De zangeres laat haar eigen classic rock werkelijk klassiek klinken, bij een gonzende show in Amsterdam.
Het is een prachtig beeld, monumentaal maar toch ook gewichtloos, een tikje mystiek. Bij de laatste echo’s van het nummer Gold Dust Woman draait Stevie Nicks een trage pirouette, de armen wijd en een gouden glittercape over de schouders. De muziek verstomt en Nicks vaart op het filmscherm achter haar ten hemel, in een wolk van sterrenstof.
Het plaatje past bij haar statuur. Zij schreef Gold Dust Woman voor haar band Fleetwood Mac, in 1976. Rond die tijd al werd zij algemeen beschouwd als een van de grootste vrouwelijke rockvocalisten, naast de toen al overleden Janis Joplin en Grace Slick van Jefferson Airplane. Nicks schreef bovendien een paar van de beste songs voor Fleetwood Mac, en knoopte er ook nog een imponerende solocarrière aan vast.
Over de auteur
Robert van Gijssel is muziekredacteur van de Volkskrant en schrijft over pop, de muziekindustrie en gamecultuur.
Het mooie aan Nicks is dat zij nu, op 76-jarige leeftijd, nog steeds kan doorgaan voor een van de machtigste rockstemmen. Want wat zingt zij haar succeswerk fenomenaal goed in Amsterdam. In Gold Dust Woman, dat wordt gedragen door zware gitaar- en drumslagen, laat zij haar woorden dreigend opstomen; rauw, donker en zeer indringend. ‘Rock on, ancient queen, follow those who pale in your shadow.’
Ze geeft haar stem meer rust dan voorheen, begrijpelijk ook. Nicks blijft hangen in het lagere vocale register, maar juist daar klinkt zij zo overtuigend, zowel gevoelig als gemeen. Ze weet als geen ander hoe zij tekst op muziek moet zetten, want ook haar timing is ongenaakbaar. Ze zingt vaak slepend achter de groove van haar band, ook in vierkante rocknummers als Edge of Seventeen. Als het monotone gitaarriffje van haar vaste bandleider Waddy Wachtel door de Ziggo zaagt, voel je de opwinding. Wat een dijk van een lied is dit nog altijd en wat wordt het hier gaaf gespeeld.
Nicks heeft een band van vertrouwelingen om zich heen, waar ze bijna een leven lang mee optreedt. We horen piano en een gonzend orgel, het sierlijke solowerk van gitarist Wachtel en twee achtergrondstemmen, die de hoge noten heel organisch overnemen. Haar band laat If Anyone Falls, met die fijne modulatie in het refrein, onverwacht hard rocken bij een smetteloos zaalgeluid. Zó laat je je eigen classic rock dus werkelijk klassiek klinken. De ticketprijs van bijna 200 euro voor een stoeltje voorin de zaal mag absurd zijn, Nicks geeft er goddank iets voor terug.
Zelfs de ellenlange inleidingen op haar liedjes zijn onderhoudend. Nicks vertelt over haar eerste ontmoeting met haar latere vriendin en collega Christine McVie van Fleetwood Mac. Haar anekdote schiet alle kanten op maar de zaal hangt aan haar lippen. Ze heeft natuurlijk ook iets te vertellen, want haar verhaal is pure muziekgeschiedenis.
Die voel je meer dan ooit bij de toegift: het betoverende Rhiannon, waar transcendente folk doorheen zweeft, en de akoestische afsluiter Landslide, over ouder worden en een onherroepelijk afscheid. Na dat nummer spreekt ze haar publiek nog één keer toe, in totale stilte. Ze zegt dat zij dagelijks pijn voelt na het overlijden van Christine McVie, twee jaar geleden. En dat zij maar één remedie heeft tegen de neerslachtigheid: toch maar weer dat podium op rennen. Zowel Nicks als de Ziggo Dome moeten nu even iets wegslikken.
Pop
★★★★☆
Ziggo Dome, Amsterdam, 19/7.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant