het militair in staat is. Gevechtsvliegtuigen stegen op om 1.800 kilometer verderop Houthi-doelwitten te treffen. Het is niet de eerste keer dat Israël op grote afstand toeslaat.
‘Operatie Uitgestrekte Arm’, zo noemde het Israëlische leger zaterdag toepasselijk de verrassingsaanval op de Jemenitische havenstad Hodeidah. Na 320 aanvallen van Houthi-strijders op Israël met kruisraketten, drones en ballistische raketten, vond de regering van premier Benjamin Netanyahu het welletjes.
Op klaarlichte dag stegen gevechtsvliegtuigen, waaronder de stealthjager F-35, vanaf diverse luchtmachtbases op richting het zuiden. Ze werden bijgestaan door tankervliegtuigen om de 1.800 kilometer lange tocht naar Jemen en weer terug te overbruggen. Israëlische badgasten konden de toestellen gewoon zien overvliegen.
Na een tocht van 2 uur en 50 minuten, vuurden de F-35’s en F-15’s precisieraketten af op oliedepots en havenfaciliteiten die de Houthi’s in staat stellen om via Hodeidah Iraanse wapens in te voeren. Op video’s die de luchtmacht publiceerde, is te zien hoe de raketten inslaan.
‘Het ziet er naar uit dat het Israëlische leger met deze aanval een boodschap afgeeft, aangezien de afstand tot het doelwit ook reikt tot delen van Iran’, zei de Israëlische commentator en oud-militair Ron Ben-Yishai in The Jerusalem Post. ‘Het toont aan dat Israël in staat is om verrassingsaanvallen over grote afstanden uit te voeren.’
Niet voor niets gaf Israël ook video’s vrij van het bijtanken van de F-35’s in de lucht, om te laten zien waartoe de luchtmacht in staat is. Het land, in het bijzonder premier Benjamin Netanyahu, dreigde de afgelopen jaren volop met een preventieve aanval om het Iraanse nucleaire programma te vernietigen. Het bombardement op de Houthi’s zal, vanwege de grote afstand die moest worden afgelegd, in Teheran zeker niet onopgemerkt zijn gebleven.
Operatie Uitgestrekte Arm is beslist niet de enige die Israël tot ver buiten de landsgrenzen uitvoerde. Sinds de jaren zeventig liet de luchtmacht zich zelfs tot in Afrika zien. Zo werd in 1976 zo’n 4.000 kilometer overbrugd door Hercules C-130-transportvliegtuigen om meer dan honderd Israëliërs te bevrijden in Oeganda die door Palestijnen werden gegijzeld.
Deze commando-operatie geldt nog altijd als een van de succesvolste ooit. De naar schatting honderd Israëlische militairen wisten ongemerkt op de luchthaven van de Oegandese hoofdstad te landen en de gijzelaars te bevrijden. Ook werd een deel van de Oegandese luchtmacht vernietigd voor de Hercules-toestellen weer vertrokken. Bij de operatie kwam de broer van Netanyahu, leider van de commando’s, om het leven.
Zo’n vijf jaar later, in 1981, sloeg de Israëlische luchtmacht toe in Irak. F-16’s, beschermd door F-15’s, vlogen in het diepste geheim via Jordanië en Saoedi-Arabië zo’n 1.600 kilometer om buiten de Iraakse hoofdstad Bagdad een kernreactor te vernietigen. Israël wilde zo voorkomen dat de Iraakse leider Saddam Hussein de Osirak-reactor zou gebruiken om kernwapens te ontwikkelen.
In 1985 kopieerde Israël deze operatie door in Tunesië het hoofdkwartier van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) van Yasser Arafat te vernietigen. Bij deze luchtaanval, waaraan tien F-15’s deelnamen, moesten de gevechtspiloten zo’n 2.200 kilometer overbruggen. De toestellen werden boven de Middellandse Zee bijgetankt door Boeing-tankervliegtuigen.
Arafat werd niet gedood, maar het PLO-complex werd met de grond gelijkgemaakt. In de afgelopen jaren zijn er diverse berichten geweest dat de Israëlische luchtmacht met F-35’s aanvallen uitvoerde in Irak en zelfs in Iran op sjiitische milities, maar Israël heeft deze nooit bevestigd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant