Home

In deel 3 van zijn memoires springt Freek de Jonge pardoes naar het heden. En dan wordt het spannend

Een schooltijd in Goes was niet per se opwindend, laat Freek de Jonge zien in deel 3 van zijn memoires. Naast het aarzelende begin van zijn carrière komt in Zeeuwse jaren ineens ook het heden aan bod.

Je roeping volgen, tot aan het einde. Tot de dood erop volgt. De vader van Freek de Jonge was godsdienstleraar aan het Christelijk Lyceum voor Zeeland te Goes en de zoon zag hoe de vader daarnaast, dikwijls bij nacht en ontij, huis en haard achter zich liet om, voorbestemd als hij was, in Bruinisse en Krabbendijke, in Nieuwerkerk en Vrouwenpolder vanaf de kansel de onomstotelijkheid van het Woord Gods te verkondigen. Want er staat geschreven dat wie zijn talent vermorst in de buitenste duisternis geworpen zal worden, waar wening zal zijn en knersing der tanden (Mattheüs 25:30).

Dus volgde vader De Jonge onvermoeibaar de weg die hem gewezen werd. In notitieboekjes hield hij zijn preken nauwgezet bij: plaats, datum, Bijbelboek met vermelding van hoofdstuk en verzen. Honderden van die preekbeurten noteerde hij. Het ging goed tot 12 juni 1968. Toen hield het hart van de vader ermee op.

Over de auteur
Jan Tromp is journalist en schrijver. Voor de Volkskrant recenseert hij boeken over politiek en openbaar bestuur.

De zoon deed zeven jaar over de eerste vier klassen van de middelbare school. Onderwijs was niet aan hem besteed. Het deerde hem niet. ‘Ik had nog steeds het volste vertrouwen in de toekomst.’ Hij was niet moeders mooiste. Zijn uiterlijk – zwaar brildragend – deed de meisjes giechelen. ‘Ik zat er niet mee.’ Wat kon hem gebeuren?

Er was die ‘diep ervaren zekerheid dat er iets aan zat te komen. Ik had het nu eenmaal in me.’ Al als 13-jarige was hem zijn bestemming bekendgemaakt. Bij een optreden op een schoolavond had hij de mensen aan het lachen gekregen. ‘Ik vroeg aandacht en ik kreeg aandacht. Toch vond men mij geen aandachttrekker, men vond mij grappig. Ik werd komiek.’

Splijtende onzekerheid

Het was een wonder dat zowel een belofte als een opdracht in zich borg. Het doorgeven van de boodschap is immers één van de negen gaven van de geest en daarmee behoort men niet lichtzinnig om te gaan. De heilige plicht om je bestemming te volgen, for better and for worse, is de onderliggende teneur van De Zeeuwse jaren, deel 3 van de memoires van Freek de Jonge. Het beschrijft voornamelijk de tijd van de gistende levenssappen en de splijtende onzekerheid van de adolescent en eindigt bij de daverende opkomst in 1969 van Neerlands hoop in bange dagen, het cabaretduo Freek de Jonge en Bram Vermeulen.

De jaren zestig, Freek was een jongen, en afgezien van het vaste voornemen komiek te worden in menig opzicht een raadsel voor zichzelf. Een middelbareschooltijd in Goes is niet per se meeslepend, zo bevestigt hij het verwachtingspatroon. Het is ‘deinen op de tikken van de tijd’.

Hij vertelt zijn verhaal als de ervaren cabaretier die de tijd neemt voor de opbouw om dan met een plotse pointe het bouwwerk in elkaar te laten lazeren. Een heel relaas over Kato. Ze was botergeil. Pointe: ‘Ik aarzelde.’ Marihuana en lsd kwamen binnen bereik: ‘Ik hield graag nog een slag om de arm.’ In de kleine zaal van het Schuttershof trad een band op. De drummer droeg een bril: ‘Dat was voor mij een geruststelling.’

Stamelend en struikelend bouwde hij aan wat een carrière moest worden. Zo was er een optreden in De Veste, het jongerencentrum van de Nederlands-hervormde kerk aan de Keizersdijk in Goes. Er was geen bühne, er waren geen coulissen. Alle begin is moeilijk heette de voorstelling. Freek herinnerde zich wat hij had opgestoken van regisseur Thijs Chanowski: ‘Je moet vanuit het niets beginnen. Geen verwachting, louter verlangen. Probeer vanuit het ongemak te spelen.’

Sprong naar het heden

Maar dan, op bladzijde 345, onderbreekt de auteur pardoes zijn amusante beschrijving van kleine en grote gebeurtenissen uit zijn jeugd en springt hij naar 2023, naar het nu. Opeens ziet de gelouterde kunstenaar zijn opdracht om het spoor van zijn vader te volgen, om zijn talent niet te vermorsen, gedwarsboomd door allerhande crises. Tia-achtige versprekingen overvallen hem tijdens een voorstelling. Het boek moet af, maar het schrijfproces loopt vast. Zijn pisbuis is verstopt.

Wat tot dan toe een onderhoudend verhaal was, wordt een spannend boek. Er blijkt een tumor bij de maagwand te zitten. Hella, zijn vrouw, ligt in het ziekenhuis met ernstige verstoppingen in de grote beenslagader. Freek de Jonge kan desondanks ‘dat verdomde boek’ niet uit zijn kop zetten. Hella kent haar pappenheimer. ‘Maak je geen zorgen,’ zegt ze, ‘dat boek komt er.’

Eind augustus wordt Freek de Jonge 80. Deel 3 van zijn memoires reikt tot 1969. Er liggen nog jaren aan verhalen op de plank en van zijn leven zit de langste tijd erop. De Jonge moet opschieten. Vooruit, man, aan het werk!

Freek de Jonge: De Zeeuwse jaren. Atlas Contact; 461 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next