Voor het eerst in de ruim negen maanden durende Gaza-oorlog heeft Israël doelwitten in Jemen gebombardeerd. De luchtaanval van zaterdagavond vergroot de angst in de regio voor een verdere escalatie tussen Israël en de fundamentalistische Houthi-regering.
Bij de Israëlische bombardementen werden olie- en aardgasdepots geraakt, evenals een elektriciteitscentrale. Daarbij vielen negen doden en zeker 87 gewonden. Op sociale media circuleerden filmpjes waarop een uitslaande brand te zien was in het havengebied van Hodeidah. De brand was zondagmiddag nog niet geblust.
Hodeidah staat onder controle van de fundamentalistische Houthi-regering. Met de bombardementen reageerde Israël op een droneaanval (één dode) van de Houthi’s, 24 uur eerder, op Tel Aviv.
Nieuw is het conflict tussen de Houthi’s en Israël niet, want de pro-Iraanse beweging bestookt Israël al maanden met drones en raketten – tot voor kort zonder dat daar slachtoffers bij vielen. De overgrote meerderheid werd voortijdig uit de lucht geschoten.
Dat is dit weekend veranderd. Met deze escalatie dreigt de oorlog tussen beide landen op te schuiven naar een hoger, veel riskanter niveau, al moet daarbij worden aangetekend dat de geografische afstand (1.800 kilometer) tussen beide landen zo’n oorlog kan compliceren. ‘Met Gods hulp zullen we ons voorbereiden op een lange oorlog met deze vijand, totdat de agressie stopt’, zo luidde de spierballentaal van Houthi-woordvoerder Yahya Sare’e.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
De Israëlische minister Yoav Gallant (Defensie) noemde de luchtaanval een belangrijk signaal aan de Houthi’s en hun bondgenoten. Vrij vertaald: waag het niet verder te gaan dan dit. Het probleem is dat de Houthi’s – een extreem ideologische organisatie – nog nooit naar dergelijke dreigementen hebben geluisterd.
Na 2015 kregen ze ruim 2.500 bombardementen te verduren van buurland Saoedi-Arabië, zonder een krimp te geven. Ook de Amerikaans-Britse aanvallen hebben de voorbije maanden weinig uitgehaald: de Houthi’s blijven vrachtschepen op de Rode Zee aanvallen.
Jemen-kenners denken dat de Houthi’s juist in hun nopjes zijn met Israëls aanval. Tegenover gewone Jemenieten zullen ze die net als eerdere aanvallen als propagandamiddel inzetten, onder het mom van: verdedig je vaderland, nu zelfs het machtige Israël ons aanvalt. Op basis van die boodschap rekruteerden de Houthi’s de voorbije maanden ook talloze kindsoldaten, meer nog dan vóór het begin van de Gaza-oorlog.
Mohammed al-Basha, als Jemen-analist verbonden aan consultancybureau Navanti Group, gaat ervan uit dat de Houthi’s hun militaire aanvallen verder op zullen voeren. ‘Anders dan Hezbollah in Libanon, kennen de Houthi’s geen limieten.’ Dat bleek zondagochtend meteen, enkele uren na Israëls luchtaanval, toen ze een ballistische raket afvuurden richting de Israëlische havenstad Eilat. Die werd echter onderschept.
Volgens de Israëlische premier Benjamin Netanyahu was Hodeidah een logisch doelwit, omdat er via die haven Iraanse wapens het land inkomen. Een Israëlische legerwoordvoerder verklaarde dat er gekozen was voor depots die door de Houthi’s voor ‘tweeërlei gebruik’ werden ingezet – zowel militair als civiel. Die verklaring overtuigt niet iedereen. Mwatana, een onafhankelijke Jemenitische burgerrechtenorganisatie, sprak van een ‘oorlogsmisdaad’ met onnodige burgerslachtoffers.
De sjiitische Houthi-beweging controleert sinds 2014 het noordwesten van Jemen, met inbegrip van de hoofdstad Sana’a. Ze maken deel uit van de door Iran geleide ‘as van het verzet’, waartoe ook het Libanese Hezbollah, het Palestijnse Hamas en het Syrische regime behoren.
Tegen de Houthi’s bestaat sinds jaren een VN-embargo, dat het illegaal maakt om wapens naar hun gebied te exporteren. Teheran lapt dat embargo volgens VN-rapporteurs aan zijn laars. De meeste raketten en drones die de Houthi’s gebruiken, zijn van Iraanse makelij, of naar Iraans voorbeeld in elkaar gezet. Vermoed wordt dat de haven van Hodeidah in die smokkel een sleutelrol vervult.
Tegelijkertijd is diezelfde haven van cruciaal belang voor de invoer van humanitaire goederen. Jemen is het armste land van de Arabische wereld, in delen van het land balanceert de bevolking op de rand van een hongersnood. Zo’n 17,6 miljoen mensen zijn afhankelijk van voedselhulp. De Amerikanen en Britten die sinds januari eveneens Houthi-doelwitten onder vuur nemen, hebben daarom bewust nooit de haven uitgeschakeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant