Astrid Lindgren-vertaler Rita Verschuur (88) kreeg dit voorjaar felle kritiek op haar versie van Ronja de Roversdochter. Wat vindt ze daar zelf van? En wat maakt een vertaling goed?
Rita Verschuur (88) schreef zelf (kinder)boeken, maar was ook decennialang de vaste vertaler van de Zweedse kinderboekenschrijver Astrid Lindgren. ‘Kijk, daar staat ze!’ Verschuur wijst naar een zwart-witfoto aan de muur van haar woonkamer in Bergen. ‘Dat was in 1974. Astrid kwam toen bij ons logeren in ons zomerhuis in Småland. Daar is ze toen met mijn oudste twee kinderen van de hooizolder bij de buren gesprongen.’
Verschuur was 23 jaar toen ze Astrid Lindgren in 1959 voor het eerst ontmoette. Ze was toevallig, tijdens haar studiejaar in Uppsala, gestuit op het boek Rasmus en de landloper. Dat vond ze zo mooi dat ze besloot het te vertalen voor haar broertjes en zusje. ‘Maar ik had al snel een paar vragen over de vertaling, en nam contact op met Astrid Lindgren. Tijdens die eerste ontmoeting zei ze tegen me: ‘Onthoud, jij schrijft voor de Nederlandse kinderen, zij moeten het mooi vinden en begrijpen. Dat moet je aldoor in je hoofd hebben.’ Ze zei daar alleen bij: ‘Geen geforceerde grappen of woordspelingen.’’
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
Na de tweede ontmoeting gaf Lindgren aan Verschuur tien van haar boeken mee en zei erbij dat ze ze allemaal mocht vertalen. En zo geschiedde. Verschuur, die voor haar scheiding publiceerde onder de naam Rita Törnqvist-Verschuur, werd vanaf dat moment, in 1960, de vaste vertaler van Lindgren.
Onlangs kreeg Verschuur forse kritiek op haar vertaling van Ronja de Roversdochter uit 1982. In een opiniestuk in de Volkskrant schreven Lysbeth Plas en Martje Wijers dat ze na het kijken van de nieuwe Netflix-serie Ronja de Roversdochter manipulatie ontdekten in Verschuurs vertaling van het bekende kinderboek uit 1982.
U werd in dat opiniestuk beticht van censuur.
‘Ja, daar kwam het op neer. Grove manipulatie, noemden ze het. Ik wist niet wat ik las. Ik dacht: waar hebben ze het over? En dat zeg ik nog steeds, want ik begrijp er echt helemaal niets van.’
In het opiniestuk staat dat de vertaling 64 gevallen van manipulatie bevat, variërend van afzwakking, vervanging tot weglating van hele alinea’s. ‘Dit zijn vooral stukken die destijds waarschijnlijk als te duister of moeilijk voor kinderen werden ervaren, omdat ze verwijzen naar de dood of donkere ondefineerbare gedachten’, schreven de auteurs. Klopt dat?
‘Nou, gelukkig genoeg heb ik inmiddels die lijst hier in huis. Ik neem hem braaf door. En ik ben heel pietluttig. Sommige dingetjes begrijp ik. Maar je moet weten, Astrid was op oudere leeftijd toen ze Ronja schreef, dit is haar laatste boek. Eerlijk gezegd werd ze erg breedsprakig. Hoogdravend ook. En dat was iets wat ik helemaal niet herkende van eerder. Ik dacht: wat lees ik nou in deze zin? Het waren een soort herhalingen. Dus soms, niet vaak, probeerde ik alle informatie op een slimme manier in één zin te krijgen. En alles hardop, zodat het mooi, vloeiend liep. Zodat het veel meer overeenstemde met zoals zij eerder schreef.
‘In Ronja komt ook steeds de kreet ‘jämmer och död’ voor. Dat betekent ongeveer: ‘Dood en ellende.’ En eerlijk, sorry, ik dacht: dit kan niet. Dit kan ik Nederlandse kinderen echt niet aandoen. Dit soort uitdrukkingen. Dus dat heb ik weggelaten, en dat krijg ik nu op mijn brood. Maar goed, er wordt een herziene versie gemaakt, en in de nieuwe druk vertaal ik het als: ‘Het is bij de beesten af!’ Terwijl ik het eigenlijk niet nodig vind, want de context is al rijk genoeg. Maar ik houd van taal en ik zit lekker te prutsen. Ik denk dat de lezer er in de herziene versie amper iets van zal merken.’
En dat er stukken zijn verdwenen?
‘Dat heeft de uitgever destijds gedaan, ik heb mijn manuscript weggegooid en ook Astrids manuscript weggegooid. Want ik kreeg het regelrecht uit de schrijfmachine. Zij schreef mij: ‘Rita, ik krijg binnenkort een boek af, mag ik je het meteen toesturen en wil je het vertalen?’ Dat heb ik gedaan. Toen het boek en de vertaling er waren, dacht ik: het is goed, weg met die papieren manuscripten, het staat nu allemaal in het boek.
‘O, daar heb ik nu zo’n spijt van. Want later is er klaarblijkelijk nog van alles met die tekst gedaan door de uitgever waar ik geen weet van had. Dat ging toen zo, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Drukproeven kreeg je niet als vertaler. In eerste instantie zet ik die stukken nu terug, maar ze voegen niets wezenlijks toe. En de tekst wordt er bepaald niet beter door. En dat mag onder geen voorwaarde gebeuren. Dus hier zijn we voorlopig nog niet mee klaar.’
Wat maakt een kindervertaling goed?
‘Voor de vertaler geldt hetzelfde als voor de schrijver van een goed kinderboek: je moet kinderen bloedserieus nemen. Dus geen kindertaal gebruiken. Ze kunnen verbluffend veel aan. Het gaat erom moeilijke zaken in eenvoudige bewoordingen uit te drukken. Natuurlijk houd je je als vertaler zo veel mogelijk aan de oorspronkelijke tekst. Maar soms klinkt iets in het Zweeds wel erg sentimenteel. In De gebroeders Leeuwenhart heeft hoofdpersoon Kruimel het herhaaldelijk over zijn ‘geliefde’ broer Jonatan. Ik heb in mijn vertaling het woord ‘geliefde’ geschrapt.’
Zijn Zweden dan zo sentimenteel?
‘Jaaa! Dat is het juist. En ze zijn ook veel poëtischer. Ik praat nu over vroeger, maar toen ik in 1959 voor het eerst in Zweden woonde, kenden veel mensen poëzie uit hun hoofd. En dat had niets met sociale klasse te maken. Ik woonde in een oud huis, en op tafel bij de vrouw van de portier lag ook een dikke anthologie van prachtige Zweedse gedichten. Geweldig vond ik dat. Maar goed, ik ben een echte Zwedofiel, hoor.’
U was 12 toen u voor het eerst in Zweden kwam.
‘Ja, mijn stiefmoeder vond het in 1947 een goed idee voor mij om eens even alleen onder andere mensen te zijn. Mijn vader had vrienden in Zweden, want hij zat in de houthandel. Dus ik kon daar logeren. Ik heb het geweldig gehad. Ik was meteen weg van die prachtige, zangerige taal. Zo is de kiem gelegd, toen ben ik Zweedse taal- en letterkunde gaan studeren.
‘Ik geniet nog steeds van de taal en van het land en de natuur en dan die geheimzinnige mensen. Ik vind het nog steeds een spannend volk. O, volk mag je geloof ik weer niet gebruiken, hè. Maar goed, de mensen daar zijn heel spannend. Ze lijken stijf, maar plotseling kunnen ze zich blootgeven en dan komen er confidenties uit!’
Hoe belangrijk is Lindgren in Nederland geweest voor de kinderliteratuur?
‘Astrid brak grenzen door, ze schreef vanuit het kind. Zij liet de stem van het kind horen en was daarin echt revolutionair. Pippi Langkous heeft een revolutie in de hele wereld veroorzaakt. Er zitten gekke invallen in, een beetje baldadig en wat brutaal. In Nederland hadden we ook goede schrijvers in die tijd. Zoals An Rutgers van der Loeff, maar dat zijn toch een ander soort teksten. Pippi Langkous is een fenomeen, iedereen kent haar.’
In uw boek Astrid Lindgren, een herinnering, gepubliceerd in 2002, schrijft u dat Lindgren voor u een rots in de branding was.
‘Ja, als mens vooral. Ze zei meteen bij de eerste ontmoeting ‘o, lieve kind’ tegen me. Ze had iets heel moederlijks. Ze ontfermde zich op de een of andere manier over me. We hadden ook een vrij intense correspondentie. En als ik problemen met iets had, schreef ik daar zo’n beetje tussen de regels door over, het had soms met mijn kinderen te maken of met mijn huwelijk. En dan ging haar antwoord over de problemen met mijn kinderen of met mijn huwelijk. Dat had ze meteen door. En het mooie was dat ze altijd ook vergelijkingen trok met zichzelf, dat ze vaak zei dat ze dingen herkende. En dat was voor mij zo’n ongelooflijke troost. Dus ze heeft veel voor mij betekend.
‘Astrid was lang vooral moeder en geen schrijver. Na alle ellende die ze had meegemaakt – ze raakte in verwachting op haar 18de, trouwde niet met de vader en moest haar zoon afstaan – was ze zo blij toen ze haar zoon weer terug had. En later nog een dochter kreeg. Ze genoot van het leven.
‘Tot de oorlog uitbrak. Hoewel Zweden neutraal was, leed ze daar erg onder. Haar dochtertje was ook vreselijk bang voor de oorlog. En toen heeft Astrid, om haar dochter te troosten, die rare Pippi in het leven geroepen, die in het circus sterke Adolf zo op de grond gooit. En wie is sterke Adolf? Nou, dat weten we allemaal.
‘Dus zo is Pippi ontstaan, het sterkste meisje van de wereld. Astrids dochter kreeg het manuscript met verhalen over Pippi Langkous als cadeautje op haar 10de verjaardag. En dat is op een goed ogenblik verder uitgegroeid, want alle vriendinnetjes kwamen luisteren naar dat verhaal.
‘Zo is haar schrijverschap ontstaan. Dat is iets essentieels dat tegenwoordig wordt vergeten. Ze was waarschijnlijk hoe dan ook schrijver geworden, denk ik, maar als je vraagt wat ze in eerste plaats was, dan was dat moeder.’
Ook een beetje voor u, dus?
‘Ja, dat kun je wel zeggen. In tegenstelling tot mijn biologische moeder en mijn stiefmoeder zag Astrid wie ik was. Zij was een soort zielmoeder.’
In de jaren zeventig kwam er ook kritiek op Lindgren. Ze zou niet met haar tijd meegaan en rolbevestigende verhalen schrijven.
‘Ja, dat was maar een korte periode. Dat was in de tijd dat Annie Schmidt in Nederland voor precies hetzelfde werd aangeklaagd. Janneke van Jip was rolbevestigend, en Emil van de Hazelhoeve was ook eigenlijk een burgermansjongetje.’
Annie M.G. Schmidt is in het Zweeds vertaald, maar dat is geen groot succes geworden. Waarom niet?
‘Ze hadden Astrid al. Wiplala is vertaald, maar dat viel gewoon weg. Astrid vroeg aan mij: ‘Wil je een proefvertaling maken van Jip en Janneke, want dat schijnt zo bijzonder te zijn.’ Nou, dat deed ik. En toen kreeg ik te horen: ‘Ja, nou, zulke verhaaltjes kunnen wij zelf ook wel schrijven.’
O, echt?
‘Ja, dus dat is nooit uitgegeven en dat vind ik begrijpelijk. Die hype rond Annie Schmidt in Nederland – ik vind dat het wel erg ver ging, allemaal. Ik weet dat je daar bij Nederlanders niet mee moet aankomen. Annie Schmidt is hier heilig, maar ik vind Astrid als kinderboekenschrijver toch van een andere orde. Haar reikwijdte, haar diepgang.’
Naast kinderliteratuur heeft u ook werken voor volwassenen vertaald.
‘Klopt, maar ik heb eigenlijk alleen maar schrijvers vertaald met wie ik me kon identificeren. Zeker toen ik zelf begon te schrijven, deed ik het vertalen ernaast.’
U heeft Jan Wolkers in het Zweeds vertaald.
‘Haha, je zult denken dat zijn werk nou niet precies overeenkomt met mijn eigen schrijfsels. Maar die taal van hem is van groot belang geweest voor mij. Ik heb er veel van geleerd. Zijn taal is fantastisch om te vertalen. Heel beeldend, heel concreet en helder. Ja, het was een feest om Wolkers te vertalen. Al was hij steeds bezorgd of ik het allemaal wel goed vertaalde. Als een angstige moeder voor haar baby’tjes was hij voor zijn teksten. Dan werd ik op het matje geroepen en moest ik alles verantwoorden. Maar dat is goed gegaan.’
Is Wolkers dan wel doorgebroken in Zweden?
‘Ja, dat is zeker gelukt. Er waren natuurlijk ook mensen zeer gechoqueerd. Ik heb eerst een verhalenbundel vertaald en later, toen ik met mijn gezin was teruggekeerd naar Nederland, Turks fruit. Hij belde, dat dat moest en zou gebeuren. En toen was hij weer bang dat ik het zou afzwakken. En dan moest ik hem geruststellen dat ik dat niet zou doen.
‘Dat heb ik ook niet gedaan. Ik had speciaal een Zweeds slang-lexicon gekocht en dat heb ik van A tot Z doorgenomen. Dus dan zei ik tegen hem: ‘Zodra ik op een of andere sappige uitdrukking stuit die jij gebruikt in je boeken, heb ik daar de allerbeste vertaling bij de hand.’ Alles werd door hem gecontroleerd, maar het was ook leuk, hij was gek en grappig.’
Is uw vriendschap met Lindgren veranderd toen u zelf schrijver werd?
‘Ja, in hoge mate, want wij werden collega’s en dat merkte ik. In plaats van grappige aanheffen boven haar brieven schreef ze vanaf dat moment ‘lieve Rita’. Ze nam mij bloedserieus over mijn eigen werk. Ze heeft zelfs weleens iets daarvan gelezen. Wat ook meespeelde: toen ik schrijver werd, was zij uitgeschreven. Na Ronja schreef ze niets meer. Haar zoon ging dood. Daarna heeft ze nooit meer een kinderboek kunnen schrijven. Ze heeft nog wel wat dingen gedaan voor de dieren en de koeien en zo. Maar geen boek meer. Dat kon echt niet meer.’
Heeft u de nieuwe Netflix-serie over Ronja al gezien?
‘Ja natuurlijk, die heb ik meteen helemaal bekeken. Maar het deugt gewoon niet, want die kinderen zijn veel ouder dan in het boek. Het zijn bij Netflix beginnende pubers. Waardoor die hele film voor mij totaal is mislukt. Want je voelt daardoor een erotische spanning tussen Birk en Ronja. En dat is nou net wat Astrid vreselijk had gevonden.
‘Bij Astrid waren het kinderen van 10 jaar, kinderen van die leeftijd zijn heel wijs. Het was een wezenlijke vriendschap in dat boek. Dat heeft ze beschreven. Daarnaast is de Netflix-serie nog wat wreder, de vogelheksen zijn extremer dan in de vorige film. Ik wil niet zeggen dat die film wel fantastisch was. Die had ook iets oubolligs. Maar dit is weer doorgeslagen. En het heeft ook weer niks met het oorspronkelijke verhaal te maken.’
U bent nu 88 jaar, bijna 89. Schrijft u nog?
‘Ja, ik zou me geen raad weten als ik niet meer schreef. Ik ben op een gegeven moment biografisch gaan schrijven, ik heb nogal wat meegemaakt, en nu kan ik niet meer ophouden. Ik zit iedere ochtend te schrijven, wel veel korter dan vroeger. Nu schrijf ik twee uurtjes en dan ben ik moe. Ik haal daar groot genoegen uit. Het maakt me niet meer uit of het wordt uitgegeven. Met meerdere schrijvende leeftijdgenoten heb ik nog regelmatig contact. Mijn vriendin Imme Dros en ik prijzen ons telkens weer gelukkig dat wij op onze leeftijd nog zo met taal bezig kunnen zijn.’
Rita Verschuur (1935) groeide op in Overveen. Zij studeerde Scandinavische talen en Oudgrieks en studeerde in 1959 met een studiebeurs in Zweden. Vanaf 1960 was zij de vaste vertaler van Astrid Lindgren. In 1976 publiceerde ze haar eerste eigen kinderboek. Ze ontving een Gouden Uil en de Nienke van Hichtumprijs, meerdere Vlag en Wimpels en een Zilveren Griffel voor haar werk.
Over haar speciale band met de wereldberoemde kinderboekenschrijver publiceerde ze het boek Astrid Lindgren, een herinnering (2002). Verschuur was getrouwd met de literatuurwetenschapper Egil Törnqvist en kreeg met hem in Uppsala drie kinderen. Eind 1969 verhuisde het gezin naar Nederland. Later scheidden ze. Sinds 2008 schrijft Verschuur alleen nog voor volwassenen. Ze is de moeder van zoon Torbjörn en dochters Marit en Saskia Törnqvist. Marit is illustrator en kinderboekenschrijver en heeft ook veel boeken van Lindgren geïllustreerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant