Home

‘Zij zag onze verbinding als iets op hartsniveau, wat ik irritant en benauwend vond’

Terwijl Frits door Zuid-Amerika reist, krijgt hij via een datingapp contact met Sylvia in Nederland. Zeven maanden lang delen ze op afstand lief en leed, maar als Sylvia voorstelt om Frits te komen opzoeken, slaat de sfeer om.

Sylvia (60):

‘Hij was op reis door Zuid-Amerika, toen we contact kregen via een datingapp. Op reis had hij alle tijd om te appen en al heel snel schreven we elkaar alles wat we dachten en voelden. We namen geen blad voor de mond en deelden zonder enige schroom onze angsten en onze ervaringen met kinderen en relaties, we hadden immers niets te winnen noch te verliezen.

‘Hij verbleef aan de andere kant van de wereld en zou nog heel lang wegblijven en ik was gewoon in mijn Hollandse atelier. Via WhatsApp creëerden we ons eigen universumpje waarin de beschrijvingen van zijn reis de rode draad werden. Wekenlang zakte hij aan boord van een vrachtschip een rivier af, zijn bed naast de machinekamer, en al lezend kon ik de motorolie ruiken.

Zomerliefde is de zomerse rubriek van Corine Koole waarin beide lovers herinneringen ophalen aan een zomerse liefde van kort of langer geleden.

Ik herkende mezelf in zijn behoefte aan een solitair bestaan. Al werd zijn reis nooit mijn reis en begreep ik de romantiek niet van op je 66ste in een dorm slapen met wildvreemden. Wat ik wel snapte was dat er perioden in je leven zijn waarin je er alleen op uit wilt en ik wist hoeveel moed ervoor nodig is om eenzaamheid op te zoeken.

Ontwapenende antwoorden

‘Na zeven maanden waren hij en zijn lange reis een deel van me geworden. ’s Avonds, als ik naar bed ging, wist ik precies hoe laat het bij hem was, en dat ik dan een berichtje kon verwachten. En ook al hadden we elkaar nog nooit gezien, ineens was ik niet langer alleen, maar samen. Op elke vraag kreeg ik een ontwapenend antwoord. Hij schreef dat op reis gaan op de manier van twintigers hem verre van een jong gevoel gaf, het confronteerde hem juist met zijn lichamelijke tekortkomingen, een pijnlijk inzicht dat hij niet had voorzien. Ik werd steeds nieuwsgieriger naar deze man. Hoe bevrijdend de fysieke afstand in eerste instantie ook was, ik begon te verlangen naar een ontmoeting. Ik begon me voor te stellen hoe het zou zijn als hij voor me stond, hoe zijn lichaamstaal was, en misschien wel hoe hij voelde.

‘Op een dag appte ik brutaal: zal ik je komen opzoeken? Enthousiast stemde hij in. Maar een paar dagen later alweer kwam hij daarop terug. Nee, dat gaan we toch niet doen, schreef hij. Hij was zijn reis alleen begonnen en wilde die alleen afmaken, bovendien was hij bang verliefd te worden en dan met mij terug naar Nederland te willen. Maar, appte ik, al dat corresponderen, zo weten we toch nooit wat we voor elkaar voelen? En toch is het beter zo, antwoordde hij beslist.

‘Ik was teleurgesteld en boos en voelde me afgewezen. Misschien was dat universum dat ik met hem meende te delen wel een luchtbel, gevoed door verlangen en fantasie, en zaten we in wezen op een heel andere golflengte. Ik werd voorzichtiger, wie dacht hij wel niet dat-ie was, we kregen ruzie, en wat is WhatsApp dan ineens een wreed en grillig medium. Je ziet iemands aarzelingen niet, geen gezichtsuitdrukkingen, je denkt te kort na voor je iets schrijft en ineens draaide alles om; van het ene op het andere moment was alle contact ontdaan van de wens elkaar te begrijpen en veranderde zijn wellevendheid in taaie kauwgom. Hij begon me ‘tegeltjeswijsheid’ te verwijten waar ik alleen maar bondig mijn gevoelens probeerde te verwoorden, en uiteindelijk verbrak hij het contact. Het is beter als wij niet meer appen, schreef hij, en blokkeerde me.

