Home

De triomftochten van Pogacar zijn niet van deze wereld, maar argwaan is niet op zijn plaats

Een allesoverheersende wielrenner wekt argwaan, dat is het lot van zijn sport. Maar met de dominantie waarmee Tadej Pogacar eerst de Giro en nu de Tour heeft gewonnen, hoeft niets mis te zijn.

Wat Tadej Pogacar begin dit jaar van plan was, voor het eerst sinds Marco Pantani in 1998 achter elkaar de Giro en de Tour winnen, dat kon eigenlijk niet in het moderne wielrennen. Nou ja, als iemand het kan, zo was de breed gedeelde voorspelling, dan toch alleen hij.

De 25-jarige Sloveen haalde zijn doelstelling. Na in mei de Ronde van Italië te hebben gewonnen, schreef hij zondag ook die van Frankrijk op zijn naam, voor de derde keer.

Het opvallend grote gemak waarmee hij Giro en Tour won levert Pogacar zijn zoveelste record op. Het was van wie anders dan Eddy Merckx, stamde uit 1970, stond op 37 en betreft het aantal dagen in één seizoen dat een renner in een grote ronde een leiderstrui draagt.

Over de auteur

Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.

Alle verhalen over de Tour de France 2024 vindt u hier
Volg ook ons liveblog over de Tour.

In Italië in mei pakte Pogacar het roze al in de tweede etappe, won liefst zes etappes en behield het leiderstricot daarna tot in Rome waar hij de eindwinst pakte met 10 minuten voorsprong op nummer twee.

De tegenstand beloofde in Frankrijk steviger te zijn, al kwamen zijn drie Tourconcurrenten begin april zwaar tot zeer zwaar ten val. Uiteindelijk fietste Pogacar op twee dagen na de hele Tour in het geel, won net als in de Giro zes ritten en verbeterde het Merckx-record naar 39 dagen.

Besmet verleden

Dergelijke dominantie wekt argwaan in een sport waarin het ondenkbare werkelijkheid werd. Zeven opeenvolgende edities van de Tour, die van 1999 tot en met 2005, zijn door niemand gewonnen en hebben daarmee feitelijk niet plaatsgevonden.

De alleenheerschappij van Lance Armstrong berustte op een criminele dopingorganisatie. Dat wielrennen er niet aan ten onder is gegaan, mag een wonder heten, maar uitzonderlijke wielerprestaties zullen sindsdien altijd stuiten op wantrouwen.

Renners als Pogacar, zijn directe tegenstander de afgelopen vier jaar Jonas Vingegaard en new kid on the block Remco Evenepoel raken daarvan niet overstuur. Ze begrijpen dat ze keer op keer dat wantrouwen moeten proberen weg te nemen. Vingegaard had daar in de vorige door hem gewonnen Tour een slimme bezweringsformule voor: ‘Ik neem niets dat ik niet aan mijn dochtertje zou geven.’

Niet uitzonderlijk

Pogacar werd gewantrouwd vanaf zijn eerste 10 op zijn rapport, op 3 juli 2021. Op die dag won hij de 108ste Tour al in etappe 8, met één enkele klim, de Col de Romme. Die leek Pogacar in onophoudelijke regen en kou gruwelijk hard omhoog te rijden. Later bleken de cijfers van zijn coup wel goed, maar niet uitzonderlijk. Uitzonderlijk slecht waren de data van zijn tegenstanders, die eerder in die Tour allemaal flink waren gevallen.

De nuance ontging Franse media. ‘De terugkeer van de donkere jaren van het tweeversnellingsfietsen’, schreven ze, en ‘van misselijkmakende Armstrong-lucht’.

Pogacar had er zowaar enig begrip voor, maar zei drie jaar geleden: ‘Het is vreemd om hierover te spreken, want het druist in tegen alles waarin ik geloof.’

Een echo van 2021 klonk tijdens deze Tour vooral na de vijftiende etappe, waarin Pogacar zijn derde Tourzege definitief veiligstelde, een week voor het einde. De slotklim van de dag naar Plateau de Beille legde de Sloveen circa 10 procent sneller af dan Marco Pantani in de door grootschalig epo-gebruik verpeste Tour van 1998. Dat een kwart eeuw later, een sporter, erger, een wielrenner, véél beter is dan een vermoedelijke dopingzondaar; meer informatie hebben cynici niet nodig.

‘Stokoude dopingrecords’

Waarnemers die achteraf niet van naïviteit beschuldigd willen worden, zoals verslaggevers, kunnen veiligheidshalve teksten bezigen zoals: ik steek mijn hand voor niemand in het vuur en ook renners kunnen bedrogen worden. Dat gezegd hebbende zijn er genoeg redenen om uitzonderlijke wielerprestaties te vertrouwen.

Dat stokoude records-met-dopingsmaak worden verbeterd, is niet uitzonderlijk. Atleten en zwemmers uit de Sovjet-tijd verdwijnen ook uit de boeken. Zo verbeterde Femke Bol vorig jaar de 41 jaar oude toptijd van de Tsjechoslowaakse Jarmila Kratochvilová op de 400 meter indoor.

Op weg naar Plateau de Beille verbeterde bovendien niet alleen Pogacar het record van Pantani. Vingegaard en Evenepoel deden het ook. Wie Pogacar van vals spel beschuldigt, adresseert de bredere wielertop. Temeer omdat Vingegaard vorig jaar iets vergelijkbaars presteerde als Pogacar nu met zijn vooraf onhaalbaar geachte Giro- én Tourwinst.

Nadat de Deen in 2023 de Tour had gewonnen en Pogacar had verslagen, reed hij nog een grote ronde, de Vuelta. Vingegaard werd gewillig tweede op 17 seconden, omdat hij had besloten de eindzege te gunnen aan zijn voor zijn Tourzeges onmisbare ploeggenoot Sepp Kuss.

Wetenschap

Al met al, meent het overgrote deel van het Tourcircus, zijn de verboden stimulerende middelen van vroeger nu vervangen door allesbehalve illegale wetenschap. Over de hele linie zijn materiaal, voeding, trainingsmethoden en fysieke en mentale begeleiding sterk verbeterd sinds in 2010 voor het laatst een Tourwinnaar, Alberto Contador, uit de boeken werd geschrapt.

Toen ik bij deze ploeg kwam, vertelde Pogacar over UAE in een van zijn vele voor de geletruidrager verplichte persconferenties, ging het er best amateuristisch aan toe. Pas na zijn verlies in de Tour van vorig jaar – ‘I’m gone, I’m dead’ – kreeg UAE de zaak op orde, naar verluidt op initiatief van de kopman zelf.

Het zichtbaarste ingrediënt daarvan de afgelopen drie weken was Pogacars zeer sterke en daarmee dure ploeg. Mannen die maar iets minder goed zijn dan Pogacar hielden hem in alle etappes voortdurend veilig en uit de wind, waarna hij steeds fris en fruitig kon beginnen aan zijn vijf winnende slotklimmen.

Zelf noemde de winnaar twee sleutels voor zijn dominantie: hij kan beter tegen de hitte en hij is beter geworden in zeer lange, slopende beklimmingen naar grote hoogte – voorheen het terrein waarop Vingegaard hem kon verslaan.

Het roer moet om, zei Pogacar vorig jaar tijdens het WK wielrennen in Glasgow tegen Sloveense media. Slachtoffer was zijn toenmalige hoofdtrainer, de Spaanse arts-wetenschapper Inigo San Millan, die geen aandacht zou hebben besteed aan hitte en hooggebergte. Pogacars huidige trainer Javier Sola zou met nieuwe trainingsvormen en lange hoogtestages de zaak dusdanig op de schop hebben gegooid dat zijn pupil de beste cijfers uit zijn carrière fietst.

Pogacar, al drie jaar achtereen de beste wielrenner ter wereld, heeft kennelijk nu pas zijn zaakjes perfect voor elkaar. Na zijn Giro-winst de Tour de France verliezen, dát was pas opmerkelijk geweest.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next