Na hun succes met software voor grote bedrijven vonden Tim van Deursen en Thijs Suijten het tijd voor iets zinvollers. Dat proberen ze nu te doen met Hack the Planet. ‘Tim is van de leipe ideeën, ik leg uit dat die onmogelijk zijn. Dat werkt.’
Ze geven het maar eerlijk toe: ‘Wij zijn nerds zolang als we ons kunnen herinneren.’ Als engineers ontwierpen Tim van Deursen en Thijs Suijten succesvol software en apps voor grote bedrijven als PostNL, de Hema en de Staatsloterij. Totdat er iets begon te schuren in het leven van de jonge veertigers. Een jaar of tien geleden kreeg Tim kinderen en hij wilde de wereld voor hen beter achterlaten. Thijs begon zich langzaam af te vragen hoe zinvol het eigenlijk was om nog jarenlang webshops te blijven bouwen voor cliënten. Kortom: werd het niet tijd voor iets zinvollers in hun werk?
Daar vonden de twee elkaar. Ze bekeken de grote wereldproblemen met de ogen van de techneut en hopen die problemen zo te ‘fixen’. Dat doen ze nu, onder de vlag van hun werkgever Q42. Op een grauw betonnen bedrijvencomplex in Den Haag, tussen de autogarages en vuilverwerkingsbedrijven, is het duo de drijvende kracht achter het non-profitbedrijfje Hack the Planet.
Over de auteurJean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Daar, op een etage waar in de ene hoek een drumstel staat en in een andere twee levensgrote poppen van Buurman en Buurman op een bankje rusten, bedenken de twee creatieve ideeën om de wereld te verbeteren. Grote woorden, dat weten zij heus ook. Maar het is hun menens.
Het meest in het oog springend is hun laatste project: een slimme camera waarmee olifanten in Afrika kunnen worden gedetecteerd. Zo kan de lokale bevolking ze op tijd verjagen wanneer ze een hele plantage dreigen te vertrappen, maar belangrijker nog: stropers die het op de dieren hebben gemunt kunnen zo sneller worden opgespoord en opgepakt. Er staan nu ruim dertig ‘slimme camera’s’ opgesteld in een bosgebied in Gabon. Hoe is dat gegaan?
Van Deursen: ‘Ik had in de krant gelezen over stroperij en was geschrokken. Dit komt nooit meer goed, dacht ik. Later kwam ik in contact met iemand die lodges verhuurt in Zambia. Hij wees me op de problemen met olifanten en met de stroperij. Nationale parken worden beschermd door rangers, die ook gebruikmaken van wildcamera’s. Elke maand lopen vrijwilligers de ondoordringbare wouden in om honderden geheugenkaartjes en accu’s te vervangen, pas als ze zijn teruggekeerd zien ze beelden van dieren en soms van stropers. Altijd veel te laat om nog op te treden. Toen sloegen wij aan het denken: wat kan technologie hier verbeteren?’
Een ‘slimme’ camera dus, die veel meer kan dan de gebruikelijke. Thijs Suijten: ‘We wilden niet een nieuwe camera uitvinden, dat zou te veel tijd kosten. Dus maakten we bestaande wildcamera’s open en voegden er een stukje elektronica aan toe zodat ze contact kunnen maken met een soort slim zenderkastje erboven, dat draait op een zonnepaneeltje. Zodra de camera een foto heeft gemaakt, geeft die een seintje aan het kastje. Daarin zit een mini-computertje dat dan aanslaat. Het kastje downloadt de foto en leest wat erop staat: dankzij AI is een detail van het dier al genoeg om het te herkennen.
‘Het volgende probleem was: hoe krijgen we die informatie bij de rangers, in een gebied waar geen mobiel netwerk is? Daarvoor gebruiken we een satellietmodem. Omdat die slechts zeer beperkte hoeveelheden data kan versturen, verzenden we niet de afbeelding, maar alleen de mededeling: op deze datum en tijd is met 90 procent zekerheid een olifant (of een mens, een stroper) gedetecteerd. De eerste avond dat we dit testten, hadden we meteen een olifant in beeld.’
Ook werkten de twee aan een sensor die de aanwezigheid van mobiele telefoons registreert. Hoewel bereik in de regenwouden vaak afwezig is, moeten stropers communiceren bij hun illegale acties. Dat doen ze vaak op de enkele bergtop waar wel bereik is. Elk telefoonsignaal vanuit de wildparken is verdacht wanneer het niet van rangers zelf is en dus is de registratie een nieuw middel in de strijd tegen de stroperij.
De leek van nu zou zeggen: zo moeilijk kan dat niet zijn geweest; onze smartphones zijn ongeveer net zo slim. Maar de twee bedachten dit allemaal jaren geleden, toen deze technologie nog niet zo vanzelfsprekend was. Van Deursen: ‘Ongetwijfeld was elders op de wereld hetzelfde bedacht. Maar niemand in de wereld van beschermingsorganisaties of technologie was het gelukt het ook uit te voeren. Die stap is vaak de moeilijkste.’
