Er zijn weinig joden in Nederland. En joodse queers zijn er al helemáál weinig. Dan is het fijn om onder elkaar te zijn, wat kan bij het Amsterdamse JPride. Een safe space, die extra belangrijk is nu antisemitisme toeneemt.
Ronen Brilleslijper zat bij een vriend en wat ze deden hield het midden tussen klagen en grappen maken. ‘Wij zijn volgens mij echt de enige joodse homo’s in Amsterdam’, zei Brilleslijper, op dat moment 21 en net uit de kast. De vriend dacht dat dat mee zou vallen en ze gingen op zoek. Niet lang daarna aten ze met zijn vijftienen, onder de noemer ‘Hummus en homo’s’.
Inmiddels, onder de meer inclusieve vlag JPride, komen zo’n zestig joodse lhbti’ers regelmatig samen op bijeenkomsten. ‘We blijven een niche binnen een niche’, zegt Brilleslijper, ‘maar ik had nooit durven dromen dat onze grap hiertoe zou leiden. En we groeien nog steeds.’
JPride is inmiddels omarmd door Joods Maatschappelijk Werk, dat zich onder de noemer Freyda – Jiddisch voor vreugde – richt op een jongere generatie. Voor aanwezigen biedt JPride een zeldzame gelegenheid waarbij zij ‘even niets hoeven uit te leggen’, zegt Brilleslijper (27). Deelnemers verschillen op alle mogelijke manieren, maar twee onlosmakelijke onderdelen van hun identiteit hebben ze gemeen: ze hebben een joodse achtergrond en ze zijn queer.
De veiligheid en ontspanning zijn alleen maar belangrijker geworden sinds de slachting door Hamas op 7 oktober en de daaropvolgende oorlog tussen Israël en Hamas, want de sympathie die in veel Nederlandse queerkringen wordt gevoeld voor Palestijnen, mondt weleens uit in een sfeer waarin JPride-gangers zich niet meer prettig voelen.
‘Bijvoorbeeld omdat mensen de aanval van 7 oktober steunen als verzet’, aldus Brilleslijper. ‘Of doen alsof alle zionisme fout is, ook als je er niet meer mee bedoelt dan dat Joden een veilige plek nodig hebben. Of als ze alle Israëli’s over één kam scheren en afschilderen als monsters. Mijn familie woont daar en die bestaat niet uit monsters. Israël is ook meer dan Netanyahu, net zoals Nederland meer is dan Wilders.’ Pas gebeurde het bijvoorbeeld dat Queer Amsterdam, een van de organisaties achter Amsterdam Pride, een verbod afkondigde op Israëlische vlaggen bij een mars. Over geen enkele andere vlag werd iets gezegd.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur en schrijft daarnaast over alles van disco tot klushuizen.
Tegelijk, zegt Brilleslijper: ‘Ik kom in de joodse gemeenschap opvattingen tegen die ik ook weer te extreem vind, maar dan de andere kant op.’
Het is bepaald niet zo dat het bij Jpride de hele tijd over de oorlog tussen Israël en Hamas gaat. Of over queer zijn. Hoewel in het verleden wat meer inhoudelijke activiteiten zijn georganiseerd, draait alles nu om ongedwongenheid en dat is bewust: sjabbat-etentjes, uitgaan, bowlen. Of binnenkort een brunch, ‘om pride-verhalen uit te wisselen’.
Er is ruimte om het overal over te hebben. En dat gebeurt ook, valt op aan de sjabbattafel. Uitgaansplannen, seks-anekdotes en relationele beslommeringen worden besproken. Maar net zo goed vertelt een psychiater dat een cliënt onlangs niet meer door hem behandeld wilde worden vanwege zijn vermeende steun voor Israël.
Brilleslijper zelf, promovendus en docent wiskunde aan de VU in Amsterdam, groeide in alle opzichten joods op. Zijn vader en moeder zijn zeer betrokken bij hun synagoge. Hij zat op joodse scholen en op een joodse jeugdvereniging. ‘Tot mijn studie had ik geen niet-joodse vrienden.’ Zijn ouders zijn ‘modern orthodox’. Dat wil zeggen dat ze in alles deelnemen aan het wereldse leven, maar zich wel strikt houden aan religieuze ge- en verboden. ‘Op sjabbat zitten ze niet op hun telefoon, gebruiken ze geen elektriciteit en rijden ze geen auto.’
Wat Brilleslijper vooral moeilijk vond aan het onder ogen zien van zijn homoseksualiteit was de gedachte dat hij daarmee het joodse leven dat hij voor zichzelf zag zou moeten opgeven. ‘Ik had geen rolmodellen die trots queer zijn en die ook een goede band hebben met hun gelovige wortels. Ik ging er toen ik jong was vanuit dat ik jong zou trouwen, een huis in Amstelveen zou kopen en kinderen zou krijgen. Dat was wat ik om me heen zag. Maar hoe kon dat nou nog als ik homo was?’
Toch was hij niet heel bang om het aan zijn ouders te vertellen. ‘Mijn moeder is pedagoog en seksuele kennis van kinderen is haar terrein. Wij hebben thuis de boodschap meegekregen dat onze ouders hoe dan ook achter ons staan. Ik maakte me meer zorgen om de gemeenschap: die is klein en nieuws verspreidt zich snel. Ik had geen zin om ‘die homo’ te zijn, terwijl ik zoveel meer ben.
‘Ik zat zo met mezelf in de knoop dat ik op mijn 17de nog niet durfde te zeggen: ik ben gay. Ik zei tegen mijn ouders: ik dénk dat ik gay ben. Ik vond het zo heftig om het uit te spreken, dat ik er daarna maanden niet meer met mijn ouders over wilde praten.’
Het duurde nog jaren voordat Brilleslijper ook vrienden informeerde. Het moeilijkst vond hij de reactie van zijn oma, die ‘conservatief is’. ‘Ze bleef nog lang meisjes aandragen: is zij niets voor jou? Maar laatst kwam ze voor het eerst met een joodse jongen aanzetten, dus we zijn inmiddels wel wat opgeschoten.’
Want dát was ook een verwachting, dat hij een joodse partner zou zoeken. Zeker op jongens kan die druk groot zijn, omdat het jodendom wordt doorgegeven via de moeder. Zonder joodse vrouw zijn de kinderen volgens de joodse wet niet joods. ‘Mijn moeder zei vroeger: als je een parelketting hebt en je haalt er een kraaltje uit, is de hele ketting kapot. Jij moet niet die kraal zijn. Toen dacht ik dat ik het daar helemaal mee eens was. Nu niet meer. En ik denk mijn moeder ook niet meer.
‘Doordat ik uit de kast kwam, ging ik mijn leven helemaal opnieuw overdenken. Ik ben minder strikt religieus gaan leven. Het idee om al met 25 te settelen heb ik losgelaten. En ik ben denk ik op het punt in mijn leven dat mijn partner niet per se joods hoeft te zijn. Maar iemand moet wel interesse en inlevingsvermogen hebben. Daarop is het pas nog stukgelopen met een jongen met wie ik aan het daten was. Hij vroeg nooit wat ik eigenlijk deed als ik elke vrijdagavond naar mijn ouders ging. Of: ik vind het bijvoorbeeld niet zo chill om hem te zoenen als hij net bacon had gegeten. Dat vond hij maar raar. En het ís natuurlijk ook weird, maar ik heb iemand nodig die wil snappen waar dat vandaan komt.
‘Iemand moet ook wel een beetje willen begrijpen hoe het nu is om als jood in het Westen te leven. Om steeds jezelf nader te moeten verklaren. Om te leven met antisemitisme. Iemand moet zien dat zo’n onderwerp als Israël voor mij niet alleen rationeel is, maar vooral ook emotioneel.’
Jonathan Reuveny (41) is nog niet zo lang terug van een familiebezoek in Israël als hij de Volkskrant te woord staat. Toevallig was hij er tijdens Pride in Tel Aviv. ‘Normaal is dat een groot feest met een optocht. Nu was het een evenement in samenwerking met familieleden van gijzelaars. Speeches met persoonlijke verhalen, afgewisseld met muziek. Zoals van een moeder die haar zoon had verloren op 7 oktober. Die had twee moeders en een biologische vader en zij wilden de namen van alle ouders op de grafsteen, maar het leger – dat hem begroef – weigerde dat aanvankelijk. Na veel discussie is die wens toch ingewilligd.
‘Er sprak ook een Arabische homo, Muhammad Zoabi, die om twee redenen niet wordt geaccepteerd. En de boodschap van veel speeches was, zoals een lesbische agente zei die ook had gevochten: als we goed genoeg zijn om te sneuvelen, waarom zijn we dan niet goed genoeg voor gelijke rechten?’
Het verhaal dat de meeste indruk op Reuveny maakte ging over Sagi Golan, een officier die zich op 7 oktober vrijwillig meldde voor gevechten met Hamas en werd gedood. Golans partner Omer sprak. De twee hadden eigenlijk dertien dagen later hun huwelijksceremonie willen houden. Reuveny: ‘Alles wat ze hadden geregeld voor de bruiloft heeft Omer gebruikt voor de begrafenis van Sagi. De artiest van wie ze een nummer hadden willen draaien op de bruiloft, heeft op die begrafenis gezongen. En die zong dat nummer nu weer tijdens Pride. Niemand hield het droog.’ Het gaat om Ivri Lider, zelf homo, met Zachiti Leehov, Ik heb het geluk gehad om lief te hebben.
Reuveny, juridisch adviseur, is geboren uit een Nederlandse moeder en een Israëlische vader en is opgegroeid in Apeldoorn. Jodendom speelde toen een kleine rol in zijn leven. Alleen de seideravond werd gehouden, waarbij joden jaarlijks de uittocht van het joodse volk uit Egypte herdenken, op weg naar ‘het beloofde land’. ‘Jodendom betekende voor mij vooral de band met Israël.’
Tijdens zijn studie in Utrecht wilde hij de joodse kant van zijn identiteit ontdekken. Via een vriend kwam hij bij een joodse studentenvereniging terecht. ‘Het idee is daar: we brengen joodse jongens en meisjes bij elkaar en hopelijk komen daar allemaal joodse huwelijken uit voort. Maar ik wuifde dat wat weg en niemand sneed het aan. Achteraf vertelden mensen me dat ze al dachten dat ik misschien op jongens viel.’
‘Als kind ben ik een tijd gepest en mijn angst om uit de kast te komen was vooral de angst om weer buiten de groep te vallen. Maar op mijn 29ste werd ik zo heftig verliefd op een jongen dat ik dacht: wie houd ik nog voor de gek? Toen ben ik het aan mijn ouders en vrienden gaan vertellen. Inmiddels beweeg ik me makkelijk in joodse én in gay kringen. Ik houd me aan meer joodse tradities. En ik ga ook graag naar de lhbti-waterpoloclub waar ik lid van ben.’
Bij JPride is hij pas een paar keer geweest, maar hij wil er vaker heen. Dat voornemen valt samen met een vraag die zich de laatste tijd steeds vaker aan Reuveny opdringt: ‘Moet ik wel in Nederland blijven? Meer joodse vrienden twijfelen. Ik ben van eerdere oorlogen gewend dat ik constant word aangesproken op wat Israël doet, maar dit keer is het erger. Ik ga het zo handig mogelijk uit de weg. Ik heb mijn eigen ideeën over het Israëlische beleid. In Tel Aviv ben ik naar de demonstraties tegen Netanyahu gegaan. Ik wil best discussie voeren. Maar je voelt snel genoeg of iemand geïnteresseerd is of alleen maar verwijten wil maken. Ik ben geen woordvoerder van de Israëlische regering.
‘Ik vind dat mensen met een joodse of Israëlische achtergrond het leven zuur wordt gemaakt aan universiteiten. En als je leest dat in Frankrijk een jong meisje wordt verkracht met antisemitisch motief… De vraag is wel waar ik dan heen moet. Ondanks de dreiging in Israël voel ik me daar niet onveilig, omdat ik daar geen minderheid ben. Aan de andere kant ben ik er niet gerust op welke kant dat land op gaat met deze regering.
‘Een sfeer kan snel omslaan en je rechten als homo kunnen je zomaar worden ontnomen. Hier net zo goed als daar. Dat ergert me ook als mensen zeggen dat homorechten in Israël alleen maar pink washing zijn. Een kwalijke term. Alsof alle Israëli’s bezig zijn te bedenken hoe ze Palestijnen kunnen onderdrukken en homorechten verzinnen als afleidingsmanoeuvre. Nee, de meeste Israëli’s willen gewoon een veilige, vrije plek. En voor die homorechten hebben mensen moeten vechten. Dat doen ze nog. Die mensen doe je met zo’n term zo tekort.
Als kind wilde Audrey (25, achternaam bij de redactie bekend) niet bijzonder zijn. Ze is geboren in Los Angeles, haar moeders familie is Frans. Dat vond ze, opgroeiend in Amsterdam, wel speciaal genoeg. Verder wilde ze graag gewoon zoals andere kinderen zijn. Ze hoefde niet óók nog eens joods te zijn.
Ze wist wel van haar afkomst. Vooral kende ze het verhaal dat haar oma ternauwernood aan een concentratiekamp was ontsnapt. Verteld was dat de familie ooit uit Polen naar Frankrijk was gevlucht. En sommige jaren werden chanoekakaarsjes aangestoken. Op vrijdagavond kleedde iedereen zich mooi aan voor het eten. Maar het woord ‘sjabbat’ viel niet en pas achteraf zou ze zich realiseren dat dat misschien een joodse gewoonte was geweest. Later zou ze er ook achter komen dat veel vrienden van haar moeder joods waren. Maar jodendom was geen onderwerp van gesprek.
Toen ze een jaar of 16, 17 was, veranderde Audrey van mening. ‘Ik dacht: waarom houd ik zo’n afstand tot het jodendom, zonder goed te weten wat het is? En er zijn zo weinig joden, ik begon het wel cool te vinden om joods te zijn, om bijzonder te zijn. Little did I know, want jaren later zou ik er ook nog achter komen dat ik op vrouwen val.’
Ze ging googelen. Series over jodendom kijken. Kwam er door vragen te stellen achter dat jodendom voor sommige familieleden belangrijker was dan ze zich had gerealiseerd. ‘Dáárom at die ene neef dus geen varkensvlees.’ Ze wijst op haar pols: ‘Voor mijn 16de verjaardag kreeg ik dit armbandje van mijn oom. Ik mocht een bedeltje kiezen en tot verbijstering van mijn familie koos ik een davidster. Dat had ik nooit eerder overwogen, maar ineens dacht ik: zo hoor ik bij mijn familie. Mijn moeder, die inmiddels was gescheiden van mijn vader – een man die niets moest hebben van religie – begon het jodendom ook te herontdekken. En mijn zus die er vroeger nooit iets van wilde weten, heeft nu een joodse vriend.’
Dat ze lesbisch is, besefte Audrey pas ver in haar studententijd. Ze studeerde International Business in Groningen. ‘Ik was een beetje boos op mezelf omdat ik er zo laat achter kwam. Had het gevoel dat ik tijd had verspild. Het had in mijn omgeving best eerder gekund. Ik denk dat ik toch een ideaalplaatje nastreefde waar dit niet in paste.
‘JPride is fijn, omdat het een uniek iets is, die mix van joods en queer. Dat is bijna onuitgesproken. Niet te vergelijken met plekken waar je maar een van die twee eigenschappen met anderen gemeen hebt. Er zijn verschillen tussen mensen. Voor de een zit er bijvoorbeeld meer spanning tussen jodendom en queer zijn dan voor de ander. Maar het is een soort safe space, eigenlijk. Ik vind het belangrijk om in het leven met veel verschillende mensen in aanraking te komen en die zoek ik ook op. Maar een keer per maand tussen mensen verkeren met wie je zoveel gemeen hebt, is heel waardevol.’
Te meer daar Audrey het gevoel heeft dat ze sinds 7 oktober andere veilige plekken is kwijtgeraakt. ‘Ik heb sinds die datum veel geleerd. Over mezelf en over anderen. Ik dacht in de queer gemeenschap mijn niche te hebben gevonden, helemaal top. Maar ik vind het moeilijk dat veel mensen daar allemaal dingen heel zeker weten over het Israëlisch-Palestijns conflict. Ze smijten met grote woorden: kolonialisme, apartheid, genocide. Sommigen vinden zelfs dat Israël geen bestaansrecht heeft.
‘Daardoor ben ik erachter gekomen dat Israël toch belangrijker voor me is dan ik had gedacht. Ik ben er een paar keer geweest voor een bruiloft en een bar mitswa. En ik besef dat mijn familie daar net zo goed had kunnen eindigen. Het land is een veilige haven, zeker sinds de holocaust. Maar niet alleen voor joden uit Europa, ook voor joden uit het Midden-Oosten. En in mijn achterhoofd is het dat misschien ook voor mij. Het doet me veel wanneer mensen die er weinig mee te maken hebben, dat ondermijnen. Ik ben er somber over geweest en dat ben ik nog steeds wel.
‘Het stoort me het meest dat mensen zonder veel van het conflict te begrijpen een heel uitgesproken mening hebben. Dat is vaak een willekeurige gut reaction: er gaan zo veel mensen dood en dat vind ik vreselijk. Gewoon omdat dit conflict nu eenmaal het meest in het nieuws is. Ik snap natuurlijk dat je daar boos om bent en wilt dat er iets verandert. Ik ook! Wie niet. Maar ik snap niet dat je oproept tot intifada, zonder er oog voor te hebben dat onder die noemer gewoon veel Israëli’s zijn vermoord. En dat joden in Nederland vaak familiebanden hebben met Israël.
‘Dan is een plek als JPride extra belangrijk. Het conflict bestaat daar ook, maar je hebt een beetje dezelfde kaders voor de discussie. Je praat met mensen die begrijpen wat je voelt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant