Ongeveer een op de vijf Gazanen lijdt volgens cijfers van de Verenigde Naties acute honger als gevolg van de oorlog. Dat is een groep van ongeveer een half miljoen mensen, van wie circa de helft uit kinderen bestaat. Vooral kinderen van onder de vijf jaar, zijn bijzonder kwetsbaar.
Na negen maanden oorlog en langdurige periodes van ernstige voedsel- en watertekorten zijn veel kinderen zo uitgeput dat ze ook veel sneller vatbaar zijn voor ziektes als longontsteking en cholera. „Door voedseltekorten wordt hun weerstand minder”, zegt Wouter Booij, woordvoerder van VN-kinderfonds Unicef. „Vergeet niet dat een kind van jonger dan vijf jaar bij ernstige diarree binnen 24 uur kan overlijden als het niet wordt behandeld, zeker als het al verzwakt is.”
Het is moeilijk te zeggen waar de voedselnood op dit moment het hoogste is. „Eigenlijk is in de hele Gazastrook de toegang die mensen tot voedsel hebben erbarmelijk”, zegt Rachael Cummings, die de lokale hulpoperatie van Save the Children telefonisch coördineert vanuit Gaza. Op straat valt haar op hoe uitgemergeld en ongezond veel kinderen er uitzien.
Al maanden staan er lange konvooien met vrachtwagens aan de grens klaar met hulpgoederen. Maar vooral door de strenge Israëlische grenscontroles en, in mindere mate, door de gevechten in de Gazastrook zelf en de anarchie op veel plaatsen bereiken die hun bestemming nauwelijks. Een staakt-het-vuren en toelating van meer humanitaire hulp, waarover Israël, Hamas en de internationale bemiddelaars al zo lang zonder resultaat onderhandelen, zou hier in één keer alle verschil kunnen maken, want een natuurramp is de Gaza-oorlog niet. „Dit is een gecreëerde werkelijkheid”, onderstreept Booij. „En het is een keuze de kinderen zo onbeschermd te laten.”
UNRWA, de VN-hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen, schatte vorige maand dat 50.000 kinderen zozeer ondervoed zijn dat ze dringend medische hulp nodig hebben om te voorkomen dat ze sterven. „Het aantal ondervoede kinderen neemt nog gestaag toe”, aldus Cummings. „Er is gewoon niet genoeg te eten. Normaal gesproken kunnen wij als humanitaire hulporganisatie zulke kinderen prima behandelen, maar door de beperkingen die er op de aanvoer van voedselhulp bestaan zijn wij daar helaas niet toe in staat.”
Hoeveel kinderen er al aan honger zijn bezweken is niet met zekerheid te zeggen. VN-rapporten spraken onlangs van dertig bevestigde gevallen, maar de meeste hulpverleners zijn het erover eens dat het werkelijke aantal beduidend hoger ligt. Het is ook moeilijk te meten omdat hongersnood een complex probleem is. Hoezeer speelde honger en gebrek aan gezond voedsel en water mee, wanneer een kind bijvoorbeeld aan longontsteking overlijdt?
Unicef stelt dat kinderen voor een gezonde ontwikkeling regelmatig vijf van de acht voedselgroepen moeten hebben. Het gaat om melk, zetmeelrijke voedingsstoffen als tarwe, rijst of mais, vlees, gevogelte, vis, eieren, groente en fruit. In Gaza halen veel kinderen niet eens twee van die acht groepen. Booij: „De voedseldiversiteit voor veel kinderen is heel laag en dat remt vooral bij jonge kinderen de groei sterk. Hoe langer die voedselarmoede duurt, hoe groter de schade.”
Eerder dit jaar was de voedselsituatie vooral acuut in het noorden van de Gazastrook, waar lange tijd nauwelijks hulp arriveerde. Nog altijd is daar de toestand kritiek, maar inmiddels zijn er ook ernstige zorgen over het zuiden. Met name bij Rafah, waar veel ontheemden naar toe waren gevlucht, maar waar Israël ondanks tal van waarschuwingen toch een grondoffensief begon.
Juist de afgelopen weken steeg de nood ook in Deir al-Balah in het centrale deel van de Gazastrook, na een nieuw evacuatiebevel van het Israëlische leger voor 250.000 Gazanen in en om de zuidelijke plaatsen Rafah en Khan Younis. Velen trokken daarop naar Deir al-Balah. Save the Children bracht zijn kantoor al begin mei van Rafah over naar Deir al-Balah. Naast twaalf expats zijn er tachtig Palestijnen werkzaam, allen ontheemden.
Het grootst zijn volgens Booij van Unicef de problemen wanneer plotseling grote groepen ontheemden wegens de gevechten naar een nieuwe plaats trekken. „Daar hebben we dan nog niet de infrastructuur voor water en sanitaire voorzieningen kunnen opzetten.”
Cummings stelt vast dat de oorlog ook een enorme geestelijke tol van de kinderen eist. „Die constante bombardementen, dat steeds weer ontheemd rondtrekken, al dat geweld om hen heen, de angst die dat met zich meebrengt is heel slecht voor kinderen.” Ze merkt de gevolgen daarvan ook bij de kliniek van Save the Children in Deir al-Balah: „Ouders komen daar met kinderen die niet meer kunnen slapen, in bed plassen of niet goed kunnen lopen. Zulke problemen bij hun kinderen brengen op hun beurt ook veel ouders weer erg van streek.”
Source: NRC