Home

Dat wij schreven dat Trump een verzoenende toon aansloeg, kwam ons op kritiek te staan

Aanvankelijk werd gevreesd dat Donald Trump in reactie op de moordaanslag oorlogszuchtige taal zou uitslaan, zoals de premier van Slowakije, Robert Fico, nadat hij twee maanden geleden was neergeschoten.

Dat Trump dat niet deed, vonden we dus nieuwswaardig. ‘Trump slaat verzoenende toon aan’, luidde de kop op de voorpagina van de dinsdagkrant. Dat leidde tot een bezorgde reactie van lezer Sicco de Jong uit Zuid-Laren. ‘We moeten niet vergeten dat autocraten die taal gebruiken die ze electoraal goed uitkomt. (..) De taal van machthebbers is niet bedoeld om te communiceren, maar om te mystificeren.’

Een vergelijkbaar verwijt klonk tijdens de Nederlandse verkiezingscampagne. Geert Wilders koos er toen voor zijn toon te matigen. Sommige media concludeerden op basis daarvan dat hij daadwerkelijk milder was geworden.

‘Uiteindelijk gaat het om de inhoud’, zei oud-correspondent Michael Persson deze week, toen we in het dagelijkse Commentaarberaad over Trump spraken. ‘Om zijn programma, en dat is nog steeds hetzelfde.’ De mildheid is vaak een vermomming.

Om een politicus te beoordelen, moet je alle aspecten meewegen. De inhoud staat voorop, maar de toon, de retoriek is ook van belang. Hiermee kun je vrede stichten, kun je bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten en kun je kiezers een rad voor de ogen draaien.

CDA-leider Henri Bontenbal zei in het debat na de Nederlandse verkiezingen dat de democratie niet alleen bestaat uit een verzameling wetten, regels en afspraken, maar dat deze om goed te functioneren ook een bepaalde geesteshouding vergt: een democratisch ethos. Het is dus belangrijk om politici ook hierop te beoordelen.

Sommige lezers en een enkele columnist vinden dat we – met name in onze commentaren en columns – te alarmistisch zijn over de opkomst van radicaal-rechts, en dat we ons daarmee vervreemden van een groot deel van de samenleving. Als Volkskrant zouden we daarmee onze naam en onze afkomst verloochenen.

Natuurlijk willen we het liefst zo veel mogelijk Nederlanders bereiken en zo weinig mogelijk Nederlanders van ons vervreemden, maar we willen ook trouw zijn aan onze waarden, aan onze opdracht om de democratie te beschermen. Daar komt onze berichtgeving grotendeels uit voort, niet uit moralisme, want daar hebben we bij de Volkskrant doorgaans een gezonde afkeer van.

Je kunt de rechts-populistische greep naar de macht beschouwen zoals je ook een alternatieve route tijdens de vakantie kunt zien: als iets dat je vooral met nieuwsgierigheid moet bekijken en waarbij je nooit moet uitsluiten dat het een betere route is – in dit geval om het maatschappelijk ongenoegen te bestrijden.

Dat kan alleen als je zeker weet dat je sowieso de eindbestemming haalt, in dit geval: als je zeker weet dat de democratie niet kapot kan. Als je bang bent om op die tweede route te verongelukken, omdat die gevaarlijker is, zit je continu veel alerter achter het stuur. Te alert, ongetwijfeld, voor mensen die het gevaar niet zien of vinden dat de risico’s zwaar worden overdreven.

Het probleem van een democratie is dat ze zich – als ze eenmaal kapot is – moeilijk laat herstellen. Het is eigenlijk net als bij het klimaat: als je zeker weet dat het kapot is, is het te laat om er nog iets aan te doen. Hoewel we van nature in de eerste plaats nieuwsgierig zijn, vinden wij het daarom verstandig om ook de tweede benadering te volgen, en continu alert te zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next