Uit het zicht verdwenen passant

‘Na zeven maanden appen reisde hij alleen verder, zonder mij als zijn getuige. Naar de Galapagoseilanden, Bolivia. Hij beklom bergen, had ontmoetingen met mensen die hem nog maanden zouden bijblijven, maar van de ‘vrouw op de brug’, de verbinding met zijn normale wereld thuis, werd ik een uit het zicht verdwenen passant. Ik beschouwde zijn koppigheid als een misverstand, en likete gewoon alles wat hij postte op Polarsteps. En toen ik zag dat hij op 31 maart van dit jaar weer zou terugkomen, stuurde ik hem een bericht: zullen we gewoon eens afspreken?

‘Zeven dagen later liep hij met een bos bloemen mijn huis binnen: een grote man met donkere ogen, een beetje vertwijfeld, verlegen, leuke lach. Hij omhelsde me en hield me heel lang vast. En plotseling voelde ik me erg blij worden. Zo leuk dat je er bent, bleef ik maar herhalen. Ik sprong op en neer van plezier en het was of alles van dat eerste appcontact, dat niemandsland waarin wij ons zo comfortabel voelden, de onuitgesproken intimiteit, weer terug was. We praatten over zijn reis, waarvan sommige details me zo waren bijgebleven dat ik zijn verhalen moeiteloos kon aanvullen – alsof ik ze zelf had meegemaakt.

‘Die nacht is hij gebleven. Sindsdien zien we elkaar wekelijks en toch aarzel ik of ik hem mijn geliefde mag noemen. Al die maanden hebben we immers alleen maar geschreven, we zijn nooit samengekomen uit verliefdheid, maar uit nieuwsgierigheid en de wens ervaringen te delen. Is er een wet voor een juiste basis voor een relatie? Geen idee. Ik bel dol op hem en wil erg graag iets serieus, maar op een of andere manier blijven we voorzichtig.’

Frits (66):

‘In de zomer van 2022 ging iedereen om me heen op vakantie en ik dacht: ik moet ook weg, waar zal ik naartoe gaan? Ik wilde naar Cuba, toen naar Myanmar, maar daar was het te onrustig. Naar Tibet wilde ik ook altijd al, en uiteindelijk werd het Cuba, en vervolgens heel Midden- en Zuid-Amerika. Als lijntje met het moederland had ik Polarsteps en mijn Tinderaccount – dat laatste niet omdat ik op zoek was naar een vrouw die op me wachtte als ik weer thuiskwam, maar uit nieuwsgierigheid.

‘Ik was al zeker zes maanden op reis toen ik in de taxi met een vrouw in contact raakte. En het was niet eens haar mooie foto of wat ze zei wat dit korte gesprek zo bijzonder en uniek maakte, maar de manier waarop ik erop reageerde. De taxi stopte, ik was op mijn bestemming; een moment dat er altijd heel veel tegelijk moet gebeuren: betalen, opletten of je zonder gevaar het portier kunt openen, uitstappen en bagage uit de achterbak halen. Het had voor de hand gelegen als ik haar toen geschreven had: we appen later weer. Maar tijdens al die handelingen hield ik mijn telefoon in mijn hand, klaar om zodra dit alles achter de rug was, het gesprek voort te zetten. Staand voor mijn hostel.

‘Deze vrouw was anders dan de andere vrouwen die ik onlangs had ontmoet, want de intensiteit was anders. Mijn ontvankelijkheid zorgde in de weken en maanden die volgden ervoor dat ik haar voortdurend deelgenoot wilde maken van alles wat ik meemaakte. In Chili beklom ik een vulkaan met stijgbeugels en bezocht ik een indrukwekkende kopermijn met treintjes die zo dichtbij raasden dat je voortdurend achteruit moest springen om niet onder de wielen terecht te komen.

Niet meer alleen

‘Ik hoefde niks, er waren geen verplichtingen en tegelijkertijd was de aard van onze gesprekken verre van vrijblijvend en oppervlakkig. Ik schreef haar op alle momenten van rust: op een bankje in het park, in een rammelende bus, op de rand van een fontein, in een museumrestaurant. Ik maakte haar deelgenoot van wat ik dacht en voelde. Ze werd een vaste waarde tussen alle toeval die zich aandiende, ik was niet meer alleen. Maar na een tijdje vond ik dat niet prettig meer. Ik was juist op reis gegaan om alleen te zijn; als ik gezelschap had gewild, had ik wel iemand meegevraagd.

‘In mijn eentje was ik tot de ontdekking gekomen dat ik geen 25 meer ben. Tussen al die jonge backpackers legde ik het af in tempo, hen zag ik nooit struikelen; en het klinkt misschien raar, maar dit was een van de grootste tegenvallers van mijn reis, een waarvan de effecten na twee maanden nog steeds doorwerken. Toen zij voorstelde me te komen opzoeken, dacht ik meteen: dat gaan we niet doen. Ik zat toen in Bogota, kende daar mijn weg. Als ze zou komen, werd ik als vanzelf in de rol van gids geduwd, daar had ik helemaal geen zin in. Bovendien hadden zij en ik duidelijk een andere levensstijl. Ik reisde heel basic en zij is een luxepaardje.

‘Nee, langskomen was een onzinnig idee, appte ik haar. Ze werd boos en ik begon me steeds meer te ergeren. Zij beschouwde onze verbinding als iets op hartsniveau, en zag een in de sterren geschreven gezamenlijke toekomst voor zich, wat ik irritant en benauwend vond en afdeed als gezwets. Ik merkte dat ze voorzichtiger werd in wat ze schreef, haar woorden leken ineens afgestemd op wat zij dacht dat ik graag wilde horen, niet erg aantrekkelijk. Nogal bot heb ik het contact daarop verbroken en de deur keihard dichtgegooid. Klaar met dat geduw en getrek op WhatsApp, het was niet leuk meer, dus stoppen ermee.

Nog niet over

‘Maar ze bleef me volgen op Polarsteps, waar ik voor mijn kinderen, vrienden en verdere familie mijn wederwaardigheden deelde. Ze likete alles wat ik erop zette en ik dacht: waarom in godsnaam? Wil ik dit wel? En toen ik op 31 maart terugkwam, kreeg ik via Messenger, want overal elders had ik haar geblokkeerd, een bericht: zullen we een keer afspreken na al die maanden schrijven? Ik twijfelde, maar vond het ook grappig. Ze stelde voor met haar hond te gaan lopen, maar ik dacht: met zo’n hond erbij is er geen zinnig gesprek mogelijk. Uiteindelijk zocht ik haar op bij haar thuis. Ik gaf haar een knuffel, voelde haar warmte en ineens begreep ik dat het nog niet voorbij was.

‘Tijdens de rondleiding door haar huis liet ik me een beetje flauw op haar bed vallen om te voelen of het zacht genoeg was. Ik ben gebleven, het was 6 april. Sindsdien zien we elkaar ieder weekend. Het is heerlijk met haar, ik ben graag samen, maar het is lastig te zeggen waartoe dit leidt. Gekmakende verliefdheid voel ik niet. Soms kabbelt er iets net onder mijn middenrif, en denk ik: is dit het? Begint de verliefdheid alsnog? Maar het is een heel stil stemmetje. De sticker van relatie wil ik er nog niet op plakken. Eigenlijk wil ik dat het blijft zoals het nu is, en ik heb het gevoel dat ik me de vrijheid om te wachten kan veroorloven. Wat overigens niks afdoet aan het feit dat de liefde en de verbondenheid die ik voel heel sterk zijn.’

Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Sylvia en Frits ­gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next