Dankzij hun daadkracht hangen er nu dus wel camera’s in Gabon. Omdat de lokale bevolking er ook tijdig door wordt gewaarschuwd voor naderende olifanten, bedacht het Haagse duo een volgende toepassing: een olifantenverschrikker.
Suijten wijst naar een prototype op kantoor: een kastje met een grote grijze misthoorn erop. ‘Die hebben we gekoppeld aan de camera’s. Zodra het systeem een olifant in de buurt heeft gevonden, geeft de verschrikker een hoop herrie en lichtsignalen af die de olifant doet afwenden. Het hoeft de dieren niet de stuipen op het lijf te jagen; afwenden is genoeg. Het werkt: een olifant die onverwacht van rechts herrie hoort, zal niet snel naar rechts lopen.’
De rolverdeling tussen de twee technici is zo, volgens Suijten: ‘Tim is de creatieveling met de leipe ideeën, ik leg uit wat de bezwaren en moeilijkheden zijn. Dat werkt. Al slaan sommige ideeën van Tim echt helemaal nergens op.’
Dat legt Van Deursen zelf even uit: ‘Olifanten worden vaak digitaal gevolgd: ze krijgen een gezenderde halsband om. Daarvoor moeten ze gevangen worden en in slaap gebracht. Dat is ingrijpend en niet zonder risico. Ik bedacht een mini-drone die we op de rug van een olifant zouden plaatsen om daar een klein zendertje met een soort hars op af te kunnen schieten dat daar jarenlang zou kunnen blijven zitten. Onzin natuurlijk: die drone heeft niet voldoende kracht om te schieten, bovendien zit een olifantenhuid vol modder en schuren ze zich vaak, waardoor het zendertje los zou laten. Het kan dus gewoon echt niet.’
Wat wel kan: hun slimme camera’s inzetten in andere mens-dierconflicten. In Roemenië schakelden de twee dezelfde camera’s in bij het signaleren van wilde beren die soms dorpen binnenlopen. Het doel is onder meer de beren individueel te identificeren, om te zien of er ‘probleemberen’ zijn.
En daar dient zich de vergelijking aan met dat mens-dierconflict in eigen land: de wolf.
Suijten: ‘We hebben bij Staatsbosbeheer de vraag uitstaan of wij kunnen helpen in dat conflict. Onze camera’s zouden kunnen helpen bij het monitoren van de wolven in Nederland, bijvoorbeeld om in kaart te brengen hoe groot het probleem nu werkelijk is. Natuurlijk hangen de bossen al vol met wildcamera’s, maar als je daar slimme camera’s van maakt, zou je ‘realtime’ kunnen zien welke wolf waar is. Wanneer een wolf in de buurt van een schapenhouder loopt, zou die tijdig gewaarschuwd kunnen worden. Mogelijk dat ook hier een soort verschrikker uitkomst zou kunnen bieden.’
Of het zover zal komen, moet de tijd leren. Intussen denken de mannen door. Met hun inzichten en ervaring gaan ze ook heel andere thema’s te lijf. Zo ontwikkelden ze een virtualreality-ervaring (meetthesoldier.com) waarmee individuen van rivaliserende partijen (zoals twee volksstammen in Oeganda) elkaar beter leerden kennen en begrijpen. Een lokale priester reageerde in elk geval enthousiast op de effecten, zeggen de ontwerpers.
In samenwerking met politie, gemeenten en jeugdhulpverlening ontwikkelden ze het project Help Maya, waarmee iedereen gratis vijf dagen lang WhatsAppberichten kan ontvangen van het (fictieve) 14-jarige meisje Maya dat eigentijdse fenomenen meemaakt. Ze wordt gepest, ze valt op een vrouw, haar broer neemt met een mes wraak op iemand na een vechtpartij.
Suijten: ‘Je kunt Maya vragen stellen per WhatsApp en dan krijg je met AI antwoord. Afhankelijk van de vraag gaat het verhaal een andere kant op. Zo zie je hoe die eigentijdse problemen in elkaar steken, en zou je bij herkenning bijvoorbeeld hulp kunnen zoeken bij Slachtofferhulp. Simpelweg een poster ophangen in een schoolgebouw is daar niet voldoende voor: slachtoffers moeten zich eerst herkennen in anderen.’
Wat Suijten en Van Deursen maar willen zeggen: technologie kan een oplossing bieden, zolang je er maar over nadenkt. Praktische problemen zijn er heus: de financiering bijvoorbeeld. Voor het grootschaliger uitvoeren van hun slimmecameraproject zoeken ze nog geldschieters. Maar het belangrijkste is hun drijfveer, zoals Van Deursen zegt: ‘Ik zal niet beweren dat wij de wereld verbeteren. Maar we willen wel het gevóél hebben dat we de wereld aan het verbeteren zijn. Dat het ertoe doet wat wij doen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant