De nieuwe doorstroomtoets in groep 8 leidt tot overadvisering en nekt het praktijkonderwijs, constateert de krant. Is het daarom niet beter om het selectiemoment uit te stellen en een brede brugkas in te voeren, stelt het Commentaar. Lezers reageren.
Toen wij − docenten groep 8 − twee jaar geleden het informatieve filmpje keken van de overheid, gemaakt als toelichting op de beweegredenen voor de nieuwe doorstroomtoets én het verplicht herzien van adviezen, krabden we ons al eens stevig achter de oren. Om meerdere redenen, maar vooral vanwege de duidelijk geformuleerde stellingname: wil je in Nederland meer kans hebben op een mooie toekomst, dan moet eigenlijk iedereen naar havo of ‘hoger’. Komt je kind op praktijkonderwijs of vmbo terecht, dan kun je het wel schudden.
Hoofdschuddend keken we elkaar aan: niet de niveaus zijn het probleem, maar de maatschappij waarin je als meer praktisch geschoolde Nederlander blijkbaar niet op waarde wordt geschat. En daarnaast, zul je zien: we gaan nu iedereen ruimschoots overadviseren, met alle gevolgen van dien.
Onze adviezen geven wij met alle mogelijke onderbouwing, met kennis van het kind, met hart voor het kind. We hebben echter géén voorspellende gaven. Dachten we. Niet ten aanzien van al onze leerlingen. Maar blijkbaar wél ten aanzien van een nu al ‘doorgeslagen experiment’.
Caroline Paulides, Dongen
Advies praktijkonderwijs? Nu even niet. Een beknopte samenvatting van de (bij)effecten van de ‘objectieve’ doorstroomtoets: kansrijk geadviseerd, maar de zij-instromers komen vaak boos, gefrustreerd en gedemotiveerd binnen. Uitgevallen, van hun vriendjes weggerukt, konden niet goed meekomen, voelen zich minder ten opzichte van hun klasgenoten, hebben faalervaringen opgedaan, zijn teleurgesteld en kunnen niet aan de verwachtingen van hun ouders voldoen. Ongelukkig en paniekaanvallen.
In het artikel wordt treffend gesproken over de gevolgen hiervan voor de onderwijsorganisatie. In mijn werk op het snijvlak van zorg en onderwijs ervaar ik echter ook nog andere gevolgen. Steeds vaker krijgen wij al vanuit de onderbouw aanmeldingen voor een speciale onderwijssetting. Met regelmaat is er sprake van sociaal-emotionele en cognitieve overbelasting, die zich uit in gedrag. Vaak zijn er al de nodige coaches, casemanagers, gedragswetenschappers, psychiaters en psychologen voorbijgekomen of wordt ernaar doorverwezen. De druk op de jeugdzorg was al groot en de kosten rijzen alsmaar verder de pan uit.
En dan is de conclusie van de opgetogen staatssecretaris dat de nieuwe opzet werkt...? Zoals ik mijn leerlingen altijd voorhoud: IQ of niveau zegt helemaal niets over slimheid of gezond verstand.
Erik Schipper, docent Tussenvoorziening Wieder, Oude Pekela
De Volkskrant blijft maar kritisch op de doorstroomtoets. En dat begint toch wel een beetje te wringen. Voor ons en onze dochter was de doorstroomtoets juist een groot succes. Dochterlief slaagde met vlag en wimpel en kreeg een havo/vwo-advies, daar waar ze anderhalf jaar lang op een mavo/havo-advies had gekoerst.
En ja, wij voldoen aan alle stereotypen: wit, hoogopgeleid en begaan met het onderwijslot van onze dochter. En dus ging ze op bijles, ons ervan bewust
dat we daarmee bevoorrecht zijn. Nee, niet om per se een treetje hoger te kunnen instromen, maar wel om haar zo goed mogelijk in staat te stellen op haar eigen niveau het onderwijsaanbod tot zich te nemen. Dat was het minste wat ze verdiende.
Hoe dan ook, een tijdje meer persoonlijke aandacht hielp enorm in het opkrikken van het zelfvertrouwen. Met een prachtig resultaat als gevolg. Iets waar de school zelf zeker veel aan heeft bijgedragen, geen misverstand. Over de bijles is altijd heel open met de meesters en juffen uit groep 7 en 8 gesproken. Dat vonden wij heel prettig. Onze dochter is iedere week met veel plezier naar haar bijles gegaan en heeft het helemaal zelf gedaan. Daar zijn we vooral voor haar heel blij mee.
Desondanks was de eerste reactie die ik kreeg toen ik het op mijn werk vertelde: heb je de Volkskrant gelezen? Al vier maanden lang tracht de krant het vuurtje op te stoken dat er van alles mis zou zijn met de doorstroomtoets, daarmee de inspanningen en het resultaat van mijn dochter bagatelliserend. Nou, bedankt! Een krantenlezer is mijn dochter nog niet, en dat is nu een onverwachte meevaller. Ze zou zomaar aan zichzelf kunnen gaan twijfelen. En die twijfel heeft ze net achter zich gelaten. Het bewijs? De doorstroomtoets.
Sander van Schilt, Den Haag
De zoveelste onrust veroorzakende maatregel in onderwijsland is deze keer koren op de molen van ouders die al jarenlang het hoogst haalbare schooladvies voor hun kroost willen. De bijlesbureautjes en naschoolse coaches zijn niet aan te slepen om dit doel te verwezenlijken.
Helaas gaat het vaak ten koste van de kinderen die onder druk boven hun niveau moeten presteren. Dat er tegenwoordig veel depressiviteit en zelfs burn-outs voorkomen onder jongeren, is vaak een gevolg van deze prestatiedruk.
Het advies bijstellen naar beneden in plaats van naar boven, is een beter idee.
De capaciteiten die een kind in zich heeft, komen er toch wel uit. Bovendien is naar boven doorstromen altijd prettiger dan naar beneden afzakken met het gevoel gefaald te hebben.
Dat het praktijkonderwijs op deze manier ook een flinke deuk oploopt, is extra triest. We moeten onze vakmensen juist waarderen! Daar zijn er minder van dan van managers en ze zijn vaak meer nodig.
Heleen Houterman, leerkracht groep 8, Middelburg
Waarom beseft niemand dat binnen de maakindustrie zo weinig bullshitbanen bestaan?
George de Haan, Elburg
En weer een nieuw betoog voor de brede brugklas, het afgestofte flesje wonderolie dat ons onderwijs kansengelijk moet maken. Ditmaal staat het hoofdredactioneel commentaar zelfs stil bij de leerlingen die daar niet direct bij gebaat zijn (‘evident excelleren’ luidt het ronkend), maar de manier waarop is beledigend voor alle betrokken partijen.
Voor de docenten op gymnasia, technasia en alle andere vwo(+)-scholen waar onderwijs aan deze leerlingen serieus wordt genomen: hun op deze doelgroep toegespitste programma’s kunnen in deze voorstelling van zaken wel even vervangen worden door extra opdrachtjes. Maar bovendien is het een belediging voor de leerlingen in kwestie: die worden dan met hetzelfde kluitje in het riet gestuurd waarmee ze dat vaak al jaren worden op basisscholen, omdat daar ook niet echt de tijd is om ze te bieden wat ze echt nodig hebben, namelijk onderwijs op hun niveau.
Kansengelijkheid is een lovenswaardig streven, dat zullen weinigen ontkennen. Maar dan wel kansengelijkheid voor iedereen: daarvan is geen sprake zolang kinderen die intellectuele prikkeling in de vorm van een goed en serieus volledig onderwijsprogramma nodig hebben, worden afgescheept met wat extra werk.
Maurits Lesmeister, Amsterdam
De eerste vier jaar van de middelbare school heb ik in allerlei ‘brede’ klassen gezeten. Eerst in een klas waar alles van vmbo-bb tot en met vwo door elkaar zat, later in havo/vwo-klassen. Wat volgens mij vaak vergeten wordt in de discussie over dit soort klassen, zo ook in het commentaar hierover, is dat dit uiteindelijk geregeld moet worden door docenten. Docenten die in klassen met één onderwijsniveau soms al gillend gek worden, docenten die ook maar gewoon mensen zijn.
Het is niet zeldzaam dat docenten in dit soort klassen door de onderlinge niveauverschillen in één lesuur in feite gewoon drie verschillende lessen moeten geven. Het resultaat hiervan is dat het constant onrustig is in de klas en dat docenten stomweg geen tijd of energie hebben om extra aandacht te geven aan de achterblijvende en ‘excellerende’ leerlingen. De achterblijvers blijven achter, de uitblinkers vervelen zich mateloos.
Er zullen vast leerlingen zijn die profiteren van een brede brugklas. Laten we alleen niet uit het oog verliezen dat er ook leerlingen (en leraren!) zijn die baat hebben bij gescheiden onderwijsniveaus.
Iris van der Pol, Leeuwarden
In alle discussies rondom de verschillen in doorstroomtoetsen en de driekwart hogere adviezen mis ik een element. Denk niet alleen aan de leerling met het te hoge advies en de teleurstelling wanneer het niveau toch niet gehaald wordt, maar waak alsjeblieft ook voor de leerlingen die wel op het juiste niveau zijn terechtgekomen. Afstromers kunnen een behoorlijke, veelal negatieve, impact hebben op de sfeer in de klas, zeker als ze niet tijdig op een voor hen meer passend niveau kunnen worden geplaatst.
Het is, kort gezegd, voor helemaal niemand goed als overadvisering de norm wordt, hoe goed bedoeld ook. Het praktijkonderwijs loopt leeg en te veel leerlingen dreigen een negatieve schoolervaring op te doen, met alle gevolgen van dien.
Boukje Loopstra, Almere
Eindelijk een keer aandacht voor de nadelen van te hoog adviseren in groep 8. Al jaren krijgen leerkrachten het verwijt talenten niet te zien en leerlingen te onderschatten. Nooit lees ik over de onzekere leerling met faalangst, die alle zelfvertrouwen is kwijtgeraakt doordat het te moeilijk is op school. Faalangst is het ergste wat een kind, maar ook een volwassen mens, die iets wil of moet leren, kan overkomen.
En wat iedere onderwijzer(es) heel goed weet: een kind dat het makkelijk heeft op het vmbo en dus vandaar naar het havo geholpen wordt, krijgt vleugels! Maar een kind dat faalangst heeft opgebouwd (en een paar maanden zijn genoeg om dat voor elkaar te krijgen); dat krijg je eigenlijk nooit meer goed. Die beschadiging gaat een heel mensenleven mee.
Henny Jellema-van de Kamp, docent vmbo (gepensioneerd), Haarlem
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant