Gaza
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het gemak waarmee Israël bereid is de levens van willekeurige Palestijnse burgers op te offeren in zijn jacht op leiders van Hamas blijft verbijsterend. Ook afgelopen weekend deed zich weer zo’n geval voor, toen Israël een grote luchtaanval uitvoerde op al-Mawasi, een gebied ten westen van de stad Khan Younis waar honderdduizenden ontheemden naartoe zijn gevlucht. Zij zitten daar, veelal in tenten, omdat Israël zelf dit tot een veilige zone had bestempeld. Ten minste negentig mensen kwamen bij deze aanval om het leven, terwijl er driehonderd gewonden vielen. Onder hen veel vrouwen en kinderen. Volgens Israël was de aanval gericht tegen Mohammed Deif. Hij is de leider van de Qassam-brigades, de gewapende tak van Hamas. Deif geldt tevens als brein achter de planning van de aanval van Hamas op Zuid-Israël van 7 oktober. Of hij werd gedood blijft echter onzeker. Het is dus goed mogelijk dat al die doden zelfs voor niets vielen.
Al eerder wezen militaire deskundigen erop dat er meer doden bij de oorlog in de Gazastrook vielen dan bij andere oorlogen. Zij schreven dat deels toe aan het ongeremde gebruik door Israël van zeer zware bommen, waardoor er meer burgerslachtoffers vallen. Vooral in de eerste maanden na 7 oktober zette Israël regelmatig de GBU-31 in, een ‘slimme’ bom van 900 kilo met 429 kilo aan explosieven die mensen tot op honderden meters van het inslagpunt kan doden. Computermodellen vertellen Israëlische militairen vooraf hoeveel mensen ze ongeveer zullen doden.
Wegens de hoge aantallen burgerdoden besloten de Verenigde Staten, Israëls grootste wapenleverancier, zulke bommen tot nader order vast te houden. Tot woede van premier Netanyahu. Maar de Amerikanen, die Israël verder grotendeels blijven steunen, geven geen krimp. Deze maandag nog waarschuwde minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken Israëlische functionarissen volgens zijn woordvoerder opnieuw dat het aantal burgerslachtoffers bij Israëls acties „onaanvaardbaar hoog” is.
Er was een tijd dat Israël behoedzamer omsprong met burgers die zich toevallig ophielden naast Palestijnen die Israël als een bedreiging voor zijn veiligheid beschouwde en daarom wilde doden. De Israëlische journalist Ronen Bergman schreef enkele jaren geleden het boek Rise and Kill First over de meedogenloze manier waarop Israël tegenstanders uit de weg ruimde. Daarin noemt hij talrijke voorbeelden van acties die op het laatste moment werden afgeblazen omdat er burgerslachtoffers dreigden te vallen. Vooral als er kinderen bij waren. „We waren allemaal ouders: we konden het doden van kinderen niet goedkeuren”, citeerde Bergman het hoofd van een juridische afdeling die bij zulke beslissingen meekeek.
Dit speelde zich een paar decennia geleden af. Mede door toedoen van diezelfde juristen, die de criteria voor zulke executies zonder vorm van proces steeds verder oprekten, ging het liquideren de Israëliërs steeds makkelijker af. Ook als daarbij burgers werden gedood die niets hadden misdaan. Desondanks bleef Israël zich het meest morele leger ter wereld noemen. Na de aanval van Hamas op 7 oktober, die Israël tot in het diepst van zijn ziel raakte, lijkt elk gevoel van compassie met gewone Palestijnse burgers verdampt. Niet alleen als het om zware bommen gaat maar ook als het dringend noodzakelijke humanitaire hulp voor de hongerende Gazaanse burgerbevolking betreft.
Een van de kernpunten van het internationaal humanitair recht is het proportionaliteitsbeginsel. Het nut van militaire acties moet worden afgewogen tegen de nadelige gevolgen die dit met zich kan meebrengen voor de burgerbevolking. Weliswaar is aan de hand van dit beginsel niet exact te zeggen waar die grens ligt, maar er is een groeiende consensus binnen de internationale gemeenschap dat Israël dit beginsel op grote schaal schendt.
Israël legt de schuld van bloedbaden als dat van vorige zaterdag bij al-Mawasi meestal bij de Hamasstrijders, die zich expres onder burgers zouden verschuilen. Of het zegt dat het de Hamasleiders alleen met de zwaarste bommen in hun tunnels onder de dichtbevolkte Gazastrook kan raken. Zelfs als dit zo is, blijft Israël gebonden aan het proportionaliteitsbeginsel.
Of de Israëlische leiders te zijner tijd nog verantwoording voor hun daden moeten afleggen bij het Internationaal Gerechtshof of het Internationaal Strafhof blijft onzeker. Maar de rest van de wereld heeft de plicht zulk disproportioneel geweld tegen de Palestijnse burgerbevolking te veroordelen en zo mogelijk te voorkomen. De VS en andere landen die Israël goed gezind blijven, ook Nederland, moeten daarom nog meer druk op de Israëlische regering uitoefenen. Niet alleen verbaal, zo nodig ook met sancties.
Source: NRC