Home

Tadej Pogacar houdt huis met een verbluffende slotklim in koninginnenrit

De Tour bereikte vrijdag het hoogste punt ooit in een bergetappe die de ommekeer had moeten betekenen voor Jonas Vingegaard. Maar zijn Visma-Lease a Bike stond met lege handen, want Tadej Pogacar won de rit en maakte van Vingegaard een kansloze figurant.

Tadej Pogacar gunt niemand iets en Visma Lease a Bike al helemaal niet. En waarom zou de geletruidrager ook, zeker als hij zijn hele UAE-ploeg inschakelt en opoffert om zijn ambities waar te maken?

Zijn tegenstander, de Nederlandse ploeg, had voor vrijdag een ingenieus plan uitgekiend om enerzijds de zwaarste rit van deze Tour te winnen en tegelijkertijd te proberen de achterstand van kopman Jonas Vingegaard op Pogacar te reduceren. Als één van die twee doelstellingen zou worden gehaald, was het voor Visma-Lease a Bike ook goed.

De uitvoering van het plan slaagde, want alle acht renners hielden zich aan hun opdracht en fietsten waar ze fietsen moesten. Maar de Visma-doelen sneuvelden een voor een. Eerst bleek Vingegaard niet bij machte Pogacar partij te bieden in het algemeen klassement. ‘Het gevecht om de Tourzege is voorbij’, verklaarde de Deen.

Over de auteur

Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.

Alle verhalen over de Tour de France 2024 vindt u hier
Volg ook ons liveblog over de Tour.

Dus verlegde zijn ploeg de koers naar plan B: ritwinst. Maar twee kilometer voor de finish fietste Pogacar na een ongekende, maar veelvuldig getrainde inhaalrace Visma-Lease a Bike-renner Matteo Jorgenson voorbij. De Amerikaan werd tweede op 21 tellen.

Onverzadigbaar

Eigenlijk had Pogacar de afgelopen dagen ruimschoots aangekondigd dat hij onverzadigbaar is. Hij noemde de 19de etappe van Embrun naar Isola 2000 vooraf dé koninginnenrit. ‘Althans voor mij. Ik kijk er enorm naar uit.’ Dat was aanwijzing één, want in elke grote ronde waaraan hij meedoet wil hij de koninginnenrit winnen, ook als alleen hij dat stempel erop drukt.

De etappe van afgelopen zondag kreeg van velen ook dat predicaat. Dat was de tweede rit in de Pyreneeën met de slotklim naar Plateau de Beille. Pogacar won daar met, zo bleek, de beste beklimming uit zijn carrière, wat overigens die dag ook gold voor Vingegaard, die tweede werd.

Vooraf noemde Pogacar de slotklim van vrijdag, de Isola 2000, ‘een supergoede beklimming voor mij’. Aanwijzing twee: ‘Ik vind dat die lijkt op Plateau de Beille.’ Tussen het winnen van de Ronde van Italië in mei en de Tourstart in Florence trainde Pogacar bijna een maand op de Isola 2000. Dat is aanwijzing drie: ‘Ik ken die klim supergoed.’

Sterker, zo vertelde de winnaar van de dag en de aanstaande winnaar van de Tour van 2024: ‘We hebben tijdens ons trainingskamp hier besproken hoe we het zouden aanpakken om hier te winnen. En zo hebben we het vandaag precies gedaan.’

Fietsen op de maan

De etappe van vrijdag had niet de lengte van een koninginnenrit, wel de zwaarte. Want in amper 145 kilometer wist de Tourorganisatie bijna 4.400 hoogtemeters te proppen. Dat was te danken aan drie monsterklimmen waarvan er één vooral in het oog sprong, de Cime de la Bonette.

Die ligt op 2.802 meter hoogte, die vrijdag na 23 kilometer klimmen werd bereikt. In 1962 reikte de Tour voor het eerst zo hoog en wel op dezelfde plek, al is de berg op de krantenpagina met de volledige route van toen nog met ‘Restefond 2.802 m’ aangeduid.

‘Een schitterende beklimming’, zei Pogacar vooraf. ‘Vorig jaar heb ik hem voor het eerst gedaan in augustus. Ik heb er toen echt van genoten, het is er supermooi. Maar hij is ook zo zwaar dat het bijna eng is.’

Zo moet fietsen op de maan zijn, is de indruk van de verslaggever een dag voordat het Tourpeloton er langs zou komen. Wind heeft vrij spel, want er groeit hier bijna niets. Een zeldzaam spoor van bewoning is een nu spookachtige, verlaten, destijds zelfvoorzienende bergkazerne van eind 19de eeuw, bestaande uit ruim twintig chalets waar nu alleen de stenen muren van overeind staan. Franse soldaten moesten hier eerst Italiaanse en daarna Duitse infiltraties frustreren.

Gras krijgt nauwelijks kans tussen de rotshellingen. Waar plakkaten sneeuw ze niet tegen houden, rollen stenen en steentjes hier en daar naar beneden de weg op. Op verschillende plekken op de route van de afdaling moeten wegwerkers ze terug de berm in vegen. In die berm staan borden die benadrukken dat de asfaltweg waarover de bezoeker rijdt, de hoogste dóórgaande van Europa is.

Federico Bahamontes

Aanvankelijk waren er minstens drie asfaltwegen hoger, totdat de prefect van het departement Alpes-Maritimes er een erezaak van maakte om de Col de l’Iseran het hoogterecord af te nemen. Daartoe werd in 1961 het onverharde pad geasfalteerd dat al in een lus rondom de top van de Bonette liep.

In de Tour een jaar later en in die van 1964 nogmaals kwam een van de beste klimmers aller tijden, Federico Bahamontes, beter bekend als de Adelaar van Toledo, als eerste boven – goed voor de reputatie van de berg.

Ook vrijdag moesten de 142 overgebleven renners ook de omweg nemen in plaats van op 2715 meter hoogte linksaf te slaan om meteen aan de afdaling te beginnen. Dat betekende de toevoeging van een gemene, 1100 meter lange feitelijk nutteloze kuitenbijter. ‘In training sloegen we dat stukje over’, vertelde Pogacar na zijn ritzege.

De ruim 10 procent steile bypass vormde vrijdag het slot van een 23 kilometer lange klim van 1226 meter naar het 2802 meter hoge dak van deze Tour en alle voorgaande. Dat hier ooit een Touretappe eindigt, lijkt uitgesloten: er is nauwelijks plek voor een finishboog.

Richard Carapaz, winnaar van de 17de rit, ging als eerste over de met een groot rotsblok gemarkeerde top en veroverde daarmee de bolletjestrui als beste klimmer van deze Tour. De kans is groot dat de Ecuadoriaan de bergtrui zondag op het eindpodium in Nice zal aantrekken.

Stuurmanskunst

Wie naar een dergelijke hoogte fietst, mag flink lang afdalen: 40 kilometer lang ging na de Cime de la Bonette de weg naar beneden voordat het tijd werd voor de slotklim naar Isola 2000, vlakbij de Italiaanse grens. In het begin was het asfalt goed, de weg vrij breed en overzichtelijk en viel het ontbreken van vangrails nauwelijks op.

Maar de ongebruikelijke hoogte doet iets met de hersenen. In 2008, de laatste keer dat de Tour de Cime de la Bonette passeerde, reed de onbekende Zuid-Afrikaanse koploper John-Lee Augustyn vrij kort nadat hij was begonnen met afdalen rechtdoor waar de weg naar rechts liep.

Hij bleef tien meter lager liggen en kon terug naar de weg klauteren, maar zijn fiets schoof door naar een plek waar niemand het rijwiel op durfde te halen. Op een reservefiets werd Augustyn 33ste op vijf minuten.

Zodra de afdaling van de Cime de la Bonette door de bomen voerde, werd nog meer stuurmanskunst gevraagd: matig asfalt met, dat wel, splinternieuwe strepen, smalle wegen en louter bochten. De stilte van boven de 2000 meter was vervangen door de tamelijk luidruchtig stromende Tinée en watervallen die in de bergrivier stortten, overstemden het in afdalingen nooit zo talrijke publiek.

4 minuten bleek te weinig

Vrij vroeg in de etappe was Visma-Lease a Bike erin geslaagd een kopgroep te formeren van vijf renners waarvan twee van de eigen ploeg, Wilco Kelderman en Jorgenson. Op de hoogste top van de Tour hadden ze circa vier minuten voorsprong op de achtervolgende ‘groep-gele-trui’ met daarin nummer twee Vingegaard, nummer drie in het algemeen klassement Remco Evenepoel, Pogacar en bijna diens hele UAE-ploeg.

Beide groepen daalden zonder risico de Bonette af en toen ze aan de slotklim begonnen was het verschil met de kopgroep nog steeds 4 minuten. ‘Dat was in onze plannen 4,5 minuut’, verklaarde de directeur sportief van Visma-Lease a Bike, Merijn Zeeman, achteraf voor de NOS. ‘Dan had Matteo het gehaald, bleek vandaag.’

Maar Matteo Jorgenson haalde het ondanks die ogenschijnlijk enorme voorsprong niet. De Amerikaan is aan het veruit beste jaar uit zijn carrière bezig nu hij is overgestapt naar de Nederlandse ploeg. Hij liet eerst Kelderman, die ook al een groot deel van de Cime de la Bonette voor zijn rekening had genomen, een imposante krachtsinspanning doen waarna Jorgenson er op 13,5 kilometer van de finish op de top alleen vandoor ging.

Toen hij vijf kilometer verder was, besloot 2,5 minuut achter hem Pogacar tot zijn geplande vertrek. Liefst 150 seconden goedmaken op 8,5 kilometer klimmen, was dat mogelijk? Voor Pogacar, zo bleek, wel. Verschil was dat Jorgenson de hele dag op kop had gereden en Pogacar achter allemaal renners van zijn ploeg.

Twee kilometer van de finish had de gele trui de man te pakken, die voor een kruimel Visma-succes had moeten zorgen. ‘Zo, zo teleurgesteld’, zei Jorgenson, die vorig jaar de iconische Tourrit naar Puy de Dôme nét niet won. ‘Ik vorm een slechte combinatie met de Tour de France. Toen hij me passeerde’, zei Jorgenson over Pogacar, ‘mentaal…euh.. had ik ook verloren als we samen naar de streep waren gereden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next