De Nederlands-Palestijnse journalist Nasrah Habiballah had al kennis van de taal, cultuur en onderlinge verhoudingen toen ze de nieuwe NOS-correspondent Israël en Palestijnse gebieden werd. ‘Dat helpt enorm’, in de huidige oorlog. En toch vaak die vraag: je bent toch Palestijns? Kun je dan wel neutraal verslag doen? ‘Er wordt met twee maten gemeten.’
Nasrah Habiballah (36) had zich iets heel anders van haar droombaan voorgesteld. Toen de Nederlands-Palestijnse journalist anderhalf jaar geleden voor de NOS begon als de nieuwe correspondent Israël en Palestijnse gebieden, wilde ze het stereotiepe beeld van die regio – dat van een oorlogsgebied – doorbreken.
‘Ik dacht dat ik daar de perfecte achtergrond voor zou hebben’, zegt ze rond het middaguur op het terras van een Arabisch restaurant in Jaffa, een oud havenstadje dat is opgeslokt door Tel Aviv.
De vader van Habiballah is een Palestijnse man uit Israël. Habiballah heeft daarover ‘al een miljoen keer’ dezelfde vragen beantwoord. ‘Je hebt een Israëlisch paspoort, maar jullie zijn Palestijns?’
Habiballah legt dan uit dat haar vaders familie tot de Palestijnen behoort die rond de stichting van de staat Israël in 1948 niet van hun land zijn verdreven. ‘Eenvijfde van de bevolking van Israël is Palestijns’, zegt ze nadat ze in het Arabisch een flesje water heeft besteld. ‘Zij studeren samen, zij werken samen, zij leven samen met de Joodse Israëliërs. Als correspondent wilde ik laten zien dat alles niet zo zwart-wit is.’
Dat is niet gelukt. Op 7 oktober 2023, de dag waarop Hamas ruim 1.300 Israëliërs doodde en er meer dan tweehonderd gijzelde, veranderde Habiballah in een oorlogsverslaggever die de Nederlandse NOS Journaal-kijker avond na avond bijpraatte, eerst over het trauma van Israël – het was de dodelijkste dag voor Joden sinds de Holocaust – en al snel daarna ook over de reactie hierop, waarbij volgens VN-onderzoekers oorlogsmisdaden zijn gepleegd en naar schatting ruim 38 duizend Palestijnen zijn gedood, van wie bijna de helft kinderen.
Het correspondentschap Israël en de Palestijnse gebieden namens de NOS, de zichtbaarste nieuwsorganisatie van het land, staat door alle historische gevoeligheden bekend als een van de meest bekritiseerde banen binnen de Nederlandse journalistiek. Dat is al zo in vredestijd, laat staan nu.
Vanwege haar achternaam ligt Habiballah nog eens extra onder een vergrootglas: toen in september 2022 bekend werd dat ze deze baan zou krijgen, werd ze op sociale media bedolven onder racistische reacties. De bestuursvoorzitter van de NPO, Frederieke Leeflang, voelde zich genoodzaakt te reageren op X, destijds Twitter. ‘De onterechte beschuldigingen en haatdragende berichten gaan alle perken te buiten’, schreef Leeflang. ‘Laat onze journalisten hun werk doen en beoordeel niemand op zijn of haar achternaam.’
De afgelopen maanden waren stressvol, zegt Habiballah. Werkdagen duren geregeld van 7 uur ’s ochtends tot na middernacht, van het vroege Radio 1 Journaal tot Met het oog op morgen. Daarna valt ze door het bekijken van heftige beelden, denk onthoofde kinderen en verbrande lichamen, lang niet altijd snel in slaap. Haar eerste zwangerschap – als dit interview wordt gepubliceerd, is ze met verlof – leidt daarnaast tot moe- en misselijkheid.
En dan is er nog de persoonlijke veiligheid van haar, haar man en hun ongeboren kind. Toen ze verslag deed vanaf de Westelijke Jordaanoever en de grens met Gaza, droeg ze over haar zwangere buik een scherfvest. Door de raketten die Hamas afvuurt gaat in Tel Aviv met enige regelmaat het luchtalarm af. Daarbovenop komt de dreiging van een grootschalige oorlog met Hezbollah, de door Iran gesteunde militie die over een groot deel van Libanon regeert.
‘Het is een bizarre tijd’, zegt Habiballah. ‘Het is echt een bizarre tijd.’
Je man Joost zei dat jullie vluchtscenario’s hebben doorgenomen.
‘Voor de raketten uit Gaza zijn we dankzij het Israëlische luchtafweersysteem en de schuilkelder in ons appartement veilig. Daar maak ik me geen zorgen over. Hezbollah is een ander verhaal, een ander wapenarsenaal. Voor het geval dat de oorlog daarmee escaleert, hebben we een vluchtkoffertje klaarstaan met essentials: schone kleren, een tandenborstel, cash. Onze paspoorten liggen op een vaste plek en de benzinetank is altijd aangevuld.’
Ben je voorzichtiger geworden vanwege je zwangerschap?
‘Ik had me op een lijst aangemeld om Gaza in te gaan, embedded met het Israëlische leger. Vooralsnog heb ik geen uitnodiging gekregen – ik ben natuurlijk ook niet van CNN – maar als die wel zou komen, zou ik niet meer gaan. Omdat het te gevaarlijk is, maar ook omdat het nu fysiek te intens is. Als de militairen zeggen dat ze twee kilometer gaan lopen om een tunnel in te gaan, kan ik moeilijk zeggen dat mij dat niet lukt, dat ik even achterblijf.
‘Sowieso had ik al dubbele gevoelens over die lijst. Aan de ene kant lijkt het me goed om alles met eigen ogen te zien. Aan de andere kant kun je je afvragen: wat krijg je precies te zien? De Israëlische militairen beslissen. En achteraf moet je je materiaal door hen laten controleren. Als ze iets vinden waar ze niet blij mee zijn, eisen ze dat het wordt verwijderd.’
Israël staat onder hoogspanning. De aanslag van Hamas was als een brute realitycheck, schreef de Israëlische journalist Ari Shavit in november in het Britse tijdschrift The Times Literary Supplement. ‘De Israëliërs van het derde millennium wisten zichzelf er op de een of andere manier van te overtuigen dat ze, tussen Beiroet en Gaza, een zorgeloos leven konden leiden, een leven zoals dat in Amsterdam. Binnen een dag veranderde alles.’
Die realitycheck gold zeker voor Tel Aviv, een mondaine kuststad die bekendstaat als homovriendelijk en hedonistisch. ‘Na 7 oktober ging de horeca dicht, de stranden waren leeg, de scholen gesloten’, zegt Habiballah. ‘Het luchtalarm ging de hele dag. Maar op een gegeven moment moest de economie weer gaan draaien en is alles langzaam maar zeker weer opengegaan.’
Behalve talloze borden met foto’s van Israëlische gijzelaars en de oproep ze ‘thuis te brengen’, herinnert weinig in Tel Aviv aan de oorlog. De terrassen en stranden aan de Middellandse Zee zitten weer vol – vrijwel uitsluitend met Israëliërs, want toeristen wagen zich hier nog niet. Er worden flessen wijn gedronken van 240 sjekel, zo’n 60 euro. Het contrast met het nog geen 75 kilometer naar het zuiden gelegen Gaza, dat vaak wordt omschreven als de hel op aarde, is immens.
De huidige oorlog is de bloedigste episode in het zich almaar voortslepende Palestijns-Israëlische conflict. Toen Habiballah 6 jaar oud was, leefde even de hoop op vrede, met het sluiten van de Oslo-akkoorden. Maar twee jaar later was daar nog weinig van over toen een van de architecten ervan, de gematigde Israëlische premier Yitzhak Rabin, door een Joodse extremist werd doodgeschoten. In 2000 laaide het conflict weer op met de Tweede Intifada.
De vader van Habiballah keek in Zierikzee veel Arabische tv. ‘In de straat, en misschien wel in de hele wijk, waren wij de enigen met een satellietschotel op het dak’, zegt Habiballah. Maar van het bloedvergieten kreeg ze in haar jeugd weinig mee. ‘Mijn vader sprak daar niet veel over. Hij wilde dat we graag naar onze Palestijnse familie zouden blijven gaan.’
Je zusje Shireen zei dat jullie ouders elkaar in de shoarmazaak van je vader hebben leren kennen.
‘Mijn moeder – een mooie, blonde vrouw met felblauwe ogen – kwam daar na een avond stappen en werd toen natuurlijk verliefd op die mooie, Palestijnse man. Mijn vader had Israël eerder verlaten omdat hij verliefd was geworden op een andere Nederlandse vrouw.
‘Regelmatig gingen we nog wel op vakantie naar zijn familie, die woonde in Ein Mahil, een dorpje vlak bij Nazareth. Dat was altijd een groot feest. Tijdens de herfstvakantie was het oogstseizoen en klommen we in de bomen om olijven te plukken. De eerste pers was altijd een magisch moment.’
Shireen zei dat jullie opa, toen hij zijn bomen probeerde te verdedigen, een oog is uitgestoken door een Israëlische soldaat.
‘Dat was in het begin van mijn tienerjaren. Mijn opa was een boer en had veel land, waarvan de overheid ineens een deel wilde innemen. Maar hij was trots op zijn land en zijn olijfbomen en verzette zich daartegen. Uiteindelijk is het tot een confrontatie gekomen met het leger waarbij hij inderdaad een oog is verloren.’
Werd je je toen bewust van de discriminatie waarmee Palestijnen in Israël te maken krijgen?
‘Nee, daar was ik niet mee bezig, ook omdat mijn vader daar dus niet veel over praatte. Pas toen ik na mijn middelbareschooltijd, in 2006, een jaar in Ein Mahil ging wonen, leerde ik meer over de sociaal-economische verschillen tussen Palestijnen en Israëliërs en over de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever.
‘Maar ik verhuisde daar niet om die reden naartoe. Ik wilde gewoon mijn familie beter leren kennen, en de taal. Mijn vader was er na de scheiding van mijn moeder ook naartoe gegaan en woonde daar met zijn nieuwe, Palestijnse vrouw en hun twee kinderen.
‘Ik had het goed naar mijn zin, ik had een leuke vriendengroep en een baantje in een hotel in Nazareth. Eigenlijk wilde ik er langer blijven dan een jaar, maar toen brak de oorlog met Libanon uit. Dat was eng. Door de raketten die ook op Nazareth terechtkwamen, hoorden we harde knallen. Mijn moeder wilde natuurlijk dat ik zo snel mogelijk terug naar Nederland zou komen, maar ik wilde mijn broertjes niet in de steek laten.
‘Uiteindelijk maakte ik met haar een deal. Ik zou me inschrijven voor de studie journalistiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Werd ik ingeloot, dan kwam ik naar Nederland. Werd ik uitgeloot, dan bleef ik in Israël. Ik hoopte dat ik zou worden uitgeloot, maar dat gebeurde niet.’
Tijdens je studie liep je stage bij de NOS.
‘Ik wilde stage lopen bij Sander van Hoorn, destijds de correspondent Israël en Palestijnse gebieden. Maar hij nam geen stagiairs aan en toen kwam ik terecht bij het Jeugdjournaal.
‘Na mijn stage hadden ze bij de NOS mensen nodig en kon ik er gaan werken. Ik ben er nooit meer weggegaan.’
Wist je toen al dat je correspondent Israël en Palestijnse gebieden wilde worden?
‘Ja, dat wist ik al aan het begin van mijn studie. Ik dacht dat dat een mooie rol voor mij zou zijn. Ik ken de omgeving, hier liggen mijn roots. Ik zag dit als een tweede huis.’
Je kende Joost nog geen half jaar toen je vroeg of hij eventueel met je mee naar Israël zou willen verhuizen.
‘We waren aan het daten en ik dacht: o, dit is een héél leuke jongen. Maar ja, dit is toch mijn droombaan en de vacature daarvoor kwam vrij, dus ging ik tóch solliciteren. ‘Als je mee wilt, ben je van harte welkom’, zei ik. Hij was zo fantastisch om te zeggen: ‘We zien het wel, maar ga vooral solliciteren.’’
Toen kreeg je de baan niet, maar drie jaar later wel. Hoe beleefde jij de dag waarop het bekend werd?
‘Het begon hartstikke feestelijk, met bloemen en een toespraak bij de NOS. Daarna kwam ook een artikeltje op de site waarin het werd aangekondigd. Mijn WhatsApp ontplofte met lieve berichten van vrienden die wisten dat ik dit altijd al had gewild. Ik was helemaal in de hemel.
‘Voorzichtig kwam toen een collega naar me toe, die vroeg of ik al op sociale media had gekeken. Dat had ik nog niet gedaan. ‘Het is niet mals’, zei hij, ‘maar laat het van je afglijden, kijk maar niet.’
Maar als iemand tegen je zegt dat je niet moet kijken, ga je dat toch juist doen?
‘Ik had verwacht dat mensen sceptisch zouden zijn vanwege mijn Palestijnse achtergrond, zouden zeggen dat ik bevooroordeeld was. Dat had ik vrij makkelijk naast me neer kunnen leggen. Maar ik had het onderschat. Dit was zo racistisch. Ik was een moslim die moest oprotten naar haar eigen land. Ik vond dat zo teleurstellend. Het was zo’n feestelijke dag, ik was zo blij. En dan al die bagger.
‘In paniek heb ik mijn Twitteraccount verwijderd. Maar dat was achteraf ook niet slim, want toen doken er allemaal wilde verhalen op over wat daarop allemaal gestaan zou hebben.’
Volgens pro-Israëlische sites had je in 2017 een pro-Palestijns bericht geretweet.
‘Het was een filmpje waarin Palestijnen demonstreerden bij de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem. In de tweet, van een Arabische nieuwsorganisatie, stond boven de video: ‘‘Met onze ziel en ons bloed zullen we je beschermen Al-Aqsa’, zingen Palestijnen tijdens een mars door Oost-Jeruzalem.’
‘Iedereen weet dat dat geen pro-Palestijnse tweet is, maar een journalistiek verslag. Als je opschrijft wat mensen tijdens een demonstratie op het Malieveld roepen, betekent dat toch ook niet dat je het daar als journalist mee eens bent? Maar goed, dat weten die sites ook wel. Hun tactiek is om iemands intenties maar lang genoeg in twijfel te trekken, dan blijven die verdachtmakingen vanzelf kleven.’
Toen Habiballah op 1 januari 2023 begon op haar nieuwe post, kon ze meteen verslag doen van de massale protesten tegen de juridische hervormingen van premier Benjamin Netanyahu. Tijd om haar appartement in te richten en al het papierwerk in orde te krijgen, had ze nauwelijks. ‘Pas in september was dat allemaal gebeurd. Toen kwam ik er eindelijk lekker in en dacht ik: vanaf nu wordt het leuk.’
Eind september vertelde ze over haar werkzaamheden tijdens de correspondentendagen van de NOS, een publieksavond in Hilversum. Haar terugvlucht stond gepland op 7 oktober. ‘Ik was die ochtend een beetje aan het haasten, toen mijn fixer (een journalistieke assistent, red.) uit Gaza belde. Er is van alles aan de hand, vertelde ze. Oké, zei ik, ik moet rennen voor het vliegtuig, maar ik bel je over vijf uur, als ik ben geland.
‘Uiteindelijk haalde ik mijn vlucht en keek ik op mijn telefoon nog even snel naar het nieuws. Shit, dacht ik, dit gaat niet goed.
‘Onze stoelriemen zaten al vast, ik appte collega’s van de NOS dat ik mijn telefoon ging uitzetten, toen er uit de cockpit een mededeling kwam: de vlucht werd geannuleerd. We hadden wel toestemming om te landen in Tel Aviv, maar de crew voelde zich daar niet veilig bij. Vervolgens zat ik bijna de hele dag op Schiphol in de hoop op een andere vlucht, maar ook die werden stuk voor stuk geannuleerd.
‘De volgende dag ben ik naar Jordanië gevlogen in de hoop dan maar met bevriende journalisten over land binnen te komen. Maar de grens was dicht. Nadat we een Jordaanse ambtenaar wat geld hadden betaald, mochten we er toch in.’
Is het een voor- of een nadeel om persoonlijk betrokken te zijn bij een conflict waar je verslag van doet?
‘Een groot voordeel. Toen ik hier kwam wonen, had ik al veel kennis van de taal, cultuur, onderlinge verhoudingen. Dat helpt enorm.
‘Ik krijg natuurlijk vaak de vraag: je bent toch Palestijns? Kun je hier dan wel neutraal verslag van doen? Ik vind dat opvallend. Neem het conflict tussen de Groningers en de overheid over de aardbevingen. Ook dat maakt veel emoties los. Als onze specialist een geboren en getogen Groninger zou zijn, zeggen we: ‘Dat is handig. Die kent de regio, de emoties, heeft veel contacten. Top!’ Dan vragen we ons nooit af of die hier wel objectief over kan berichten.
‘Laatst las ik in een artikel dat zwarte journalisten die verslag deden van Black Lives Matter-demonstraties, hier wél vragen over kregen. Zodra het over een etnische minderheid gaat, is het ineens een probleem. Er wordt met twee maten gemeten.
‘Bovendien wordt de suggestie gewekt dat ik geen oog zou hebben voor het leed van Israëliërs. Terwijl ik veel Israëliërs ken, van wie sommigen vrienden of familieleden hebben verloren.’
Hoe sta je zelf in dit conflict?
‘Ik begrijp de vraag, maar ik moet onpartijdig verslag doen en dan helpt het mij en de NOS niet als ik mijn mening erover ga geven. Soms hoor ik dat bepaalde mensen zich afvragen waar ik precies sta. ‘Is ze nou pro-Israëlisch of pro-Palestijns?’ Dat zie ik als een compliment.’
Maar verslag doen van Palestijns leed levert je vanuit bepaalde hoeken al snel verwijten op van pro-Palestijnse partijdigheid. ‘Nasrah huilde nog nét niet’, schreef Telegraaf-journalist Wierd Duk vorige maand op X nadat je op het Journaal had verteld dat er bij een Israëlische actie niet alleen vier gijzelaars waren bevrijd, maar ook ruim tweehonderd Palestijnen waren gedood.
‘Tja, wat moet ik daarvan zeggen? Een serieus gezicht lijkt me gepast als het om honderden doden gaat.’
Ik kan me voorstellen dat die constante kritiek, ook als die nergens op slaat, in je hoofd gaat zitten en je journalistieke keuzen beïnvloedt.
‘Ik weet dat het gezeik kan opleveren als ik vertel over het leed in Gaza, maar dat houdt me niet tegen. Daar vind ik het te belangrijk voor. Ik voel me daarin ook gesterkt door collega’s van de NOS.
‘Bovendien wil ik beide kampen ook niet de hele tijd tegenover elkaar zetten. Ik geloof heilig in peace journalism, een theorie van de Noorse socioloog Johan Galtung. Hij zegt dat je een conflict op twee manieren kunt verslaan. War journalism is als het verslag van een sportwedstrijd: die kant heeft daar een aanval uitgevoerd en daarbij zijn zoveel doden gevallen. Door die informatie te brengen, voeg je niet veel toe aan het begrip van de kijker.
‘Peace journalism is het beschrijven van een ziekteproces. Wat is de oorzaak? Wat zijn de symptomen? Hoe kan die persoon genezen? Om dat te vertalen naar een conflictsituatie: waarom voelen de partijen wat ze voelen? Waar komt dat vandaan? Wat zou een oplossing kunnen zijn? Ik geloof oprecht dat we daar onze kijkers, luisteraars en lezers het meest mee van dienst zijn.’
Uiteindelijk moet je altijd keuzen maken. Aandacht voor het Israëlische perspectief betekent minder aandacht voor het Palestijnse, en andersom.
‘Een gemiddeld televisie-item duurt twee minuten. Het is niet mogelijk om alle perspectieven daarin te proppen. Dus spreid ik ze uit in meerdere reportages. In het ene item praat ik met de inwoners van een Palestijns dorp die steeds meer land aan kolonisten kwijtraken op de bezette Westelijke Jordaanoever. En de andere keer ga ik naar nederzettingen om met kolonisten te praten.’
Je zus Shireen maakt zich zorgen om je veiligheid.
‘Dat vind ik heel rot. Een paar keer is het luchtalarm afgegaan vlak voordat ik live moest. Als ik dan naar de schuilkelder ren, hoop ik dat de knallen snel voorbij zijn, zodat ik op tijd weer op het dak sta voor het Journaal. Maar dat lukt niet altijd, en dan zegt de presentator dat de correspondent voor raketten aan het schuilen is. Op die momenten denk ik meteen aan de mensen die me liefhebben. Ik kan me voorstellen dat zij zich dan zorgen maken, al ervaar ik zelf op die momenten geen angst. Dat zeg ik niet om stoer te doen, maar de kans is gewoon heel klein dat je in zo’n kelder iets overkomt.’
Sommige oorlogsjournalisten zeggen dat ze intenser leven als de dood dichtbij is, ze lijken er haast van te genieten. Herken je dat?
‘Helemaal niet. De eerste weken zaten alle hotels vol met journalisten die hier tijdelijk naartoe kwamen. Ik weet nog dat een van hen tegen me zei: ‘Jij valt met je neus in de boter.’ Ik vond dat zo’n rare opmerking. Misschien was het voor hem een spannende klus, maar als je hier woont, is alles heel heftig.’
Als je naar beelden uit Gaza zit te kijken, heb je het idee dat je je neefjes en nichtjes ziet, zei je man Joost.
‘Klopt. En natuurlijk hebben die gruwelijke beelden impact op je. Ik heb daar slecht van geslapen en naar over gedroomd.’
Is er een beeld dat blijft terugkeren?
‘Dat zijn niet eens de beelden van mensen die half dood, half levend zijn. Als je me dit vraagt, moet ik het eerst denken aan een klein ventje, van een jaar of 5, met lichte verwondingen in een ziekenhuis. Hij zat daar bedekt onder een laag stof, waarschijnlijk van een ingestort gebouw. Een verpleegkundige probeerde contact met hem te krijgen, maar dat lukte totaal niet. Hij was in totale shock en bleef maar trillen. Dat breekt toch je hart?’
Je kwam er tijdens de oorlog achter dat je zwanger was. Hoe was dat?
‘Heftig. Ik was natuurlijk superblij, maar de oorlog was toen anderhalve maand bezig, we zaten midden in de chaos. Het werk vroeg al veel van me, en toen kreeg ik ook nog last van extreme misselijkheid. Er zijn livegesprekken geweest waarbij ik dacht dat ik op het punt stond om over te geven.’
Joost zei dat je er redelijk doorheen hebt gezeten.
‘Dat geldt voor alle correspondenten die hier permanent zitten, ook de niet-zwangere. Iemand zei dat het voelt alsof we een marathon lopen waarvan we niet weten wanneer die eindigt. Iedereen is versleten, sommigen zitten in therapie.’
Heb jij met een psycholoog gepraat?
‘Ik heb een keer met iemand van de NOS gepraat, maar ik heb hem toen ook verteld dat dit voor mij niet het moment is om na te denken over wat de oorlog en al die beelden ervan met me doen. Ik heb een muur opgetrokken, ik moet door.’
Het verwerken moet nog beginnen?
‘Misschien wel. De afgelopen maanden zou ik omschrijven als overleven, overleven, overleven. Proberen om zo goed mogelijk je werk te doen terwijl je uitgeput bent en ziek. Toen ik collega’s vertelde dat ik door die zwangerschap zo misselijk werd, vroegen ze zich verbaasd af hoe ik het allemaal heb volgehouden. Ik weet het niet, zei ik, ik zou het echt niet weten. Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, denk ik: hoe heb ik dit in godsnaam allemaal gedaan?’
De NOS heeft je niet op een verplichte vakantie gestuurd?
‘Nee, zo’n beslissing laten ze bij mij. Ik vind ook dat de NOS erop moet vertrouwen dat ik mijn eigen grenzen kan aangeven.
‘Als journalist is het wel lastig om er tijdens zo’n oorlog even uit te stappen. Je voelt je toch verantwoordelijk voor je post. Maar ik was de afgelopen tijd wel op vakantie gegaan, als ik niet wist dat ik in juli vier maanden met verlof zou gaan. Ik trek hem nog even door.’
Je verlof breng je in Nederland door. Wat is daarna het plan?
‘Dan keer ik terug naar mijn post en ga ik weer aan het werk. Ik zit er dan twee jaar, een correspondenttermijn duurt drie tot vijf jaar. Die wil ik in principe afmaken.’
Ik kan me voorstellen dat de verantwoordelijkheid voor jullie kind ook gaat meespelen bij de vertrekscenario’s.
‘Misschien, maar ik vind het lastig om daar nu al iets over te zeggen. Het kind moet nog worden geboren.’
Is het uiteindelijk je droombaan geworden?
‘Ja, al is de invulling ervan heel anders dan ik had gehoopt.’
1987 Geboren in Zierikzee
2006-2011 Studie Journalistiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg
2008 Stage bij Pyalara, een Palestijnse ngo
2010 Stage bij het NOS Jeugdjournaal
2010-2014 Freelanceredacteur bij de NOS
2011 Arabisch aan de Universiteit van Birzeit op de bezette Westelijke Jordaanoever
2012-2013 Master conflict studies aan de Universiteit van Haifa
2013 Stage bij Shatil, een Israëlische ngo
2014-2020 Redacteur bij de NOS
2020-2022 NOS-correspondent regio Rotterdam-Den Haag
2023-nu NOS-correspondent Israël en Palestijnse gebieden
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant