Wel duizend Amsterdammers hadden meegedacht over het monument voor Peter R. de Vries dat van de week werd onthuld. Erg veel, leek mij. Met de onbescheiden afmetingen van het monument had ik geen moeite, wat mij betreft verdient De Vries een groots ding, maar wel met de teksten van De Vries die er óók nog bij moesten: dit beeld liet geen enkel misverstand over zichzelf bestaan. Lag dat aan al die stemmen die hadden meegedacht?
Het publiek bemoeit zich steeds meer met kunst die van ‘ons belastinggeld’ in de openbare ruimte wordt neergezet. Dat zoveel mensen zich druk maken om kunst is leuk (want wie beslist er waar je tegenaan moet kijken, en hoe?) en soms ook wat veeleisend: burgers lijken vooraf precies te willen weten waar ze voor betalen. Wordt het niet te mal of te abstract? Die beweging lijkt mij ingezet met het hakwerk van Halbe Zijlstra in kunstsubsidies. Bij rechtse partijen rees overal de vraag: wie besluit er wat goed voor ons is? (In koor: de linkse elite, meneer)
Waarom moet Jan Modaal betalen voor een elitegezelschap dat een tromboneclubje (het Residentie Orkest, red.) bezoekt? (Sietse Fritsma, PVV, 2010). Waarom 7 miljoen naar het Concertgebouworkest en nul naar het bloemencorso? (Thierry Aartsen, VVD, 2018). Vragen waar een eeuw terug een duidelijk antwoord op klonk: je had hoge en lage kunst, de hoge was gezond en kostte moeite om te leren waarderen, de lage was plezant en hoefde dus niet te worden gestimuleerd. Het idee achter kunstsubsidie was paternalistisch: kunst moest verheffen en daarom voor iedereen toegankelijk zijn.
Het nieuwe kabinet lijkt een heel andere redenering toegedaan: kunst ís niet voor iedereen, dus waarom zou iedereen er dan via belastingkorting aan moeten meebetalen? Per 2026 gaat dus het btw-tarief voor cultuur omhoog: voor musea, boeken en kranten, maar niet voor pretparken en bioscopen, want Fast and Furious 11 moet betaalbaar blijven. Het kabinet maakt met die uitzonderingen eigenlijk weer een achterhaald onderscheid tussen hoog en laag, alleen met voorkeur voor de ‘lage’ film. Intussen blijven PVV’ers doen alsof alle subsidie naar ‘woke’ kunst gaat, waarbij je aan de deur je excuses voor de slavernij moet aanbieden, en niet óók naar orkesten, romcoms en musicals.
Dat gat tussen de gewone man en de kunstwereld zag ik vorige week verbeeld in de film Yannick van Quentin Dupieux (elitair). Daarin gaat parkeerwachter Yannick op zijn vrije avond naar een ongetwijfeld zwaar gesubsidieerd toneelstuk, waar een klein publiekje beleefd de avond uitzit. Na een tijdje haalt Yannick een pistool tevoorschijn. Hij vindt dit niet léúk, verklaart hij ten overstaan van iedereen: ‘Jullie zorgen dat ik me slechter voel, niet beter.’ Hij gijzelt de zaal en dwingt de acteurs een voor hem vermakelijk toneelstuk te spelen, dat hij ter plekke gaat schrijven.
Ik zag de botheid van die ontevreden klant, maar ik leefde ook met hem mee. Hij roept relevante vragen op: als ‘de gewone man’ zich buitengesloten voelt, is dat dan zíjn probleem?
Ja, kunst is een gemeenschapsgoed, maar wat als het de gemeenschap niet langer bevalt? Met verheffing kun je niet meer aankomen – het klinkt alsof je de hartwormmedicijnen voor je hond in zijn brokjes verstopt – maar waarmee wel? Het moderne dedain voor de kunsten vraagt om een nieuw, groot verhaal achter kunstbeleid, wil de kunstwereld de gewone man overtuigen van het belang van ‘tromboneclubje’ het Residentie Orkest.
Momenteel doet kunstbeleid mij denken aan een zeehondje dat in gevangenschap is geboren, en wordt vrijgelaten in de woeste Waddenzee. Ik snák naar iemand in de oppositie die de kunsten te vuur en te zwaard verdedigt, die voor dat zeehondje in de bres springt. Anders rest ons niets dan de armoedige redenering van de parkeerwachter: als ík het niet leuk vind, dan hoef ik er ook niet voor te betalen.
Over de auteur
Emma Curvers is verslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns