Na de WK in 2021 leek Frank Rijken afscheid te hebben genomen van het turnen. Maar op de komende Zomerspelen maakt hij gewoon weer deel uit van het Nederlands team. Hoe zit dat?
Als een echo uit het verleden stond ineens de naam van Frank Rijken in het lijstje met turners die deze zomer namens Nederland naar de Spelen mogen. Hij was erbij in 2016, bij de Spelen van Rio, maar beëindigde zijn loopbaan na de WK in Japan in 2021. Waar kwam hij nu ineens vandaan?
Er waren er meer die zich dat afvroegen. Ook de turners die de 27-jarige afgelopen winter in de trainingshal in Hoofddorp zagen, waren verrast. ‘Iedereen dacht: wie is die gast en wat doet hij hier? Ik was natuurlijk op dat moment nog helemaal niet zo goed. Ik zag er ook niet zo fit uit. En iedereen was me een beetje vergeten, vooral de jongere generatie’, vertelt hij een dag na zijn selectie door bondscoach Dirk Van Meldert.
Even een stapje terug dan, voor iedereen die het niet weet. Frank Rijken, wiens zus Marlies ook veel turntalent bezat en tweemaal aan de WK deelnam, maakte deel uit van een sterke Nederlandse lichting turners. Hij haalde met Casimir Schmidt, Bart Deurloo, Bram Louwije en Epke Zonderland in 2018 de teamfinale op de WK. De ploeg eindigde er als zevende, een unieke prestatie voor de kleine turnnatie die Nederland toch is.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Individueel eindigde Rijken in Rio als 33ste. Voor Tokio plaatste de mannenploeg zich niet, op de WK niet veel later presteerde hij goed. Hij reikte tot een keurige 17de plaats op voltige. Maar daarna wilde Rijken een andere kant op. Ook al was hij op dat moment pas 24, hij had er al een heel topsportleven opzitten. ‘Naast het turnen studeerde ik, en die combinatie is pittig.’
Hij wilde tijd hebben om met vrienden af te spreken, nieuwe mensen te leren kennen en de band met zijn familie te versterken. ‘Ik bleef een beetje turnen in Rotterdam, maar ik verschoof mijn focus naar vrienden, familie en school.’ En hij ging solliciteren, bij PwC.
Rijken vond het heerlijk om te werken op de Zuidas. Hij kwam terecht bij de afdeling fusies en overnames, waar hij zich bezig zou gaan houden met data-analyse. Daar zijn ze wel wat ingewikkelde puzzels gewend, maar een collega die olympische ambities koestert, dat was nieuw. Maar het kon en hij kreeg de steun van PwC.
Dat hij überhaupt weer was gaan turnen kwam door zijn vriendin, turnster Elze Geurts. Toen tijdens de kerstdagen haar trainingslocatie in Rotterdam gesloten was, week ze uit naar Hoofddorp. Rijken ging mee en dacht: misschien kan ik zelf ook weer eens een poging wagen op de toestellen. Het beviel. Na afloop appte hij Van Meldert of hij vaker welkom was.
Opvallend snel raakte hij weer in vorm. De bewegingen op rekstok, paard en ringen zaten ergens diep in zijn hersenen en lichaam opgeslagen. ‘Telkens als ik een element probeerde te visualiseren, lukte dat niet. Maar op het moment dat ik dan begon aan dat element, voelde ik een soort herkenningsschok door mijn lichaam. Dan lukte het in één keer en dacht ik: wat deed ik nou? En dan deed ik het nog een keer. Het was mijn lichaam dat mij de elementen weer aanleerde. Mijn hoofd kon het niet.’
In het voorjaar, in april, durfde hij tegen de bondscoach uit te spreken dat hij het nog een keertje wilde proberen om voor de Spelen te gaan. Maar hoe reëel was dat? Zijn familie was in elk geval bij de NK, waar hij zich kwalificeren zou, nog verbaasd hoe goed hij ervoor stond en hoe serieus zijn ambitie bleek.
Ook in fysiek opzicht is zijn terugkeer bijzonder. Niet alleen om na een paar jaar inactiviteit de complexe turnbewegingen weer uit te kunnen voeren, maar ook omdat Rijken bij de laatste WK zijn benen moest ontzien vanwege zijn meniscus. ‘Zeker 80 procent van mijn meniscus is weggesneden.’
Dat was al veel eerder gebeurd, na een oefening in januari 2017. Hij deed een serie op vloer toen zijn meniscus verkeerd schoot. ‘Ik schrok en strekte mijn been. Daardoor liep ik een bucket-handle-scheur op.’ Hij moest geopereerd worden en de jaren erna altijd zijn knie proberen te ontzien. ‘Je mist wat demping en dan gaat je kraakbeen hard achteruit. En ik wil wel goed oud worden. Nieuwe knieën gaan niet zo lang mee. Daarom deed ik in 2021 alleen voltige en brug omdat je daarbij geen zware landing hebt.’
Maar met de knie gaat het inmiddels zo goed, dat hij hoopt in Parijs alle toestellen te mogen doen in de meerkamp. Dat het euvel nu meer onder controle is, is een gevolg van de wielerritten die hij na zijn aanvankelijke sportpensioen ging maken. ‘Ik heb wielrennen opgepakt om mee te kunnen met vrienden.’
‘Je kunt op de fiets heel lang met een relatief lage impact je benen trainen. En het oliet alles lekker. Ik vond het leuk en het bleek een ideale training.’ Nog altijd fietst hij ongeveer 150 kilometer per week.
Toen hij zijn olympische plannen ontvouwde, wilde PwC wel meedenken, maar teruggaan in uren was niet de bedoeling. Hij maakte een strak schema dat zijn dagen in blokken opdeelde. Vanaf 8 uur ’s ochtends vier uur werken, inclusief lunch achter het bureau. Dan tussen 12 en 16 uur trainen in Hoofddorp en terug naar het PwC-kantoor in Amsterdam. ‘Daar werkte ik door tot 8 uur ’s avonds, of totdat het werk af was.’
Als hij heel vermoeid was, mocht hij eerder stoppen, mits hij die tijd op een ander moment weer inhaalde. Het is duidelijk: er is het afgelopen half jaar opnieuw weinig tijd voor familie en vrienden. Zijn dagen zijn helemaal volgepropt. ‘Ik heb steeds 40 uur per week gewerkt in vijf dagen. Dat heb ik doorgetrokken tot de kwalificaties begonnen. Toen heb ik de tien topsportdagen die ik kreeg opgenomen en mijn vakantiedagen.’
Of hij nog vakantiedagen over heeft voor Parijs weet hij niet. Lachend: ‘Ik moet nog even kijken of ik dat haal.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant