Een verzetsheld vond Ellis Brandon zichzelf niet. De op 101-jarige leeftijd overleden Engelandvaarder deed in haar ogen wat ze moest doen. Een vastberadenheid die ze bij latere generaties nog weleens miste.
Op 10 mei, de dag waarop de Duitsers Nederland bezetten, ging de toen 17-jarige Ellis Brandon in haar straat in Heemstede alle deuren langs. ‘Tegen iedereen die opendeed zei ik dat ze vooral niet moesten luisteren naar wat de Duitsers zeiden’, vertelde ze in 2018.
Met Brandon overleed op 12 juli op 101-jarige leeftijd ‘misschien wel de laatste nog in leven zijnde vrouwelijke Engelandvaarder’, schrijft historica Agnes Dessing op de website van Museum Engelandvaarders. Volgens de auteur van Tulpen voor Wilhelmina. De geschiedenis van de Engelandvaarders was Brandon ‘een markante vrouw met humor en een nuchtere kijk op haar Engelandvaart en het leven in het algemeen’.
Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
‘Engelandvaarder’ is de erenaam voor de circa 1.700 Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit bezet gebied naar Engeland vluchtten, om zich daar aan te sluiten bij de Nederlandse regering.
Brandon raakte op 17-jarige leeftijd bij het verzet betrokken door haar toenmalige vriendje. Ze was koerier voor Het Parool en Vrij Nederland, ‘zodat de mensen niet alleen maar de Duitse propaganda zouden horen’. Ze dook bijna een jaar onder en besloot uiteindelijk te vluchten naar Engeland. De route liep via België, Frankrijk, Spanje en Portugal.
‘Eén keer ben ik heel erg bang geweest’, vertelde ze later in een interview. ‘Dat was toen ik in mijn eentje ’s nachts door een donker bos de grens naar Frankrijk moest oversteken. Maar angst leer je af, of beter gezegd: je leert ermee omgaan.’
Op 9 januari 1944 arriveerde Brandon eindelijk in het vrije Engeland. ‘Het grappige is: wij hadden het onderling nooit over de vlucht’, zei Brandon er later over. ‘We waren aangekomen, we leefden nog, dat was voldoende.’
Het liefst had ze spion willen worden. Maar ze kreeg een administratief baantje bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Veel minder spannend dan ik had verwacht natuurlijk.’ Toen er iemand gezocht werd om in de gaten te houden of er gevechtsvliegtuigen aankwamen, stak ze haar vinger op.
Voor Brandon was haar handelen tijdens de oorlog zo vanzelfsprekend dat ze zichzelf nooit als ‘verzetsheld’ beschouwde, vertelt haar kleindochter Carlijn Vis. ‘Voor haar was het simpel: je laat je niet bezetten.’
In 2012 publiceerde Vis een roman geïnspireerd op het leven van haar oma: Vrij spel. Volgens haar besloot Brandon al vroeg dat ze het zelf moest doen in het leven. Haar moeder overleed toen ze 6 jaar was. ‘Daarna heeft ze het gevoel gehad dat ze meer voor haar vader zorgde dan andersom.’
Met haar rol in de oorlog en de mate waarin ze daarmee bleef samenvallen, had ze een ambivalente relatie. Vis: ‘Ze zei soms: Ik heb nog veel meer gedaan. Maar het was zo’n vormende periode.’
Na de oorlog vertrok Brandon met haar eerste echtgenoot en eveneens Engelandvaarder Chris Krediet naar Curaçao, waar ze voor KLM werkte. Van het geld dat haar vader haar gaf om te gaan studeren, bouwde ze een boot.
Het huwelijk hield geen stand. Met haar tweede echtgenoot Albert Vis kreeg Brandon twee zoons. Hij kwam jong om het leven bij een zeilongeluk. Daarna was ze nog veertig jaar samen met haar derde man. In een interview wordt ze beschreven als ‘een eigenzinnige, levenslustige dame die knalroze lippenstift droeg en door haar woonplaats scheurde in haar Volkswagen Caddy’.
Hoewel ze vond dat er over haar rol in de oorlog wel genoeg gezegd was, kon ze stiekem toch genieten van de momenten van aandacht. In 2019 reed ze met haar kleindochter naar de Dodenherdenking op de Dam. Toen de Rozengracht bleek te zijn afgezet, zei ze dat ze ‘eregast’ was. Een politie-escorte bracht haar tot aan de voordeur van de Nieuwe Kerk. ‘Gerechtigheid, vond ze’, aldus Vis.
Hoewel ze vooral te boek stond als een van de weinige vrouwelijke Engelandvaarders, had ze volgens haar kleindochter nooit het gevoel anders of minder te zijn dan mannen in het verzet. ‘Bepaalde dingen kon ze juist doen omdat ze vrouw was, zei ze altijd.’ Tijdens de uitvaart, zaterdag, werd haar kist gedragen door twee kleinzoons en zes kleindochters, op hakken. ‘Dat had ze heel mooi gevonden: sterk en onafhankelijk zijn.’
Het Koninklijk Huis liet zaterdag weten Brandon ‘met groot respect’ te gedenken. ‘We herinneren ons haar als een vrouw met een scherp afgesteld gevoel voor goed en kwaad.’ Een vrouw bovendien, die vasthield aan de overtuiging ‘dat vrijheid boven alles gaat’.
Vastberadenheid ontbrak er bij latere generaties nog weleens aan, vond Brandon. ‘We waren denk ik allemaal mensen die beslissingen durfden te nemen. Die ergens voor stonden. Dat mis ik in de huidige tijd. Er zijn nog maar weinig mensen die pal voor hun overtuiging staan.’
Autonoom en tegendraads bleef ze tot aan haar dood. Ondanks haar 101 jaar woonde ze nog zelfstandig, zonder hulp. En snode plannen bleef ze maken. Vorige week had kleindochter Vis haar nog aan de lijn. ‘Ze zei: ik wil nog weleens in Spanje wonen, in een appartementje aan de boulevard. Dan ga ik ’s morgens in zee zwemmen.’ De verhuizing had ze na de zomer voorzien.
Drie uitspraken van Ellis Brandon
‘Ik word zo moe van al die heldenverhalen over de oorlog. Wij waren jong en avontuurlijk. We zagen geen gevaar en voelden ons onaantastbaar.’
‘Het grootste probleem van het verzet was dat er te veel is gepraat. Van dat geklets en geroddel zijn veel mensen het slachtoffer geworden; zowel onderduikers als verzetsmensen.’
‘Onze wereld was erg zwart-wit. Dat kan ook niet anders in een oorlog, maar het beïnvloedt je wel. Ik heb mijn hele leven niet naar Duitsland gewild.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant